Glimwormen hebben altijd tot de menselijke verbeelding gesproken. Met hun merkwaardige eigenschap om licht te produceren, gaven ze aanleiding tot tal van verhalen over elfjes, geesten en trollen… Helaas gaat het de laatste jaren niet goed met hen. Glimwormen: waar vinden we ze nog en voor hoelang? Of behoren deze sprookjesdieren binnenkort helemaal tot het verleden? Als het aan Natuurpunt Antwerpen Noord ligt niet…
Je zou het niet meteen zeggen, maar glimwormen zijn in feite kevertjes. Aan de mannetjes is dat duidelijk te zien: in tegenstelling tot de larfachtige vrouwtjes dragen zij wél vleugels en dekschilden.
Glimwormen hebben hun naam ontleend aan en staan bekend voor hun vermogen om licht te produceren. Dat licht maken ze aan in de gespecialiseerde cellen van hun lichtorgaan, waar een bijzondere, biochemische reactie plaatsvindt. Tijdens deze reactie wordt energie afgegeven onder de vorm van fotonen, licht dus.
Glimmen doen glimwormen bij voorkeur ’s nachts. Een opvallend verschijnsel, wat niet zonder gevaar is in de natuur. Waarom maken ze zichzelf kenbaar en kwetsbaar door zo fel te gloeien?
Het antwoord ligt voor de hand: de glimwormvrouwtjes proberen de overvliegende mannetjes te lokken… Vrouwtjes die goed ‘opvallen’ verdienen zo een kroostrijk nageslacht.
Ook larven, poppen en zelfs de eitjes van de glimworm kunnen er lustig op los gloeien! Daarnaast geven glimwormen voor langere tijd licht wanneer ze verstoord worden, mogelijk een afschrikmiddel tegen vijanden.
In totaal zijn er meer dan 2.000 glimwormsoorten ter wereld bekend, verspreid over alle werelddelen uitgezonderd Antartica, en nog steeds worden er nieuwe soorten ontdekt. In Vlaanderen moeten we het helaas stellen met slechts drie soorten.
De bekendste en algemeenste soort is de grote glimworm. Hij komt in de meest verscheiden biotopen voor, zolang het er maar vochtig is: wegbermen, tuinen, parken, graslanden, oevers, bosranden…
Minder algemeen en beperkter in verspreiding is de kleine glimworm. Hij stelt hogere eisen aan z’n biotoop dan zijn grotere broer. Vooral beekjes in bossen, open plekken en graslanden in bossen kunnen op zijn voorkeur rekenen. De mannetjes van de kleine glimworm staan ook bekend als ‘vuurvliegjes’ omdat ze – in tegenstelling tot de mannetjes van de grote glimworm – tijdens het vliegen een fel licht geven. Wanneer ze in grote aantallen rondvliegen, krijg je een onvergetelijk spektakel!
De slechtst gekende soort is de kortschildglimworm. Dat is niet erg verwonderlijk, want de ongevleugelde mannetjes kruipen vooral overdag rond en de vrouwtjes gloeien ’s avonds niet. Hoe de levenscyclus en de verspreiding van deze soort in elkaar steekt, is niet geweten. De kortschildglimworm is te vinden in tuinen, parken en bossen. De mannetjes zie je dikwijls in grote aantallen rondrennen over paadjes, muren, tussen planten ed. Vooral overdag bij warm, vochtig weer – zoals na een zomerse onweersbui – zijn ze vaak erg actief.
Volwassen exemplaren van alle drie de soorten kan je vanaf juni vinden. De kleine en de kortschildglimworm houden het vol tot midden juli, de grote glimworm is het talrijkst in juli. Ze vallen natuurlijk het best op ’s nachts. De kleine en de grote glimworm starten hun fonkelende activiteit vanaf het einde van de schemering en stoppen ongeveer drie uur na zonsondergang. De mannetjes van de kortschildglimworm zijn, zoals eerder aangehaald, overdag actief.
De glimwormen hebben een vrij groot verspreidingsgebied (tot in China toe) en komen in verschillende biotopen voor. Hun toekomst lijkt dus verzekerd. Niets is echter minder waar. Waarnemingen en gegevens uit de ons omringende landen geven aan dat de glimwormen sinds 1950 sterk achteruit gegaan zijn. Op dit moment loopt er bijvoorbeeld in Groot-Brittannië een onderzoek naar de ecologie en het behoud van de glimworm. Ook uit andere delen van Europa
komen geruchten van een sterke terugval. Tal van mogelijkheden kunnen aan de basis liggen van deze achteruitgang, maar nog geen enkel onderzoek is uitgevoerd om de verschillende ideeën te testen. Mogelijke boosdoeners zijn habitatvernieling, versnippering, vervuiling, pesticidengebruik en zelfs lichthinder!
Hoe staat de glimworm er in onze regio voor? Om eerlijk te zijn: we weten het niet. Er is momenteel zo weinig geweten over de glimwormen in onze regio, dat we geen exact beeld hebben van een voor- of achteruitgang. Maar afgaande op de verontrustende berichten elders, zullen de glimwormen het ook bij ons niet makkelijk hebben.
In onze regio werden twee van de drie soorten reeds waargenomen, nl. grote en kortschildglimworm. Meteen een oproep aan iedereen die interesse heeft (en al eens in de schemering buiten is…) om waarnemingen door te geven aan ons. Ook oude gegevens zijn zeer welkom!