Ringwerk
In de regio zijn verschillende ringers actief. Het ringen van vogels wordt gedaan voor wetenschappelijk onderzoek onder leiding van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN). Bij elke geringde vogel wordt minstens de ringnummer, de soort, de leeftijd en de plaats opgeschreven. Meestal worden nog bijkomende gegevens genoteerd zoals vleugellengte, gewicht, staartlengte, lengte van de inkeping op de handpen, … Er zijn verschillende manieren om vogels te voorzien van een ring. Het is mogelijk om jonge vogels op het nest te ringen, maar in onze regio worden de grootste aantallen op trek geringd door gebruik te maken van netten. Op de foto is een zwartkop te zien die in een mistnet gevlogen is. Het gebruik van mistnetten is enkel toegelaten voor ringers die een officiële vergunning hebben en dan ook hebben aangetoond d.m.v. examens dat ze over voldoende ervaring en kennis beschikken om dit werk uit te voeren. De netten worden zeer regelmatig gecontroleerd om te voorkomen dat vogels er te lang zouden inhangen.

Vrouwtje zwartkop in een mistnet. - Foto: Raf Beyers.
Belang van ringwerk
Door het ringen van vogels is het mogelijk om bij een hervangst na te gaan vanwaar deze vogel afkomstig is. Al deze gegevens worden dan ook verzameld in een centrale databank van het KBIN waar ondertussen al meer dan zeven miljoen gegevens in zitten. Het ringwerk levert hierdoor een belangrijke bijdrage om bijvoorbeeld trekbewegingen van vogels te ontrafelen. Bij een invasie van zwarte mezen kunnen veldwaarnemers wel aangeven dat er opvallende aankomst van zwarte mezen is, maar het is enkel dankzij de vele terugmeldingen dat kan nagegaan worden vanwaar deze zwarte mezen afkomstig zijn. De vogels die betrokken waren in de invasies van 2001, 2003, 2005 en 2007 waren blijkbaar afkomstig uit de Baltisch staten en Rusland. Door het samenleggen van gegevens van verschillende ringstations in het buitenland blijkt daarenboven dat de zwarte mezen België bereikten via Polen, Duitsland en Nederland. Voor meer uitleg hierover verwijzen we naar het artikel “Recente mezeninvasies in Vlaanderen” in Natuur.oriolus 74(3): 81-89.
Ludo Roothaert maakt jaarlijks een overzicht van de geringde vogels: 29e Jaarverslag ringen 2008 (PDF - 417 kB).
Enkele interessante soorten
Naast een massa zeer interessante gegevens van onze algemene broedvogels en de algemene doortrekkers worden er regelmatig ook zeldzame soorten gevangen.
Elk jaar worden wel enkele draaihalzen gevangen. Hoewel het er niet naar uitziet, is dit toch een lid van de spechtenfamilie. De soort foerageert vooral op mieren en gedraagt zich meestal ook niet echt zoals een specht. Bij het ringen van zo’n vogel is het natuurlijk ook de uitgelezen kans om het prachtige verenkleed van deze vogel eens van dichtbij te bestuderen. De tekening op de veren die vooral is samengesteld uit verschillende tinten bruin en grijs is ongelooflijk complex en een prachtig staaltje van camouflage.

Draaihals. - Foto: Bram Vogels.
De waterrietzanger is een zeldzame verschijning in België. Het is een broedvogel waarvan het grootste deel van de populatie in Wit-Rusland broedt. De soort doet het allerminst goed en de Waterrietzanger is dan ook opgenomen op bijlage I van de vogelrichtlijn. Vooral op trek is het een zeer onopvallende vogel doordat hij liever laag over de grond zal wegkruipen dan op te vliegen. Het is dan ook dankzij het ringwerk dat we er ons van bewust zijn dat de soort in redelijke aantallen door België trekt.

Waterrietzanger. - Foto: Bram Vogels.
