Activiteiten

 

Links

 

Natuurgids.net

Zoek naar info over natuur en milieu in de Natuurgids.

U bent hier: naar homepageHome > Actueel

Wie spookt daar in de kerktoren?

Erwin De beuckelaer

Volgens oude vertellingen spookte het vroeger in menig kerktoren. Wanneer het duister de polderdorpen overviel en de kerkklokken middernacht sloegen, zagen buurtbewoners wel eens een schrikwekkende, witachtige verschijning voorbij fladderen. Intussen weten wij wel beter. De kerktoren is één van de favoriete plekjes van de kerkuil.

Schotelantenne

Nachtegaal
Kerkuil

Het bijgeloof dat kerkuilen spoken of geesten zouden zijn, heeft de kerkuil vooral te danken aan zijn expressief wit gezicht. Zijn nachtelijk gezichtsvermogen en zijn vrijwel geluidloze vlucht zorgen ervoor dat hij in de eerste plaats de schrik van iedere veldmuis is.

De kerkuil beschikt over een uitstekend gehoor om zijn prooien te lokaliseren. Van hem wordt gezegd dat hij de hartslag van een muis kan horen op 3m afstand! Zijn hartvormig gezicht werkt als een schotelantenne: het vangt de kleinste ritselgeluidjes op, versterkt ze en geleidt ze naar zijn oren. Omdat zijn rechteroor wat hoger staat dan zijn linker, hoort hij bovendien meer dan het menselijke stereogeluid.

Schuuruil

Meer dan bij andere uilensoorten, gaan bij de kerkuil natuur en cultuur hand in hand. De kerkuil broedt niet alleen in kerktorens, maar ook in houtwallen, kastelen, boerderijen en oude schuren. In Groot-Brittannië heet de kerkuil trouwens Barn owl wat in het Nederlands schuuruil betekent. Van nature is het echter een holenbroeder die zich graag in een holle boom nestelt.

Wanneer een koppeltje een geschikte nestplaats vindt, maken ze een nestkom van gedroogde braakballen. Een broedsel bevat gemiddeld 3 à 7 eieren dat zo'n 35 dagen wordt bebroed. Voor ze kunnen vliegen, verlaten de vrijwel kale uilskuikens het nest om het territorium te verkennen. Toch duurt het enkele maanden vooraleer ze volledig zelfstandig zijn en niet meer door hun ouders worden verzorgd.

Rode Lijst

De populatie kerkuilen varieert van jaar tot jaar en is vooral afhankelijk van de muizenpopulatie. Het jaar 2000 bijvoorbeeld was een topjaar voor de kerkuil in Vlaanderen. In totaal werden meer dan 400 broedende koppels geteld (bron: Instituut voor Natuurbehoud).

Toch staat de kerkuil nog altijd als kwetsbare soort genoteerd op de Rode Lijst van Vlaamse broedvogels. 70% van de uilskuikens sterft tijdens het eerste levensjaar! Doodsoorzaak nummer één is het verkeer. De kerkuil jaagt graag in muizenrijke wegbermen, maar wordt er vaak gegrepen door het voorbijrijdende verkeer. Ook strenge winters eisen hun tol, want veel kerkuilen komen dan om van de honger.

Bovendien wordt het voor de kerkuil steeds moeilijker om een geschikte broedplaats te vinden. Vliegopeningen en nissen worden in kerken systematisch met gaas dichtgemaakt om te vermijden dat duiven zouden binnenvliegen. Schuren maken plaats voor grote, afgesloten loodsen. En door verkavelingen en intensieve landbouw verdwijnen allerlei kleine landschapselementen zoals houtwallen of een knotwilgrijen waar de kerkuil zo graag op zoek gaat naar muizen.

Bescherming

Om te voorkomen dat deze bijzondere vogel volledig verdwijnt uit ons landschap, moet hij nieuwe broedplaatsen ter beschikking hebben. Daarom plaatsen kerkuilenwerkgroepen in heel Vlaanderen speciale kerkuilenbakken (zie inzet). Vooral oude boerderijen en schuren die gelegen zijn in de nabijheid van ruige graslanden, komen hiervoor in aanmerking.

Nieuwe nestplaatsen zijn zeker niet voldoende opdat de kerkuil kan overleven. Het broedsucces is eveneens afhankelijk van het aantal muizen binnen zijn territorium. In de winter worden daarom ruiters geplaatst. Ruiters zijn kleine driepikkels die gevuld worden met hooi, takken en graantjes om muizen te lokken. Dat is echter een tijdelijke oplossing. Om het voedselaanbod structureel te verhogen moeten opnieuw knotbomen, hagen, houtwallen en poelen worden aangelegd.

Als we willen dat de kerkuil in onze kerktorens blijft rondspoken, is er nog heel wat werk aan de winkel. Op de steun van Natuurpunt Antwerpen Noord kan hij in ieder geval rekenen!

Wil je meewerken aan de instandhouding van de kerkuil, neem dan contact op met het Natuur.huis van Natuurpunt Antwerpen Noord.

 

Meer info

 

Contactpersonen

Dossiers