Zoek naar info over natuur en milieu in de Natuurgids.
De drie fortjes (officieel ‘caponnières’: flankeringsbouwwerken vóór een wal en in de gracht gelegen) van de Verlegde Schijns zijn onderdeel van de historische ‘Vesting Antwerpen’ uit 1914. Deze Vesting bestond uit drie gedeelten: de Hoofdweerstandstelling, een aantal inundaties en de Veiligheidsomwalling.

Fortjes van Ekeren
(foto: Wout Willems)
De Hoofdweerstandstelling bestond uit een 94 km lange gordel van 19 forten en 12 schansen die rond de agglomeratie lagen. De inundaties bevonden zich verspreid ten zuiden, westen en noorden van Antwerpen.
De Veiligheidsomwalling tenslotte bestond ook weer uit 3 gedeeltes: het zuidelijk gedeelte, de tweede lijn van de Linkeroever en het noordelijk gedeelte. Het is dit laatste gedeelte, dat nieuw diende te worden gebouwd, waar wij hier in geïnteresseerd zijn.
Het noordelijk gedeelte van de veiligheidsomwalling zou moeten bestaan uit een doorlopende gracht met wal. Die wal, met zig-zagpatroon en versterkingspunten, zou in de inspringende hoeken een caponnière ter flankering van de lange stukken wal bekomen.
Ook aan de Schelde en enkele andere fronten zouden er versterkingen gebouwd en gemoderniseerd worden. Met de bouw van het noordelijk gedeelte van de omwalling is men nooit ver geraakt. Bij de belegering in 1914 waren er slechts drie caponnières klaar en was men begonnen met het graven van de grachten.
De caponnières hebben een dekking bovenaan met 1,5m dik ongewapend beton. Aan de veldzijde zijn ze gedekt met aarde. De vier kanonkelders, aan weerszijde van een centrale gang, zijn ingericht voor de opstelling van de geschutsstukken.
Sinds 2002 worden de 3 caponnières ’s winters onderzocht op het voorkomen van winterslapende vleermuizen. Tot op heden werden er nog geen vleermuizen gevonden. De fortjes bleken echter wel interessant voor andere winterslapers, met als topper het westelijkste fortje met meer dan 130 vlinders (Dagpauwoog, Kleine Vos, Roesje). Ook zweefvliegen als de Blinde Bij brengen de winter door in de fortjes.
De reden dat er op dit moment nog geen slapende vleermuizen aangetroffen worden ligt waarschijnlijk aan de hoge verstoringsfactor en de geïsoleerde ligging (midden in het veld). Het ‘vleermuisvriendelijker’ maken van de omgeving bestaat uit het voorzien van windluwe verbindingselementen zoals bomenrijen, heggen of opgeschoten struweel, waardoor de dieren de mogelijkheid hebben om zich door het landschap te verplaatsen van en naar hun foerageer- en overwinteringsplaatsen. In de nabije omgeving (Ekerse putten, Bospolder en de Kuifeend) konden ’s zomers al 6 soorten vleermuizen jagend gevonden worden, waaronder de zeldzame Meervleermuis en Ruige dwergvleermuis.