De Grote Ruige Heide is bijzonder droog. Dat weerspiegelt zich onmiddellijk in de structuur en de samenstelling van de vegetatie. Struikheide met open plekken begroeid met korstmossen, zandblauwtje en heidespurrie. Stuifzand met enkele schaarse exemplaren van buntgras en zandzegge. Zuur eikenbos met zomereik en her en der nog heidestruiken als ondergroei. Opslag van eik, zeeden en Amerikaanse vogelkers tonen aan dat de successie naar bos onverminderd doorgaat. Het is duidelijk dat bij niets doen de heidevegetatie en de stuifduinen op korte termijn voorgoed zullen verdrongen worden.

Kommavlinder
Dat zou bijzonder spijtig zijn. Denken wij maar aan de zeldzame kommavlinder die hier nog voorkomt. Deze rode lijstsoort staat in de categorie 'bedreigd' en is zelfs in de Kalmthoutse heide niet meer terug te vinden. Deze vlinder houdt van pioniersvegetaties van droge heide met korstmossen en droge schrale graslanden. De wijfjes zetten hun eitjes onder meer af op buntgras en schapegras die in een kleine holte staan op een kale bodem die daarmee snel opwarmt. Een steeds zeldzamer wordend habitat.
Niet zo lang geleden kwam hier ook nog nachtzwaluw en boomleeuwerik voor. Of die zullen terugkeren hangt af van de snelheid waarmee wij het totale gebied kunnen beheren. Maar groene en zwarte spechten zijn wel van de partij, en dat blijft steeds een boeiende belevenis.