Wie ooit, in het buitenland wellicht, onder de indruk kwam van door ratelaars geelgekleurde graslanden, weet perfect welk prachtig beeld we in het overgrote deel van Vlaanderen moeten missen. Slechts enkele decennia geleden was dat echter totaal anders. Hoe algemeen ratelaars vroeger ook waren, de dag van vandaag zijn ze des te zeldzamer. Ook in de Noord-Antwerpse regio is de ratelaar bijna verdwenen. Alleen in de graslanden van Natuurpunt kan je hem nog in grote aantallen aantreffen!

Grote ratelaar (foto: Erik Gintelenberg)
In ons land komen drie soorten ratelaar voor. De harige ratelaar – inderdaad de soort met de meeste haren – is daarvan de zeldzaamste. Hij groeit enkel in droge kalkgraslanden en daarvoor moet je minstens naar de omgeving van de Sint-Pietersberg en de Jekervallei.
Kleine en grote ratelaar, de twee andere soorten, zijn wat minder zeldzaam, al zijn ze in Vlaanderen zeer sterk achteruitgegaan. Deze gele, eenjarige bloeiers lijken nogal op elkaar. Bovendien is ook de standplaats niet altijd even duidelijk, want waar de grote ratelaar eerder de natte overstroombare (riviergraslanden) prefereert, kan je ze ook samen aantreffen.
Dat kan trouwens aanleiding geven tot kruisingen tussen beide soorten. Je merkt het: herkennen van de verschillende soorten ratelaars is eerder een kwestie voor plantenliefhebbers met een neus voor detail...
Waar ratelaars hun naam vandaan halen, is makkelijk te achterhalen. In de lensvormige vrucht zitten na de bloei zaden die, als de vrucht openspringt, in de verdroogde kelk terechtkomen. Wanneer de plant beweegt, door de wind of schudden, maken deze losse zaden een ‘ratelend’ geluid.
Deze relatief zware en grote zaden kunnen zich met de wind slechts enkele meters van de moederplant verwijderen, maar de verspreiding via het water gaat veel sneller en efficiënter. Vooral via winterse overstromingen in rivier- en beekvalleien kent – of moeten we zeggen kende – de plant een grote verspreiding, zodat de graslanden in de daaropvolgende lente en zomer geel kleurden!
Ooit waren grote en kleine ratelaar in Vlaanderen helemaal niet zeldzaam. De graslanden in de Scheldevallei kleurden in juni vroeger geel van de ratelaars! Dat beide soorten nu tot de rariteiten gedegradeerd zijn, heeft veel met de moderne landbouw te maken: die laat immers weinig ruimte voor de door ratelaars geliefkoosde weinig bemeste graslanden. En aangezien ratelaars allergisch zijn voor bemesting en ‘verbetering’ (lees: scheuren en herinzaaien) van onze moderne graslanden, verdwijnen ze bijgevolg snel.
De vroegere landbouwers hebben de ratelaar trouwens altijd als een concurrent beschouwd. Ratelaars zijn immers halfparasieten. Dat betekent dat ze een deel van hun voedingsstoffen zelf produceren (ze beschikken over bladgroen), maar ook dat ze een deel van hun ‘maaltijd’ elders gaan zoeken...
Jawel, ratelaars leven voor een deel op kosten van grassen. Met zuigwortels dringen ze diep in de wortels van grassen door en tappen er voedingsstoffen af. Daardoor vermindert de groei van de grassen en dit ‘opbrengstverlies’ zagen landbouwers liever niet.
Dat remmend effect op de grasvegetatie lijkt echter wat overdreven. Ratelaars kunnen zich immers alleen vestigen waar ze weinig of niet door omringende planten worden beschaduwd. Dus in graslanden waar het gras dus sowieso reeds laag is en niet goed groeit. Maar dat zijn meestal net de meest bloemrijke en waardevolle graslanden in Vlaanderen!
Ook in onze regio is de ratelaar quasi volledig verdwenen. Alleen in de graslanden van Natuurpunt kan (en mag) hij nog rustig ratelen in de wind! Zowel de grote als de kleine ratelaar kan je in onze natuurgebieden tegenkomen.
Dankzij het uitgekiende beheer van Natuurpunt in de Oude Landen groeit de grote ratelaar er met duizenden in de natte graslanden. Hier vertoeft hij trouwens in het gezelschap van heel wat bijzondere plantensoorten zoals vleeskleurige orchis, rietorchis, bosorchis, addertong, goudhaver, pinksterbloem, koekoeksbloem en vele anderen. Samen zorgen ze voor een bonte kleurenpracht in mei en juni.
Wil je de kleine ratelaar bewonderen, dan moet je eens in de Bospolder gaan wandelen. De droge, kalkrijke graslanden vormen zijn thuis, samen met andere juweeltjes zoals bijenorchis, bitterkruid en ruige lathyrus. Het is wel uitkijken geblazen, wil je de kleine ratelaar zien, want de soort is nog niet erg talrijk aanwezig. Daar zal hopelijk snel verandering in komen, doordat we op korte termijn zullen starten met een begrazingsproject in de Bospolder...
Natuurpunt Antwerpen Noord mag dus terecht trots zijn op ‘haar’ ratelende graslanden, het resultaat van de enthousiaste inzet van vele vrijwillige medewerkers bij het beheer van onze natuurgebieden!