Talrijke waarnemingen van ree en eekhoorn en sporadische waarnemingen van onze vriend Reinaert zijn bekend. Reeën komen in de winter en het voorjaar in grote aantallen voor. Groepen tot 15 exemplaren grazen vooral in de weilanden maar ook in de bossen. In de zomer zijn de groepen kleiner.
De oude bomen met holen en scheuren vormen een geschikte kraamkolonie en zomerwoning voor vleermuizen. Zie je onder de opening in een boom een langgerekt spoor aflopen, dan kan je bijna zeker zijn dat hier een vleermuis woont. De open dreven en de bosranden vormen het ideale jachtgebied.
De verscheidenheid aan vegetatietypes zoals bos, weiland en bomenrijen zijn voor vogels zoals buizerd (tekening), sperwer, torenvalk en steenuil van belang. Regelmatig hoor je het gemiauw van de buizerd terwijl hij statig boven het bos zweeft.
Nu noemt men deze vogels heel oneerbiedig roofvogels. Maar eigenlijk zijn dit geen roofvogels, maar stootvogels. In de vlucht stoten zij hun prooi aan. Een roofvogel rooft nesten leeg, en hierbij denken we aan ekster, kraai, vlaamse gaai ... Naast de hogervermelde stootvogels, biedt Het Rood ook nog onderdak aan kleiner vogeltjes zoals de boomklever, de roodborst en het winterkoninkje.