Vroeger, zo omstreeks 1900, was de steenmarter heel algemeen in Vlaanderen. Maar het kan verkeren. Sinds WOII was hij zo zeldzaam geworden, dat in 1977 de jacht er op werd gesloten. Gelukkig liet de steenmarter - zoals de meeste marterachtigen - zich niet doen. Sinds een jaar of tien is hij opnieuw aan het toenemen en vrij recent bereikte de steenmarter ook de Noord-Antwerpse regio. De opmerkelijke comeback van een gewiekste vagebond...

Steenmarter
De steenmarter behoort - zoals zijn naam al doet vermoeden - tot de familie van de marterachtigen. Momenteel zijn ze in Vlaanderen met zeven familieleden. De achtste, de Europese nerts, verdween reeds meer dan een eeuw geleden definitief uit ons landschap. Van de nu nog aanwezige marterachtigen zijn de das en de otter wellicht de bekendste. Daarnaast komen ook boommarter, bunzing, hermelijn en wezel in Vlaanderen voor.
Het nauwst verwant met de steenmarter is de boommarter. Beide soorten lijken zelfs zo sterk op elkaar dat ze in het veld vaak niet te onderscheiden zijn! Alleen het verspreidingsgebied zal u bij ons een handje helpen: de boommarter is - totnogtoe - enkel waargenomen in Limburg en het zuiden van Vlaanderen.
Van de bunzing - die in onze streek algemeen is - is de steenmarter wel goed te onderscheiden. In tegenstelling tot de bunzing heeft de steenmarter geen 'kopmasker', maar is hij egaal bruin op de kop. Bovendien is de steenmarter groter dan de bunzing en heeft hij een opvallende (geel-)witte keelvlek. Het zag er lange tijd niet goed uit
Ernest Claes beschrijft in het eerste hoofdstuk van zijn novelle 'Floere het Fluwijn' op een prachtige wijze het typische landschap van de steenmarter. Ze leven bij voorkeur in parkachtige landschappen, aan de rand van bosgebieden en in kleinschalige cultuurlandschappen. Daar vinden ze hun lievelingsvoedsel, dat bestaat uit muizen, mollen, ratten, konijnen, bessen en andere vruchten. 's Winters daarentegen zoeken steenmarters graag rustige gebouwen op, ook in of aan de rand van dorpen.
Samen met de (illegale) jacht is de voorkeur van de steenmarter voor die kleinschalige landschappen bijna zijn ondergang geweest. Door het verloren gaan van bomenrijen, hagen, braakliggende hoekjes en door de nog steeds voortschrijdende versnippering van Vlaanderen door wegen en stedelijke bebouwing zag het er lange tijd niet goed uit voor de steenmarter.
Gelukkig is daar de laatste 10 jaar een einde aan gekomen. Zowel in de ons omringende buurlanden als in Vlaanderen startte de steenmarter aan een comeback. Met uitzondering van West-Vlaanderen kwamen de voorbije jaren vanuit overal in Vlaanderen meldingen binnen van steenmarter. Een jaar of twee geleden kwamen de eerste meldingen binnen van steenmarters in onze buurt, nl. vanuit Schoten en Wijnegem.
Inmiddels zijn er ook steenmarters gesignaleerd in Brasschaat, Brecht en Kalmthout. Onze collega's van Natuurpunt Schijnvallei vzw vonden dit jaar zelfs het eerste nest van een steenmarter in één van hun natuurgebieden!
Uit de waarnemingen blijkt de steenmarter zich bij ons het liefst aan de rand van uitgestrekte bosgebieden zoals het Peerdsbos en de vele kasteeldomeinen, in kleinschalige landschappen en rond rustige (vaak oude) gebouwen op te houden. In onze, menselijke omgeving dus.
De steenmarter mag dan wel terug gekeerd zijn, algemeen is hij zeker niet. U moet dus zeker geen schrik krijgen dat de steenmarter op korte termijn fel zal toenemen of zich zal ontpoppen tot een geduchte kippenrover. De steenmarter eet immers vooral kleine knaagdieren en eventueel eieren, maar schakelt bij voedselschaarste snel over op bessen en fruit.
Steenmarters moeten we dus zeker niet als ongewenst beschouwen. Integendeel, doordat ze aan de top van de voedselpiramide staan, ze behoefte hebben aan een groot jachtgebied met een gevarieerd voedselaanbod en ze specifieke eisen stellen aan hun leefgebied (waaronder de aanwezigheid van houtkanten, ruige hoeken, mooie beekoevers en bermen) kunnen we ze de 'graadmeters' van de natuur in onze regio beschouwen.

Steenmarter
In tegenstelling tot andere diergroepen zoals dagvlinders, vogels, libellen en sprinkhanen vertoont onze kennis van marterachtigen grote leemten. We weten wel dat de steenmarter terug is, maar waar hij precies voorkomt, hoeveel het er zijn in onze streek en in welke mate de steenmarter verder toeneemt of opnieuw achteruitgaat is niet geweten.
Om de grote achterstand van de kennis over de marterachtigen weg te werken, startte het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer in 1998 een onderzoek naar de verspreiding van deze familie in Vlaanderen. Sinds de start werkt Natuurpunt Antwerpen Noord hieraan mee en is regionale coördinator van de actie.
Om meer te weten over de verspreiding van de marterachtigen en over de steenmarter in het bijzonder, is uw hulp noodzakelijk. Als u een marterachtige (das, otter, boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel) waarneemt, is het van groot belang dat u deze waarneming doorgeeft aan ons secretariaat met vermelding van soort, datum en plaats.
Ook als u een dood exemplaar vindt (bijvoorbeeld als verkeersslachtoffer) is het belangrijk dat u dit meldt. Intacte dode marterachtigen worden door onze medewerkers opgehaald en aan wetenschappers van het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer bezorgd. Dit kadert in een grootscheeps onderzoek naar de opeenstapeling van giftige stoffen in marterachtigen (wat iets zegt over de kwaliteit van onze leefomgeving).
Dankzij deze waarnemingen zal het mogelijk zijn effectieve beschermingsmaatregelen te nemen voor onze marterachtigen en voor de steenmarter in het bijzonder. Zodat ook voor diegenen die na ons komen, Floere het Fluwijn geen oud-Vlaamse geschiedenis is, maar een steenmarter die ergens in de buurt rondzwerft...
Rijkelijk geïllustreerde AMINAL folders over dassen en otters.


Voor 2,5 euro te koop in de Natuur.winkel.