Activiteiten

 

Links

 

Natuurgids.net

Zoek naar info over natuur en milieu in de Natuurgids.

U bent hier: naar homepageHome > Actueel

Loopkevers, de snelheidsduivels op de bosgrond

Als u dacht dat alle kevers trage, plompe insecten zijn, dan komt u bedrogen uit. Op de bosbodem van 't Asbroek wordt er immers aardig wat afgehold door, jawel loopkevers. Wegens hun verborgen levenswijze , zijn ze bij het grote publiek vrij onbekend. Jammer, want ze kunnen onze aandacht best gebruiken.

Uit recent onderzoek blijkt dat zowat één derde van de 352 loopkeversoorten in Vlaanderen bedreigd of reeds verdwenen is. Daarbovenop zijn 91 soorten 'zeldzaam' te noemen. Gelukkig vinden vele soorten in terreinen zoals 't Asbroek een veilig leefgebied .

Onbekend

Loopkever
Loopkever

Niet alleen hun verborgen levenswijze maakt hen onbekend bij het grote publiek, het is ook niet zo eenvoudig om de 352 loopkeversoorten in Vlaanderen op naam te brengen. De Latijnse naam van de overigens algemene soort Carabus problematicus spreekt in dat opzicht boekdelen. Bovendien hadden de meeste loopkevers tot voor kort enkel een Latijnse naam, dus u begrijpt wel waarom ze zo onbekend zijn.

Op de foto

Voor een wat ervaren insectenliefhebber zijn loopkevers vaak in één oogopslag te herkennen aan de slanke poten waarmee ze snel over de bodem of op boomstammen kunnen lopen. Erg groot zijn ze niet: hun afmetingen variëren van een paar millimeter tot 4 cm. Vele loopkevers zijn 'gewoon' zwart of metaalkleurig, maar ons land is ook een aantal bontgekleurde soorten rijk. Naast hun slanke poten verschillen ze van andere kevers door hun lange, vaak draadvormige antennen en doordat minstens 3/4 van hun achterlijf door dekschilden bedekt is.

Loopkevers doen hun naam alle eer aan op de grond. Slechts enkele soorten lopen rond op boomstammen of klimmen af en toe op kruiden om er zaden en stuifmeel te gaan verorberen. Naar insectenmaatstaven kunnen loopkevers behoorlijk oud worden. De grotere soorten, zoals de schallebijters, leven meer dan twee jaar .

Gevarieerd kostje

Slechts weinig vleesetende loopkevers zijn echt gespecialiseerd in een welbepaalde prooi. Een uitzondering hierop zijn de slakkenloopkevers die - zoals hun naam al aangeeft - dankzij hun smalle kop en borstschild de huisjes van slakken binnendringen en de inwoner verorberen. Anderen hebben dan weer een voorkeur voor kortschildkevers .

De meeste loopkevers hebben een gevarieerd kostje dat uit plantaardig en dierlijk materiaal bestaat: wortels, paddestoelen, knollen, bodemdiertjes... Hun dierlijke prooi kunnen ze zonder problemen inhalen - het zijn loopkevers - en vervolgens rustig opeten. Hiervoor zijn loopkevers met een paar stevige kaken , lijkend op een kniptang, voorzien.

Sommigen onder hen hebben de taak als opruimer in de natuur op zich genomen. In plaats van achter levende prooien te jagen, ruimen ze kadavers op.

Lopen en vliegen?

Loopkevers kunnen, zoals vele andere insecten, ook vliegen . Op dit punt vertonen ze aardig wat variatie. Hoewel de meeste soorten stevig ontwikkelde vleugels hebben, worden die slechts door weinigen (bijvoorbeeld de bekende, groengekleurde zandloopkevers) echt gebruikt om te jagen of te vluchten. Het belangrijkste doel van het vliegen is het koloniseren van nieuwe voedselgebieden .

De meeste bosbewonende soorten, zoals de schallebijters , kunnen echter helemaal niet vliegen. Bij de slakkenloopkevers en andere 'grotere' soorten zijn de dekschilden dan weer vergroeid. Zelfs de gevleugelde loopkevers kunnen vaak niet vliegen, omdat hun vliegspieren niet ontwikkeld zijn.

Bio-indicatoren

Loopkevers worden letterlijk overal aangetroffen : in de stad, tuinen, parken, bossen, moerassen, heiden, ruigten. Of een bepaalde loopkeversoort ergens al dan niet wordt aangetroffen is, in tegenstelling met vlinders bijvoorbeeld, zelden afhankelijk van het voedselaanbod omdat ze geen echt voorkeurvoedsel hebben.

Hun aanwezigheid hangt meestal af van een aantal eigenschappen van hun leefgebied zoals zon, schaduw, vochtigheid en bodemreliëf. Sommige soorten zijn sterk gebonden aan bossen, heiden of veengronden. Anderen hebben een grote voorkeur voor vochtige tot natte plaatsen. In dat opzicht vormen loopkevers goede bio-indicatoren - zeg maar een meetinstrumenten - voor de kwaliteit van een gebied.

't Asbroek is een prima plek

Vorig jaar startte er een wetenschappelijk onderzoek in 't Asbroek en het Peerdsbos naar het voorkomen van loopkevers onder leiding van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen. Tot onze aangename verbazing blijken er in 't Asbroek, een relatief klein natuurgebied, dubbel zoveel loopkeversoorten voor te komen dan in het veel grotere Peerdsbos. Totnogtoe hebben we er 24 verschillende soorten aangetroffen.

Alle soorten in 't Asbroek zijn gebonden aan bossen en/of een vochtige bodem. Niet zo verwonderlijk overigens, want 't Asbroek is ongetwijfeld één van de natste plekjes in Schoten , waar veel kwelwater omhoog borrelt. Heel wat loopkevers houden van dit natte, rustige bosmilieu. Hoeft het nog gezegd dat Natuurpunt Antwerpen Noord via het beheer dit natte bosmilieu zoveel mogelijk wil bewaren en herstellen? Onze racende loopkevers zullen er alleszins wel bij varen.

 

Meer info

 

Contactpersonen

Natuurgebieden

Dossiers