Wie graag ’s ochtends of ’s avonds er op uit trekt in de schemering, zal het beamen. Tegenwoordig zie je vaker reeën in Schoten dan pakweg 20 jaar geleden. Dat is niet zo verwonderlijk. Reeën vinden in Schoten een geschikt en afwisselend biotoop met bossen en parken, grasland en akkers. Dat levert hen voldoende voedsel en tal van mogelijkheden voor beschutting op. Daarbij schuwen ze de menselijke omgeving niet. Hoog tijd voor een kennismaking.

Ree
Reeën zijn planteneters. Ze zijn de kleinste en in Vlaanderen de enige wilde vertegenwoordigers van de Europese hertenfamilie, waartoe ook het bekende edelhert en de eland behoren.
Alleen bokken dragen een gewei. In de winter hebben reeën een bruine dikkere vacht, die in het voorjaar dunner en licht rossig kleurt. Reeën herken je snel aan hun ‘spiegel’, een gelig-witte vlek net onder hun staart die sterk op valt wanneer ze het op een lopen zetten.
Eind juli begin augustus vindt de bronsttijd plaats. In de winter, van oktober tot half april leven reeën liefst in kleine groepjes die uit reegeiten met hun jong(en) en bokken bestaan. In Schoten kan je dan groepjes van 10 reeën en meer tegenkomen.
Begin april vallen die familiegroepen uiteen. De volwassen bokken gaan strijden voor de beste territoria. De bok veegt dan met z’n gewei langs jonge bomen en ontschorst deze op enkele cm boven de grond, waarna hij een geurstof uit de voorhoofdsklieren uitsmeert op de boompjes. Tegelijkertijd krabt de bok met de voorpoten aan de voet van de boom en stampt met z’n achterpoten.
Moeder en dochter blijven het langst bij elkaar. Pas als het tijd wordt voor de volgende geboorte verjaagt de geit haar dochter van het jaar voordien. Ze gaat haar eigen centraal gelegen leefgebied hardnekkig verdedigen. Daar worden haar nieuwe jongen geboren in mei. Het grootste deel van de tijd worden de kalfjes door de moeder in dichte vegetatie alleen achtergelaten. Ze zijn dan heel kwetsbaar, maar toch goed gecamoufleerd door hun gevlekte pels. Na ongeveer 2 weken volgen de kalfjes hun moeder.
Reeën zijn herkauwers. Omwille van hun eetgedrag duiden biologen hen aan als “browsers” of snoepers. Ze kiezen voor licht verteerbare energieke kost: kruiden, grassen, knoppen en jonge loten van bomen, bladeren, eetbare paddenstoelen. Echte fijnproevers dus! ’s Winters is het menu beperkt, dan moeten ze zich tevreden stellen met knoppen en twijgen van loof- en naaldbomen, droog gras, klimop, bramen.
In Vlaanderen is de ree de enige grote grazer die in het wild kan ontmoeten. Al zijn reeën schuwe dieren, ze naderen dicht de bewoonde wereld. Je kan ze dan ook vrij gemakkelijk observeren. Ga maar eens op zoek naar hun sporen. Dat kan makkelijk in de parken en bossen in Schoten. In de buurt van poelen en plassen zie je makkelijk de voetprinten. En vergeet niet naar de onderkant van de boompjes te kijken. Veel succes!