Je bent hier: Home » Nieuws » Beleid » Luithagen Haven: Een windturbine te veel vlakbij Ekeren

Luithagen Haven: Een windturbine te veel vlakbij Ekeren

Net op het moment dat in Vlaanderen het licht dreigt uit te gaan omdat zes van de zeven kernreactoren buiten gebruik zijn, is het niet evident om een nieuwe windturbine in vraag te stellen.

Het staat buiten kijf dat we zo snel mogelijk een forse CO² reductie moeten realiseren. Zon, water en wind moeten op korte termijn het overmatig gebruik van fossiele brandstoffen drastisch verminderen willen we een leefbare wereld nalaten aan de volgende generaties.

Het zoeken naar geschikte locaties voor windturbines is een moeilijk proces in het versnipperde en volgebouwde Vlaanderen. Windturbines brengen onmiskenbaar hinder mee voor de omwonenden en voor de natuur: lawaaioverlast, slagschaduw, verandering in de belevingswaarde van een landschap, veiligheidsrisico’s, aanvaring van vogels en vleermuizen …

De Vlaamse en Europese wetgeving bieden een strikt kader aan al wie windturbines wil bouwen. Allerhande normen en voorwaarden moeten de hinder aanvaardbaar houden. Er zijn normen voor geluidshinder, voor slagschaduw, voor impact op de natuur en landschap, voor veiligheid. Er is duidelijk bepaald in welke ruimtelijke bestemmingen turbines kunnen gebouwd worden. Niet in woongebieden en natuurgebieden bijvoorbeeld; wel in industriegebieden en havengebieden. Al staat dit principe recent onder druk door de intentie om windturbines bestemmingsneutraal te maken, lees ‘nergens a priori uit te sluiten’.

Het Antwerps havengebied is één van de uitgelezen industriële omgevingen om een grootschalig windmolenpark uit te bouwen. Dat gebeurt ook en wordt door niemand in vraag gesteld. In het zuidelijke deel van de haven staan nu 28 grote turbines. Het Antwerps havenbedrijf gaf daarvoor een concessie aan VLEEMO NV dat voor 50% in handen in van Aspiravi NV en voor 50% bij Polders Investeringsfonds NV.

Bij het plannen van windparken is het verstandig om omwonenden inspraak te geven en hun stem ook echt te laten meetellen. Het ontwerpen en uitvoeren van een winderenergieproject moet een participatief proces zijn waarbij alle belanghebbenden ook werkelijk inspraak hebben in het ontwerp, de uitvoering en het bedrijf van het project.

Voorwaarde is dat in een dergelijk proces de uitkomst niet van tevoren vaststaat, maar dat belanghebbenden groen licht kunnen geven, aanpassingen kunnen indienen of kunnen voorstellen het project stop te zetten.

En net daar loopt het mis. Voor een windturbinepark van dergelijke omvang voorziet de wetgever een uitgebreid wetenschappelijk onderzoek via een milieueffecten-rapportage. Een interactief proces waarbij burgers en overheden kunnen aangeven welke effecten en problematieken moeten worden onderzocht. Zo’n procedure kon door Natuurpunt afgedwongen worden voor het noordelijke deel van het Antwerps Havengebied, maar voor het zuidelijk deel (met als grens het Churchilldok in Wilmarsdonk) kregen we geen gehoor.

VLEEMO NV omzeilde hier de voorziene moeilijke onderzoeken door het opsplitsen van haar windpark in kleine onderdelen waardoor er telkens een minder zware procedures nodig was voor hun vergunningen. Hiermee werd de openbaarheid beperkt tot de ‘aanplakking van een gele affiche’ en was alle transparantie zoek. Van het Polder Investeringsfonds NV kunnen we dit verwachten, dat is een bedrijf met een zeer duister financieel verleden. Maar van Aspiravi NV - in eigendom van tientallen Vlaamse gemeentebesturen - verrast ons dit. Hoewel, uit recent onderzoek komt sterk naar voren dat vooral mensen met economische belangen windturbines niet hinderlijk vinden.

