"In de donkerste diepte onder de hooimijt heeft Wele, de moeder van Floere, haar nest gebouwd. De hooimijt ligt in het jachtgebied van Wele, dat zich uitstrekt van de baan van Zichem naar Averbode, ten noord- en oostkant begrensd door de beek die buigend door de beemden sliert, en naar het zuiden toe, door de steenweg op Oxlaar. Het akkerland ligt hoger dan de beemden, en tussen de twee staat een brede houtkant van braam- en sleedorens, van varens, brem, geitenblad en wilde hop."

Steenmarter
Zo begint het eerste hoofdstuk van ‘Floere het Fluwijn’, de ontroerende novelle van Ernest Claes over het korte leven van een felle steenmarter die jammer genoeg het onderspit moet delven voor de mens.
Het is een feit dat tot op de dag van vandaag de marterachtigen, die tot de klasse van de roofdieren behoren, bij vele mensen niet of weinig geliefd zijn. Een historische erfenis die ze met zich meedragen.
Vroeger werden de dieren immers opgedeeld in twee categorieën: schadelijke en nuttige dieren. De marterachtigen, evenals bijna alle andere roofdieren, kwamen steevast bij de schadelijke terecht. Vandaar dat men vroeger alles in het werk heeft gesteld om deze dieren te verdelgen.
Hoe kwam het toch dat de marterachtigen zo’n slechte naam hadden? De grote boosdoener was toen het gebrek aan kennis over de inheemse roofdieren. Jammer genoeg vertoont onze kennis over marterachtigen tachtig jaar na het boek van Ernest Claes nog steeds grote hiaten en is een effectieve bescherming van deze dieren niet mogelijk. Gelukkig zal daar nu verandering in komen.

Familie van de marterachtigen
De marterachtigen vormen een grote familie met soorten die onderling sterk verschillen in grootte en levenswijze. In Vlaanderen komen zeven marterachtigen als inheemse soort voor. De achtste soort, de Europese nerts, is al meer dan een eeuw geleden voorgoed uit Vlaanderen verdwenen. Van de zeven die nu nog voorkomen zijn das en otter allicht de bekendste. Daarnaast komen ook boommarter, steenmarter, bunzing, hermelijn en wezel voor.
In tegenstelling tot vele andere diergroepen zoals dagvlinders, vogels, libellen, sprinkhanen vertoont onze kennis over de verspreiding van inheemse marterachtigen grote leemten. Hierdoor, en dit is nog belangrijker, hebben we momenteel geen inzicht in mogelijke trends (toename, afname, stabiel) in de populaties van de meeste soorten marterachtigen. We hebben met andere woorden geen idee of het aantal bunzingen of steenmarters bijvoorbeeld in onze regio daalt dan wel toeneemt.
Het onderzoek is niet alleen belangrijk om meer te weten te komen over de verspreiding van de marterachtigen in Vlaanderen. Deze dieren zijn zeer goede indicatoren voor de hoeveelheid en de kwaliteit van het landschap doordat ze:
Hierdoor zijn onze marterachtigen de ‘graadmeters’ van ons leefmilieu. In gebieden waar het goed gaat met de marterachtigen, mogen we gerust aannemen dat het ook goed gaat met een heleboel planten en andere dieren.
Zoogdieren zijn in Vlaanderen relatief weinig onderzocht. De kennis over de verspreiding van inheemse marterachtigen vertoont grote hiaten of onzekerheden. Over toename of afname van het aantal marterpopulaties is nauwelijks enige concrete informatie voorhanden. Tegelijk is er in Vlaanderen amper inzicht in terreingebruik of voedselspectrum.
Aan het Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer, een wetenschappelijke instelling van de Vlaamse Gemeenschap, wordt sinds 1996 de verspreiding en de ecologie van inheemse marterachtigen (Wezel, Hermelijn, Bunzing, Steenmarter, Boommarter, Otter en Das) onderzocht.
Marterachtigen zijn goed bruikbaar als toetssoort in de hedendaagse benadering van natuur- en landschapsbeheer en van de ruimtelijke planning. Als -niet vliegende- zoogdieren met een vrij groot leefgebied zijn zij bijvoorbeeld een belangrijke graadmeter inzake de versnipperingsproblematiek en als roofdieren staan zij aan de top van de voedselpiramide. Das, otter en boommarter zijn bovendien Rode-Lijstsoorten.
Om op redelijke termijn inzicht te krijgen in al de hierboven gestelde problemen was er nood aan een gebiedsdekkend en dicht netwerk van vrijwillige medewerkers. Natuurpunt Antwerpen Noord coördineert voor haar werkingsgebied, en eventueel voor de aansluitende gemeenten, dit vrijwilligersnetwerk. Op het secretariaat van Natuurpunt Antwerpen Noord staat nu een kleine diepvriezer waarin de dode exemplaren bewaard worden. Verspreid over heel Vlaanderen staan er zo'n 20 van deze diepvriezers. Onze vereniging fungeert dus als centraal stockeringspunt voor het noorden van Antwerpen.
Indien je interesse hebt om op één of andere manier mee te werken aan dit project, geef dan zo snel mogelijk een seintje, zodat we dit vrijwilligersnetwerk zo snel mogelijk operationeel kunnen maken.