Oorspronkelijk waren ze broedvogels van bergachtige gebieden. Daar maakten ze hun nesten in spleten en holten van rotswanden en klippen. Schuwe bergvogels van eenzame hoogten. Totdat de mens, eeuwen geleden, begon met de bouw van steden, kunstmatige berglandschappen van stenen en beton. Daar vonden ze hun tweede ‘thuis’. We kennen hen nu als typische stadsvogel: de gierzwaluw en de zwarte roodstaart.
Hoewel de kolonisatie van de menselijke omgeving succesvol verliep, hebben deze soorten het nu moeilijker. Natuurpunt Antwerpen Noord zet zich in om deze bedreigde ‘stadsmussen’ te beschermen.

Zwarte roodstaart
Eén van de meest opvallende en typische vogels van onze steden is ongetwijfeld de gierzwaluw. Met zijn krijsende ‘gierende’ geluid, zijn sikkelvormige, donkere silhouet en zijn enorme snelheid kunnen we hem niet verwarren met een andere vogelsoort. Ook niet met de ‘echte’ zwaluwen (zoals boerenzwaluw en huiszwaluw), waarmee hij trouwens helemaal niet verwant is! Het is echter de prachtige, zwierige vlucht die de gierzwaluw de bijnaam van luchtacrobaat heeft gegeven…
De zwarte roodstaart daarentegen is minder opvallend. Qua grootte zit hij zowat tussen merel en huismus in. De mannetjes zijn roetzwart gekleurd, hebben een witte vleugelvlek en een roestkleurige ‘rode’ staart. Het vrouwtje is eerder grijs dan zwart van kleur, maar heeft ook de opvallende rode staart. Eenmaal gezien, vergeet u hem allicht nooit meer!
Dat de gierzwaluw en de zwarte roodstaart zich prima thuis voelen in ons stedelijk landschap vol stenen gebouwen, is eigenlijk niet zo verwonderlijk. Ze vinden bij ons gelijkaardige omstandigheden om te broeden en voedsel te zoeken.
Broeden doen ze bij ons bij voorkeur onder pannen of in gaten en spleten in gebouwen - daarin herkent u nog hun oorspronkelijke broedgebied in bergachtige gebieden. Kleine restgronden, overhoekjes, tuinen ed. zijn van groot belang als voedselgebied voor deze soorten. Hier leven immers insecten, en zowel gierzwaluw als zwarte roodstaart zijn hierop verzot.
Hoewel de kolonisatie van onze steden de voorbije eeuwen succesvol is verlopen, hebben de gierzwaluw en de zwarte roodstaart het de dag van vandaag steeds moeilijker om te broeden bij ons.
Heel wat broedplaatsen verdwenen de laatste jaren door de afbraak van oude gebouwen. Bij nieuwbouw en renovatieprojecten worden de bouwtechnieken bovendien steeds verder geperfectioneerd, zodat er haast geen nieuwe broedplaatsen ontstaan. Kieren en gaten zijn niet meer te vinden, nieuwe pannen sluiten zeer goed af. Daardoor dreigen we onze meest karakteristieke stadsbewoners in de toekomst kwijt te spelen…
Natuurpunt Antwerpen Noord blijft natuurlijk niet bij het pakken zitten. Een goede kennis van onze stadsvogels is daarbij onontbeerlijk. Vaak worden broedplaatsen van zwarte roodstaart en gierzwaluw vernietigd uit onwetendheid. Het is een feit – helaas maar waar – dat de kennis van onze stadsnatuur in de Antwerpse omgeving erg beperkt is.
Daarom wil Natuurpunt Antwerpen Noord in de eerste plaats alle mogelijke broedgebieden van gierzwaluwen en zwarte roodstaarten in kaart brengen: ‘meten is weten’.
Bovendien bieden we deze soorten nieuwe nestgelegenheid aan. Dat doen we op plaatsen waar ze vroeger broedden of in gebouwen waar door renovatie de huidige broedplaatsen dreigen te verdwijnen (zie ook de gierzwaluwenbescherming op de Luchtbal).
Tevens pleit Natuurpunt Antwerpen Noord voor een verplichting om op gemeentelijk niveau bij renovatie- en nieuwbouwprojecten standaard speciale nestgelegenheid voor gierzwaluwen en zwarte roodstaarten te voorzien. Een prachtig voorbeeld van natuurbehoud in een stedelijke omgeving!