De herfst vormt voor de meeste insecten een keerpunt. Velen sterven, sommigen trekken weg naar warmere oorden, anderen trachten dan weer goed verstopt de winter door te komen.
Als u echter gedacht had, dat de winter volledig insectenloos zou zijn, dan hebt u het mis. Wanneer de temperatuur richting het vriespunt daalt, komen de ijsberen onder de insecten te voorschijn: wintervlinders. Niet dat deze dagactieve nachtvlinders masochistisch van aard zijn. Achter hun koele levenswijze schuilt een meesterlijk plan.
Wintervlinders zijn zeker geen buitenissige bewoners van de noordpool. Ze zijn er in geslaagd om zowat het gehele noordelijke halfrond te koloniseren. Bij ons zijn de kleine en grote wintervlinder (of bruin gebandeerde vlinder) zeer algemene verschijningen. Boomgaarden, bossen, parken en zelfs tuinen genieten hun voorkeur. Als er maar loofhout staat, het liefst appel, peer, kers, eik, meidoorn, hazelaar, sleedoorn of berk. En als het echt niet anders kan nemen ze ook genoegen met struikhei.
De wintervlinders worden vooral actief als de temperatuur nog net niet onder nul graden is gedaald. Enkele graden vorst kunnen ze wel verdragen, maar strenge winters worden ook hen noodlottig. Omdat het bij ons in december en januari meestal zacht is, kan u het leven van de wintervlinders zonder veel moeite van nabij meemaken.
De vlinder die u in de buurt van een loofboom ziet fladderen, is het mannetje. Als die op een twijg neerstrijkt om zich te koesteren in de winterzon, kunt u zijn tekening beter bekijken. Roodachtig grijze wolkjes op de voorvleugels, met op de bruingrijze achtervleugels onduidelijke booglijntjes. Wanneer het mannetje plotseling opgewonden opvliegt, is het beneveld en verstrikt geraakt in een fijn netwerk van geuren, dat het vrouwtje onophoudelijk uitzendt en dat het mannetje gretig ontvangt. Dat doet hij met zijn chemoreceptoren, zeg maar geurvreters, die zich op zijn gevederde antennen bevinden.
Het moet wel een zeer verleidelijk parfum zijn, want zij is bepaald niet moeders mooiste. Mocht u haar, kruipend over een boomstam, in het oog krijgen, dan ziet u wel waarom. Haar grijswitte lijf met donkere lijnen houdt het midden tussen een kever en een spin en vliegen kan ze met haar kleine vleugelstompjes ook al niet.
Toch heeft de natuur dit allemaal zo gewild. Het hoort bij het strategisch plan van de wintervlinder. Als fladderende vrouwtjesvlinder, moeder van een nieuw nageslacht, val je vooral in deze koude, schrale dagen als voedzaam vogelhapje nogal op. Dus heeft ze zich onopvallend op boomstammen verschanst, dicht in de buurt van de knoppen. Immers, wat een vogeloog niet ziet, "ruiken" de mannetjes! Als die in volle vlucht worden gevangen zijn er nog genoeg over om met de vrouwtjes te paren.
Na de paring legt het vrouwtje haar eitjes, soms met 200 stuks tegelijk, in de spleten van de schors. Niet slecht bekeken: als in maart-april de rupsen uit het ei kruipen, kunnen ze meteen met het knaagwerk beginnen. Wintervlinders kennen per jaar maar één generatie. Eind mei, begin juni hebben de rupsen hun buik vol en laten ze zich langs gesponnen draden naar beneden zakken om in de grond te verpoppen. In het najaar ontwaken ze als vlinders en zorgen in november en december voor de nodige winterromantiek.
December en januari zijn ook de maanden van de dansende wintermuggen. Door een winters zonnetje komen ze tot leven, een op en neer trillend patroon dansend in het lage namiddaglicht. Het zijn kleine muggen, met een slank lijf, zeer lange poten, lange vleugels en draadvormige sprieten.
Net als de wintervlinder is ook de wintermug in het najaar en de winter een algemene verschijning in de natuur, ook in uw tuin. In feite is de "wintermug" het hele jaar door aanwezig, alleen valt zijn fragiele verschijning niet op tussen het bonte insectenvolkje dat onze lente- en zomerdagen bevolkt.
Nu, in december, hebben de wintermuggen het rijk voor zich en mogen ze solodansen. Grote groepen mannetjes trachten met hun grillige dans de vrouwtjes naar zich toe te lokken. Na de paring worden de eitjes afgezet op rottend plantenmateriaal, gistend fruit of op een hoopje mest. Plekken waar het voor de larven goed vertoeven is!
Wintermuggen zijn zoals hun naam al doet vermoeden winterhard, hoewel ze bij een Siberische winter ook verstek laten gaan. Om hun winterse avontuurtjes tot een goed einde te brengen hebben ze een slimme oplossing gevonden. Als het gaat vriezen wordt het suiker in hun bloed omgezet in glycerol, een antivriesmiddel, waarop de natuur tot spijt wie het benijdt het eerste patent heeft.