Activiteiten

 

Links

 

Natuurgids.net

Zoek naar info over natuur en milieu in de Natuurgids.

U bent hier: naar homepageHome > Actueel

Van militair fort tot vleermuizenhotel

  • Rond 1850 nam de spanning tussen de Europese grootmachten alsmaar toe. België trachtte zijn jonge onafhankelijkheid te verdedigen tegen zijn machtige buren door de regio Antwerpen uit te bouwen als een 'nationaal reduit'. Vooral de vrees voor een Franse inval en dito aanhechting zat er goed in. Bij een agressie door één van de buurlanden moesten de regering en het Belgisch leger zich in de vesting Antwerpen kunnen terugtrekken. Dit in afwachting van militaire hulp van de bondgenoten.

  • De voornaamste onderdelen van deze Antwerpse vesting waren:

    • Een grote omwalling (ongeveer gelijklopend met het tracé van de huidige kleine ring rond Antwerpen) met het Noordkasteel in het noorden en de oude Citadel op het zuid.
    • Een fortengordel met acht bakstenen forten die de stad tegen bombardementen moesten beschermen.
    • Een grote oppervlakte overstroombare polders.

    Fort van Brasschaat
    Fort van Brasschaat
    Fort van Brasschaat
    Fort van Brasschaat
    Fort van Brasschaat

    Uit de Frans-Duitse oorlog in 1870 moesten al vlug lessen worden getrokken. De Pruisische artillerie beschoot Parijs van op een afstand van 7,5 km. De Antwerpse fortengordel lag te dicht bij de stad om de agglomeratie tegen een bombardement te beschermen. De alsmaar toenemende dracht en de vuurkracht van de kanonnen maakte een verder van de stad gelegen fortenstelling noodzakelijk.

    Een nieuwe periode van fortenbouw werd voorbereid met een buitenlinie ten zuiden van de Rupel en de Nete en zo via Broechem, Oelegem, Schoten, Brasschaat, Kapellen, Stabroek naar Berendrecht vlak naast de Schelde. Om financiële redenen werden al deze forten niet gelijktijdig gebouwd. Concept, bewapening, bepantsering en gebruikte materialen wijzigden geregeld in functie van militaire inzichten.

    Het Fort van Steendorp (gebouwd tussen 1882 en 1892) was één van de laatste bakstenen constructies. Langzaam won het gebruik van ongewapend beton veld. Om bomvrije ruimten te bekomen moesten de buitenmuren een dikte hebben van 2 m en de gewelven van 2,50 m. Is het verwonderlijk dat de mengverhouding van cement en zand aan de lage kant werd gehouden en dat het gebruik van betonijzer te duur bleek? Dat reeds in 1912 duidelijk was dat deze betonnen pantserforten geen weerstand konden bieden aan de op dat ogenblik in gebruik zijnde munitie was een pijnlijke vaststelling.

    De bouw van het fort

    De bouw van een reeks pantserforten op de hoofdweerstandstelling op de rechteroever werd definitief beslist in juni 1906. Brasschaat zou een fort van de 'tweede orde' krijgen. Forten van eerste orde waren groter en hadden tevens een hogere bewapening en vuurkracht.

    In 1911 was de ruwbouw afgewerkt. De bewapening bestond uit één pantserkoepel voor een 15 cm kanon, twee koepels voor een 12 cm houwitser en vier koepels voor een 7,5 cm snelvuurkanon. Die hadden elk een schootsveld 360°. Alle bomen die het gezichtsveld verstoorden moesten verwijderd worden en in de omgeving waren alleen houten constructies toegelaten. Die konden indien nodig vlug in brand worden geschoten.

    De 15 cm kanonnen hadden een dracht van 8.400 meter en dienden hoofdzakelijk voor het bestoken van vijandelijke batterijstellingen. De houwitsers - met een dracht van 6.300 meter - konden doelen achter een dekking bestoken en de 7,5 cm kanonnen moesten door hun snelvuur een directe vijandelijke aanval afslaan. Om de grachten onder vuur te kunnen houden waren her en der nog meerdere kleinere kanonnen opgesteld.

