De polders ten noorden van Antwerpen waren eeuwenlang het toneel van ingrijpende veranderingen. Onder inwerking van grote overstromingen werden dijken vernield, werden nieuwe kreken en wielen uitgewoeld of bleven – soms tientallen jaren lang – deze polders onderhevig aan eb en vloed.
Dit drijvende landschap met slikken en schorren was op zijn beurt aan verlanding en opslibbing toe zodat het door de aanleg van nieuwe dijken of door herstel van de oude, terug kon ingepolderd worden. Dit proces heeft zich meermaals herhaald. Vooral in de troebele jaren vanaf het einde van de 16de tot het midden van de 18de eeuw is het landschapsbeeld tussen Ekeren, Stabroek, Berendrecht en de Schelde aanzienlijk gewijzigd.

Plan van de omgeving
De Grote Kreek is één van die zeldzame polderrelicten die binnen het havengebied zijn bewaard gebleven. Zij is een restant van een uitgebreid kreken- en geulenstelsel dat is ontstaan in het begin van de 17de eeuw. Om militair strategische redenen werd omstreeks 1632 de Scheldedijk ter hoogte van het verdwenen polderdorpje Ordam (dat moet gesitueerd worden tussen Oorderen en Lillo – maar kon nooit worden terugevonden) doorgestoken waardoor het Scheldewater vrij spel kreeg in de polder van Oorderen.
Van het ‘Groote Gat’ drong het Scheldewater door naar het binnenland richting Ekeren en Stabroek. De Meulenkreek, het Santvoortgat, het Schaepegat, de Kauwensteinse Geul, de Grote Kreek of Grote Geul en De Noordkreek zijn enkele toponiemen van getijdegeulen die op oude kaarten zijn terug te vinden. Wij hadden hier toen een landschap dat het best vergelijkbaar is met het huidige Verdronken Land van Saeftinghe.
Pas na 100 jaar werd deze drijvende polder opnieuw ingedijkt. Daarbij werden enkele diep uitgeschuurde geulen in het landschap behouden en ingeschakeld in het afwateringssysteem. Het is wellicht aan het toeval te danken dat dit stukje polder – eigendom van het Antwerps Havenbedrijf en van de NMBS – bij de grote havenuitbreidingen van de jaren ‘60 niet is opgehoogd met baggerspecie.
De Grote Kreek vormt samen met het natuurgebied de Kuifeend, de moeraszones binnen het NMBS rangeerstation Antwerpen Noord en de Verlegde Schijns één van de beste Wetlandgebieden in Vlaanderen. Dat heeft uiteraard alles te maken met de ligging vlak bij het Schelde-estuarium.
De Grote Kreek is echter ook omsloten door havengebonden activiteiten en door havenindustrie. Zelfs al is het gebied op het gewestplan Antwerpen aangeduid als natuurreservaat, het is niet evident – zeker niet als wij de geschiedenis van de groei van de Antwerpse haven bekijken – om ‘potentiële industriegronden’ een natuurbestemming te laten behouden.
Dat het Havenbedrijf dit gebied als natuurreservaat in beheer geeft is op zich een opmerkelijk gegeven. Het door Natuurpunt vzw geplande beheer zal de natuurwaarden van de Grote Kreek ongetwijfeld verder doen toenemen. Dit beheer zal worden uitgetekend in overleg met het Havenbedrijf. Het zal deels in functie staan van het behoud van kritische soorten zoals scholekster, watersnip, kluut, kleine plevier en rietzanger, soorten die zich goed voelen in natte graslanden, pionierssituaties en rietvegetaties. En misschien zal de schuwe en sterk bedreigde roerdomp die tot in de jaren ‘80 in de omgeving broedde, zich hier opnieuw thuis voelen. Uiteraard zal er ook gezocht worden naar mogelijkheden voor natuurbeleving.
Het natuurbeheer zal grotendeels uitgevoerd worden door de vrijwilligers van Natuurpunt Antwerpen Noord die daarbij de hulp zullen krijgen van het sociale tewerkstellingsproject Natuur- en Landschapszorg dat sedert zowat één jaar het beheer van de Antwerpse natuurgebieden ondersteunt.
Deze samenwerking tussen Natuurpunt vzw en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen heeft een belangrijke voorbeeldfunctie. Tegen einde 2001 zullen wij inventaris hebben van de aanwezige en potentiële natuurwaarden binnen het havengebied op linker- en rechteroever. Wij hopen dan samen met het bedrijfsleven nieuwe kleinschalige natuurontwikkelingsprojecten op te starten. Projecten, waar de natuur beter van wordt én waarmee verder wordt gewerkt aan het creëren van een noodzakelijk draagvlak voor duurzaam natuurbehoud in en rond een wereldhaven.