Het resultaat van deze werkwijze is dat er nu plots een aanvraag voor een windturbine opduikt op de rand van het bedrijventerrein Luithagen. Een turbine met een tiphoogte van 230 meter. Dat is bijna 4 keer de hoogte van de Sint Lambertustoren. Net over de Luithagenbrug in het verlengde van het Groot Hagelkruis. Vlak bij de natuurgebieden Ekers Moeras en Bospolder en op zo’n 500 meter van de woonwijken Schoonbroek-Leerwijk-Rozemaai.

Slagschaduw

Vooral bij een lage zon veroorzaken de wieken bewegende schaduwen. Deze schaduwen dragen honderden meters ver. Slagschaduw is te vergelijken met het licht telkens aan- en uitschakelen. Uit de slagschaduwstudie blijkt dat zo’n 280 woningen in Ekeren onderhevig zijn aan slagschaduwhinder. 4 uur per jaar en 30 minuten per dag wordt als normaal beschouwd maar een groot deel van de woningen krijgt meer te verwerken. Het meest westelijk deel van de woonwijk Leerwijk valt binnen de zone tussen 16 tot 32 uur/jaar.

Als er door de windrichting of de stand van de zon risico op hinder voor omwonenden bestaat, zijn exploitanten verplicht de windmolens (automatisch) stil te zetten.

VLEEMO stelt dat ze alles zullen doen om het gevaar voor slagschaduwhinder binnen de normen te houden. ‘Gezien hun verbondenheid met de projectzone’ schrijven ze. Dat is niet overtuigend voor een projectontwikkelaar die alle openheid schuwt en stoemelings zijn windmolenproject gerealiseerd wil zien. Er worden ook bijkomende maatregelen voorgesteld om slagschaduwhinder te voorkomen: zoals het installeren van zonnewering op ramen. Dat toont enkel aan dat de hinder reëel is. Ook het aanbrengen van extra beplantingen die het zicht op de windturbine beperken is mogelijk. Zo kan er geen slagschaduwhinder zijn. Logische redenering is dat. Als de zon niet meer in je tuin of op je terras kan schijnen is er ook geen geflikker meer!

BLAUW: 4 uur/jaar - GROEN: 8 uur/jaar - ORANJE: 16 uur/jaar - ROOD: 32 uur/jaar

Geluid

Windmolens maken ook geluid en dat is en blijft vervelend voor wie in de buurt woont. Maar aangezien het geluid van de haven en van de Havenweg nu al oorverdovend is en ruim de geldende normen voor dag en nacht overschrijdt vormt dat blijkbaar geen probleem voor de projectontwikkelaar.

Het is van belang dat meer rekening gehouden wordt met het geluid dat de windturbines produceren. Er zijn nu al bijkomende maatregelen nodig om het geluidniveau in het Ekerse woongebied te verminderen. Geluidshinder die trouwens nog zal toenemen als straks het havengebonden verkeer van de Ring wordt gehaald en rond Ekeren zal worden omgeleid.

De geluidshinder wegcijferen op basis van een computermodel is ons inziens een foute basis om beslissingen te nemen.

Visuele hinder

Daarnaast is er nog de visuele hinder. In een industriële omgeving met hoogspanningsmasten, affakkeltorens, containerstapels en havenkranen zullen windturbines nauwelijks opvallen. Voor de recent gebouwde turbines in het bedrijventerrein Luithagen zijn er geen bezwaren ingediend. Men kan stellen dat mensen ook vertrouwd moeten worden met het beeld van windturbines in hun directe woonomgeving. Misschien wordt dat ooit zo, maar dat neemt niet weg dat intussen de belevingswaarde van een woonomgeving mee bepaald wordt door de huidige harmonieuze skyline.

Een immense turbine achter een kerktoren of voor de deur zal echt storend zijn. Het onderzoek van de visuele impact van de turbines op de omgeving is beperkt tot 4 foto’s en onvoldoende onderbouwd.