    Het Fort van Brasschaat is van het type met 'aangehechte reverscaponnière'. 'Caponnière' is militaire jargon voor een constructie die moet zorgen voor zijdelings vuur. Samen met enkel kanonnen in de traditorebatterij achter aan het fort, moesten de daarop geplaatste koepels de grachten en de flanken onder vuur kunnen nemen bij een infanteriebestorming. Naast de koepels (waarvan de bepantsering thans volledig is verdwenen) zijn er een aantal bomvrije kamers voor de manschappen, de munitieopslagplaatsen, de keuken, de ziekenzaal enz. Zeg maar voor alles wat het garnizoen nodig had. Naar de keelkoepels (aan de zijkanten) en naar de caponnière (vooraan) lopen bomvrije galerijen.

    Bij de belegering in 1914 bleken de forten en schansen niet te voldoen aan de verwachtingen. Het ongewapend beton en de pantserkoepels waren niet bestand tegen Duits bombardement met zware kalibers. Daarenboven bleek de Duitse artillerie buiten het bereik van de bewapening op de forten. Vrij vlug werd vestiging Antwerpen omsingeld en tot overgave gedwongen. Of er ooit één schot door het Fort van Brasschaat werd gelost is ons niet bekend. De enige ontploffingen waren wellicht deze op de foto.

    Na WO I werd het fort heringericht als een infanteriesteunpunt met machinegeweren en later opgenomen in de verdedigingsgordel van het anti-tankkanaal tussen Berendrecht en Oelegem. Enkele opschriften herinneren nog aan de Duitse bezetters die er tijdelijk onderdak vonden. Daarna was het militaire belang volledig uitgeteld en startte langzaam maar zeker een periode van vernieling en verval.

    Militair natuurbehoud

    Hoewel reeds lang bekend was dat de fortengordel rond Antwerpen een bijzondere aantrekkingskracht heeft op overwinterende vleermuizen, rijpte pas enkele jaren geleden de idee om ook iets met het Fort van Brasschaat te ondernemen.

    De eerste contacten met de Krijgsmacht verliepen moeizaam. Hoe konden wij 'burgers' weten dat er op 'verboden militair terrein' zoveel vleermuizen overwinterden. Ontkennen dat wij ooit stiekem op het fort waren geweest zat er niet meer in. Wij hadden aan de kampcommandant net een prachtig dossier toegezonden met de evoluties van de overwinterende vleermuizen en een voorstel van te nemen beheersmaatregelen.

    Stilaan werd het water minder diep. Natuurbehoud en militair gebruik bleken uiteindelijk niet onverzoenbaar en zowat een jaar geleden kreeg Natuurpunt vzw een officiële concessie om het fort te beheren als vleermuizenreservaat.

    Fase één in het beheer was het terugdringen van vandalisme en verstoring. Hierin zijn wij na een jaar hard werken grotendeels in gelukt zodat wij nu kunnen beginnen met de volgende stap. Die bestaat er vooral in om tocht te voorkomen en ervoor te zorgen dat temperatuur en vochtigheid zo constant mogelijk blijven door het dichtmetselen van enkele openingen en het plaatsen van binnendeuren met vliegopening.

    Het ideale hotel voor vleermuizen

    Erg comfortabel moet het fort nooit zijn geweest voor de militairen. Het water sijpelde in de jaren voor WO I wel niet door muren en daken zoals nu het geval is, maar condensatie en slechte verluchting maakte het leven er weinig aangenaam.

    Toch zijn het juist de elementen "koud, nat en donker" die van zo'n oud fort een paradijs maken voor overwinterende vleermuizen. Een ideaal winterhotel voor vleermuizen is het Fort van Brasschaat zeker! Met meer dan 550 overwinterende vleermuizen behoort het tot de 'top drie' van de beste vleermuizenforten in Vlaanderen.

    Dat weten we nu omdat we (in overleg met Landsverdediging) de overwinterende vleermuizen in het Fort van Brasschaat jaarlijks tweemaal tellen. Een tijdrovende en niet eenvoudige karwei die door een groep enthousiaste 'vleermuizentellers' wordt uitgevoerd. In tegenstelling met het beeld dat we zien in veel natuurdocumentaires, hangen onze inheemse vleermuizen niet met honderden aan de muren te slapen. Integendeel: ze kruipen liefst zo beschut mogelijk in allerlei kieren en gaten.

    Zoals in de meeste andere winterverblijven spant de watervleermuis de kroon. Ruim de helft van alle getelde exemplaren behoren tot deze soort. De rustige fortgebouwen vormen in combinatie met de bosrijke omgeving en de fortgracht een ideaal leefgebied, waar de watervleermuis dankbaar gebruik van maakt.

     

    Meer info

     

    Contactpersonen

    Natuurgebieden