Ook wij maken gebruik van cookies. Als je doorgaat, geef je aan akkoord te gaan met onze Privacy Policy.

Hoe vogels de winter overleven

Vele vogelsoorten migreren uit koudere streken naar onze regio waar ze meer voedsel kunnen aantreffen. Een voorbeeld. Kleine vogels zoals pimpelmezen, koolmezen, roodborsten of goudhaantjes, moeten tijdens de winter effectief de ganse dag door een enorme hoeveelheid voedsel consumeren, tot wel 30% van hun lichaamsgewicht. Zo bouwen ze noodzakelijke vetreserves op om de lange, koude nachten door te komen. Of soorten zoals kramsvogels, koperwieken of merels die vanuit Scandinavië en Rusland naar West-Europa trekken om er te kunnen smullen van allerlei bessen die hier in de herfst nog aanwezig kunnen zijn.

De grootste uitdaging voor in het wild levende vogels is om voldoende voedsel te verzamelen om genoeg vetreserves op te kunnen bouwen als brandstof om zo de wintertijd fit door te komen.

Dat doen ze vrijwel allen in groep om de kans te vergroten om meer voedsel te verzamelen. In groep trekken is bovendien ook veiliger. Tijdens het foerageren zijn vogels immers kwetsbaarder voor allerlei predatoren omdat ze, om hun energie voortdurend op peil te kunnen houden, veel tijd moeten besteden aan zoeken van eten. Om hun lichaamswarmte op peil te houden, kruipen sommige soorten ’s nachts ook dicht bij elkaar, wat hun overlevingskansen sterk vergroot.

Over het voederen van vogels tijdens de winter bestaat al vele jaren discussie tussen voor- en tegenstanders waarbij niet iedereen zich bewust is van het belang ervan. Recente studies ondermeer in Groot-Brittannië tonen nogmaals aan dat je door vogels bij te voederen, ze makkelijker door de winter helpt, zeker bij zeer lage temperaturen of wanneer er een sneeuwtapijt ligt.

Er zijn echter enkele belangrijke voorwaarden waarmee we rekening moeten houden. Enkele suggesties.

• Zorg voor gezond en veilig voedsel met voldoende variatie. Daarmee trek je trouwens meer vogelsoorten aan. Vergeet niet om dagelijks proper en ijsvrij water ter beschikking te stellen. Doe er zeker geen suiker of zout bij want soms gebruiken ze dit water ook als badwater.

• Hou dagelijks de voederplek schoon om ziektes te voorkomen zeker met dreigingen zoals de vogelgriep of andere virussen.

• Zorg voor een beschutte voederplek waar vogels zich veilig voelen en waarvan ze makkelijker poezen en andere predatoren in de gaten kunnen houden.

Daarom is het belangrijk dat je tuin ook een meer verwilderd deel heeft. Ook daar vinden ze voeding en schuilplekken.

Welk voedsel kunnen we aanbieden?

Allerlei zaden en granen zoals zonnebloempitten, haver(mout), tarwe of onkruidzaden. In onze Natuur.winkel worden diverse kant-en-klare zaadmengelingen aangeboden. Een makkelijke oplossing. Ook meerdere mengelingen van pindakaas met bessen, zaden of meelwormen worden niet versmaad.  

Allerlei noten en pitten zoals ongezouten pinda’s, trekken zowel grotere als kleinere soorten aan. Stukjes walnoten, hazelnoten of amandelen helpen om andere, meestal grotere soorten, aan te trekken.

Allerlei fruit zoals (overrijpe) appels, peren en zelfs druiven zijn aantrekkelijk voor bijvoorbeeld merels, lijsterachtigen of boomklevers. Uiteraard ook bessen zoals vlierbessen of bramen die vaak in de tuin groeien, zijn erg geliefd bij spreeuwen of lijsterachtigen.

Zeker ook vetbollen gemaakt uit ongezouten runds- of plantaardig vet, gemengd met zaden en noten. Ze bieden energie, vooral in de wintermaanden en worden gewaardeerd door bijvoorbeeld meesjes of spechten. Ook gedroogde meelwormen zijn een uitstekende bron van eiwitten vooral voor insecteneters zoals roodborsten of mezen

Groente- of keukenresten kunnen een aanvulling zijn voor fazanten, duiven of kraaiachtigen. Brood heeft weinig voedingswaarde maar kan wel een goede aanvulling zijn voor duiven of kraaiachtigen.

En tot slot. Ik hoor geregeld van vogelvrienden dat kauwen, eksters, gaaien, houtduiven, holenduiven, enz… op de voederplaats een probleem vormen omdat  ze ook het voedsel voor kleinere soorten opeten. Maar vergeet niet dat ook deze grotere soorten deel uitmaken van het brede ecosysteem en in koude-periodes ook honger hebben.

Ook zoogdieren zoals eekhoorns worden aangetrokken door onze voedertafels. Hun aanwezigheid levert meestal leuke taferelen op.

Related Posts