Dat terwijl uit recente studies blijkt dat deze belevingswaarde ook financiële gevolgen heeft. Wie een huis bezit in de buurt van een windturbine, verdient daar bij de verkoop minder aan dan een vergelijkbaar huis zonder de gigantische bouwsels in de buurt. Uit de Vastgoedindex van de KU Leuven en het vastgoedbedrijf ERA Belgium blijkt dat huizen binnen een afstand van ongeveer 3 kilometer tot een windmolen een paar procent in waarde kunnen dalen. En dat scheelt meer dan een slok op de borrel.

Natuur

Naast een grote botanische waarde - die uiteraard geen invloed ondergaat van windturbines - zijn de Bospolder en het Ekers Moeras en Muisbroek waardevol voor allerhande vogels. Ze versterken niet enkel de natuurdoelen van het Vogelrichtlijngebied De Kuifeend maar zijn het leefgebied van zeldzame soorten zoals allerlei kleine rietvogels, blauwborsten en roerdompen.

Hoewel de oppervlakte riet en open water in de Bospolder en het Ekers Moeras onvoldoende is voor een koppel roerdompen en hun jongen, worden ze er regelmatig waargenomen in plassen en rietveldjes waar ze hun voedsel kunnen vinden.
Om die reden worden voor windturbines bufferafstanden gehanteerd die soort specifiek zijn. Voor roerdomp is die vastgesteld op 320 meter: 250 meter bufferafstand plus 70 meter rotorvlak.

Open water en rietvegetatie aan Luithagen.

Op basis van de gehanteerde afstandscriteria is er wel degelijk een significante negatieve impact op het leefgebied van de roerdomp. De kans voor ‘aanvaring’ van de zeldzame roerdomp is gewoon reëel. Dat terwijl deze soort in het vogelrichtlijngebied de Kuifeend één van de meest uitdagende doelsoorten is.

Om aan te tonen dat er geen impact is op roerdomp werd maar een gedeelte van het leefgebied van de roerdomp ingetekend. Niet enkel de grote plas en de rietzomen maar ook het zuidelijk gedeelte van de Bospolder en een groot deel van het Ekers Moeras - met kleine plassen en natte rietvegetaties - zijn geschikt leefgebied en worden door de roerdomp gebruikt om voedsel te zoeken. Maar dit past uiteraard niet in de vergunningsaanvraag.

En natuurgebieden zijn er niet enkel voor planten en dieren. Het zijn plaatsen waar je kan sporten of tot rust kan komen. Waar je kunt genieten van de omgeving. Een turbine zo vlakbij doet die belevingswaarde gewoon teniet.

Onze conclusie

Het Antwerpse havengebied op de rechteroever heeft een oppervlakte van 6.784 hectare. Binnen die ruimte moeten locaties voor windturbines gekozen worden die zo weinig mogelijk negatieve impact hebben op mens en natuur.De windturbine aan de Transcontinentaalweg (Nieuwelandeweg) staat veel te dicht bij de Ekerse woonwijken en de natuurgebieden Bospolder en Ekers Moeras. De impact op de natuurwaarden en op het welzijn van de Ekerse burgers is te groot om deze windturbine te vergunnen op basis van een technisch dossier dat vol staat van veronderstellingen en beweringen en geen objectieve weergave is van de realiteit.
Het getuigt van arrogantie en misprijzen ten opzichte van de bewoners van Ekeren dat een vergunning voor een windturbine vlakbij hun woongebied wordt aangevraagd zonder overleg met de burger, zonder transparantie en zonder de burger echt te informeren en te betrekken.

Het openbaar onderzoek loopt nog tot en met 27 september 2018. Dat is heel kort dag! Wie nu geen bezwaar maakt kan later niet meer tussenkomen via andere beroepsprocedures indien de vergunning toch wordt afgeleverd.

Bezwaarschriften kunnen worden ingediend