Egels leven aan de randen van bossen, in parken en in dichtbegroeide tuinen. Je kunt ze tegenkomen in Nederland en in België, maar ook in een heleboel andere Europese landen en in Midden-Azië. Omdat ze volledig beschermd zijn, mag je gezonde egels niet mee naar huis nemen of hun rust verstoren.

Egel
Overdag leidt een egel een teruggetrokken leven in zijn nest. Maar tegen valavond gaat hij op zoek naar voedsel. Deze voedselzoektochten gebeuren in een gebied dat zich tot 300 meter rond het nest uitstrekt. Daarbij volgt de egel dikwijls vaste paden want met zijn kleine zwarte kraaloogjes ziet hij niet zo goed. Maar horen en ruiken doet hij des te beter.
De egel is niet de hele nacht actief. Zijn eerste actieve periode bij valavond duurt zo'n 3 uur. Rond middernacht en tegen de ochtend gaat hij telkens nog eens voor enkele uren op pad. Per nacht kan hij zo gemakkelijk enkele kilometers afleggen.
De egel is wakker in de lente, zomer en herfst. In de herfst slaat hij een vetvoorraad op, waardoor hij tijdens zijn winterslaap kan overleven. Als het kouder wordt en er niet voldoende voedsel meer is, zoekt de egel een beschut plekje voor die winterslaap. Onder een heg, een houtstapel, compost- of bladhoop maakt hij een nest van blad, takjes en ander materiaal. Wanneer hij vet genoeg is -jonge egels vaak pas in december, oudere egels al eerder - zoekt hij dit nest op.
Zijn hartslag daalt, zijn lichaamstemperatuur zakt van 35,5 C naar ca. 4°C. Ook de hartslag en de ademhaling lopen flink terug (hartslag: van 180 naar 9 slagen per minuut, ademhaling: van 45 naar 3 keer per minuut. Egels leven tijdens hun winterslaap van de vetreserves die ze in de maanden daarvoor hebben opgebouwd. Zodra hij in de lente ontwaakt, begint hij direct flink te eten om zijn geslonken vetvoorraad aan te vullen. Egels in de vrije natuur bereiken zelden de leeftijd van vier jaar.
De paartijd loopt, afhankelijk van het weer, van ca. mei tot september. De draagtijd is ongeveer 35 dagen. Egeltjes worden blind en doof geboren. Vlak na hun geboorte zijn ze ook nog vrij kaal. Maar als je goed kijkt zie je toch een paar kleine, bleke stekeltjes zitten. Na drie dagen groeien de grijs-bruine jeugdstekels uit.
Na ongeveer twee weken gaan de oogjes van de jonge egels open. De diertjes lijken dan ook al veel meer op hun ouders, want de kleine, bleke stekeltjes van het begin zijn uitgegroeid tot grote, sterke stekels. Nog eens vier weken later zijn de jonge egels zelfstandig. Ze drinken dan geen melk meer bij hun moeder, maar zoeken zelf hun eten bij elkaar. Na 6 tot 8 weken verlaat de moeder haar kleine egeltjes. De jongen blijven vaak bijeen, ook tijdens de winterslaap. Dat vergroot hun overlevingskansen.
Tijdens de winterslaap verliezen egels bijna 25% van hun lichaamsgewicht. Als de egels eind april uit hun winterslaap ontwaken, gaan ze direct op zoek naar lekkere hapjes om hun lichaamsgewicht zo snel mogelijk weer op peil te krijgen.
Egels behoren tot de insecteneters, maar eigenlijk eten ze alles wat ze in de bovenste laag van de aarde en op de grond tegenkomen. Dus behalve insecten eten ze bijvoorbeeld ook slakken, wormen, kikkers, hagedissen, mollen, jonge muizen, vruchten en paddestoelen.
Egels die op zoek zijn naar voedsel maken vaak veel lawaai. Als je goed luistert kun je ze horen snuffelen, proesten en smakken. Maar de kans dat je deze geluidjes overdag hoort is klein, want dan slapen de egels. Pas als het donker is, worden ze actief.
Als egels aangevallen worden door een ander dier, maken ze een bal van zichzelf. Met behulp van een aantal stevige spieren rollen ze zichzelf op en richten ze hun stekels dreigend naar buiten. Meestal helpt deze oproltruc en druipt de vijand teleurgesteld af.

Oproltruc van de eel
Maar er is één dier dat de egels zo nu en dan te slim af is. Dat is de vos. Als er water in de buurt is, rolt dit slimme dier de egel erin. De egel moet zichzelf dan uitrollen om niet te verdrinken en op dat moment slaat de vos zijn slag.
Elk jaar worden er op onze wegen heel wat egels doodgereden. Als een egel door een snel naderende auto wordt verrast, loopt hij soms hard weg. Maar meestal verstart de egel en loopt pas nadien verder. Door de hoge snelheid heeft de egel echter geen schijn van kans. Zelfs al rij je met de wagen over de egel zonder hem te raken, dan nog zal hij het niet overleven omdat hij door de luchtverplaatsing tegen de onderkant van je wagen wordt geslingerd.