U hebt het misschien al wel eens afgevraagd. Hoe slaagt men er in om bijvoorbeeld de populatie van de Aalscholver, de Krakeend of de Grauwe gans in Noordwest Europa te bepalen? En wat is het nut van dergelijke tellingen? Is dit het werk van enkele wetenschappers die aan de hand van één of ander ingewikkeld wiskundig model schattingen proberen te maken of worden deze vogels wel degelijk geteld?
We kunnen u geruststellen. Ze worden wel degelijk geteld. Een echt monnikenwerk waaraan in heel Europa duizenden veldwaarnemers, meestal op vrijwillige basis, hun medewerking verlenen. Ook in onze regio!

Vogelteller
Meer dan 25 jaar geleden werd op initiatief van enkele medewerkers van de Gentse Universiteit, samen met een handvol gepassioneerde vogelkijkers, gestart met het tellen van watervogels in de belangrijkste waterrijke gebieden van het land. Dit initiatief was het gevolg van de oproep die werd gedaan door het International Waterfowl Research Bureau (IWRB), het latere Wetlands International. Via het opstarten van een netwerk van regionale tellers in de meeste West-Europese landen, beoogde het IWRB om een beter inzicht te verkrijgen in de populatiegroottes van duikers, futen, aalscholvers, reigers, eenden, ganzen, zwanen en meerkoeten in Noordwest Europa. Later werden ook alle steltlopers aan de soortenlijst toegevoegd.
In Vlaanderen, waar de eindcoördinatie thans berust bij het Instituut voor Natuurbehoud (IN), groeide het aantal tellers gestaag tot meerdere honderden verdeeld over 23 regio’s met elk een regionale coördinator. De Vlaamse gegevens worden via het IN overgemaakt aan de centrale databank van Wetlands International in Wageningen waar ze worden samengebracht met de gegevens van alle andere participerende Europese landen.
De tellingen vinden maandelijks plaats tussen oktober en maart, telkens tijdens het weekend dat het dichtste aansluit bij de 15de van elke maand. Het Instituut voor Natuurbehoud publiceert jaarlijks een rapport met een overzicht van de behaalde resultaten. Dit rapport wordt aan elke teller gratis ter beschikking gesteld.
Ook onze regio, in vaktermen regio 15, is goed vertegenwoordigd. Hij omvat een groot deel van de provincie Antwerpen alsook het oostelijk deel van de provincie Oost-Vlaanderen. Meteen een van de grootste en belangrijkste regio’s in Vlaanderen en wat voor één! Niet minder dan 130 waterrijke gebieden worden volledig geteld waaronder topgebieden zoals het Galgenschoor, het Groot Buitenschoor, De Kuifeend, de Hooge Maey, Blokkersdijk, de kanaaldokken Kallo-Doel, de Schelde (geteld vanaf de Nederlandse grens tot aan de Rupelmonding nabij Boom), de Kalmthoutse Heide, het Groot Schietveld te Brecht-Wuustwezel en de kleiputten te Rijkevorsel-Brecht. Maar ook op het eerste gezicht minder belangrijke watervogelgebieden zoals de fortvijvers rondom de stad Antwerpen worden systematisch geteld. Ook zij bieden verrassende aantallen waaronder nu en dan één of andere zeldzaamheid.

Vogeltelgebieden
Reeds meer dan 30 jaar wordt de praktische organisatie van de tellingen door Ludo Benoy georganiseerd en gecoördineerd.
Verbazingwekkend is het enthousiasme waarmee alle tellers sinds vele jaren deze tellingen nauwgezet uitvoeren. Het is niet zo vanzelfsprekend hoe telkens opnieuw, een zestigtal tellers er keer op keer in slagen om volgens afspraak “hun” telgebied te inventariseren. Dat is niet zo evident. Ze trotseren immers de weergoden met vaak koud, vochtig en winderig weer.
Door bundeling van de tellingen kan de populatie van duikers, futen, aalscholvers, reigers, eenden, ganzen, zwanen en meerkoeten in Noordwest Europa worden bepaald. In sommige jaren leverden de tellingen spectaculaire resultaten op. Zo kon tijdens de strenge winter 1984-1985 de populatie van het nonnetje (de kleinste zaagbek) ‘opgewaardeerd’ worden van 12.000 exemplaren tot meer dan 20.000.
Aan de hand van deze tellingen kan bovendien de internationale belangrijkheid van bepaalde gebieden worden aangetoond in het kader van de Conventie van Ramsar, de EG-vogelrichtlijn, ... onder meer inzake het voorkomen van watervogels.
Nationaal leveren deze gegevens evenzeer informatie op betreffende populatiegrootte van doortrekkende en overwinterende watervogelsoorten, waardoor de belangrijkheid van sommige waterrijke gebieden, zowel binnen nationale en regionale context, kan bepaald worden.
De tellingen leveren bovendien (op korte en lange termijn) belangrijke informatie op betreffende het doortrekverloop van verschillende watervogelsoorten. Verder kunnen aan de hand van opvallende aantalschommelingen van een of meerdere soorten binnen een bepaalde regio, veranderingen inzake voedselaanbod, invloed van recreatie, verzuring, … worden aangetoond.
Tot slot leveren deze tellingen een enorme bron van telgegevens op aan onderzoekers, doctoraatsstudenten ...
Dat kan, maar er zijn twee voorwaarden: we verwachten dat u de meeste watervogelsoorten probleemloos kan determineren, verder moet u zich zes keer per jaar gedurende een halve dag kunnen vrij maken. Meer niet.
We zoeken onder meer tellers voor de forten rond Antwerpen, de Mosten in Meer, de E-10 plas in Minderhout, sommige dokken in de Antwerpse haven, de Hobokense Polder, de Oude Landen, het Rivierenhof ... De opgesomde gebieden worden reeds maandelijks geteld maar de tellers hebben momenteel een overbelast telprogramma, vandaar. Andere suggesties zijn uiteraard welkom.
Hebt u interesse om mee te werken aan deze watervogeltellingen, neem dan contact op met de coördinator van onze regio: Ludo Benoy.