Activiteiten

 

Links

 

Natuurgids.net

Zoek naar info over natuur en milieu in de Natuurgids.

U bent hier: naar homepageHome > Actueel

Plantendynamiek is een combinatie van groeikracht én groeiritme

Kris Beerlandt

Planten hebben ons iets belangrijks te vertellen. Ze vertellen over menselijke verlangens en over wat ons drijft.

Slanke sleutelbloem (foto: Hug Van Beek)
Slanke sleutelbloem (foto: Hug Van Beek)

De aantrekkingskracht van hun schoonheid kunnen we niet bevatten zonder de bloem te begrijpen. Planten zijn de alchemisten van de natuur, het zijn experts in het omvormen van water en zonlicht in kostbare stoffen. Deze stoffen zijn zo complex, dat de mens ze zelf niet had kunnen bedenken.

Planten leveren chemische stoffen die ons voeden, genezen, vergiftigen en genot schenken. Bij het ontwerpen van onze tuin zijn zij de onmisbare bouwstenen. De keuze van planten zal de sfeer en de vorm van onze ecologische siertuin in een belangrijke mate mee bepalen.

Planten beschikken over wonderlijke eigenschappen, maar actief verplaatsen kunnen ze zich niet. Ze groeien daar waar de mens ze inplant of waar de wind hun zaad uitstrooit.

Zelden zie je een schaduwminnende bosplant groeien op een open zonnig weiland. Planten groeien op de voor hen meest geschikte plaats. In zich heeft iedere plant een eigen groeikracht. We noemen dat de dynamiek van een plant. Dynamiek ontstaat uit een combinatie van groeikracht en groeiritme. Het is een proces dat begint bij de kieming van een zaad en eindigt bij het afsterven van de plant, afhankelijk van de plantensoort plantensoort.

Een kort groei- en bloeiproces zien we bij de éénjarigen, een lang groeiproces is kenmerkend voor een boom. Bij aanleg of vernieuwing van een tuin rekening houden met de dynamiek van planten is een belangrijk aspect van ecologisch tuinieren.

Een evenwicht bekom je als je planten bij elkaar brengt die elkaar niet wegdrukken. Planten moeten in een min of meer stabiele relatie bij elkaar kunnen groeien groeien. Is dit niet zo, dan zal je bij het onderhoud van je tuin, veel moeten snoeien, wieden en verplanten. Als we bij de keuze van planten rekening houden met de groeikracht van planten zal een bescheiden, ordende tussenkomst volstaan bij het tuinonderhoud.

Een strijd zonder winnaar, dat zien we ook in de gesloten ruimte van het bos. Hier woedt een concurrentieslag van bomen, struiken en kruidachtige planten. Het is een strijd om licht en ruimte. De kruidachtige die we hier terugvinden zijn planten die heel inzetbaar zijn in een schaduwhoek van de tuin. Afhankelijk van waterhuishouding en bodem vind je er een rijke ondergroei van vaste planten, speenkruid, maarts viooltje, slanke sleutelbloem, gele dovenetel, dalkruid, lelietje-van-dalen. Stuk voor stuk zijn het kruidachtige die profiteren van het licht in het voorjaar, als ervan bladeren aan bomen en struiken nog niets of nauwelijks iets te bespeuren valt.

In graslanden beconcurreren de planten elkaar op een andere manier, laag bij de grond of ondiep wortelend in de bodem is er een strijd om licht en voedingsstoffen. Op een vochtige, voedselrijke grond is het niet gemakkelijk om lastige storingskruiden als zevenblad, brandnetel en kleefkruid onder controle te houden. De brandnetel heeft een zeer dominant karakter. Haar dominantie wordt mede bepaald door haar vroege komst. Al vroeg in het voorjaar begint de brandnetel te groeien. Zo krijgt zij een voorsprong op andere kruidachtige. De meeste siertuinplanten worden gepakt op hun tragere opkomstsnelheid en verliezen de strijd op die manier. Moerasspirea, wederik, smeerwortel, valeriaan, kattestaart, heemst, dagkoekoeksbloem groeien op dezelfde gronden. Deze planten krijgen betere groeikansen als we daar een maaibeheer toepassen vroeg in het voorjaar.

De concurrentiekracht van planten onderling is een belangrijk gegeven en een leidraad bij het bepalen van welke planten wij kiezen in onze ecologische siertuin.

Waarom hebben planten grote of kleinere bladeren, veel bladmoes of eerder kleine en lederachtige? Sommige hebben bloeiwijze met bloemen opgericht naar de zon en andere laten hun bloemen hangen. Eeuwenlang hebben planten allerlei evoluties en aanpassingen doorgemaakt. Deze evolutie heeft zijn sporen nagelaten. Bij een nauwkeurige observatie kunnen ze ons veel vertellen over hun natuurlijke groeiomstandigheden. Deze manier om naar planten te kijken en dan een keuze te maken voor je aanplanting is niet onfeilbaar.

Het wetenschappelijk onderzoek van waar planten groeien en in welk gezelschap ze groeien is nog in volle ontwikkeling.

Wie in de natuur rondkijkt, zal reeds vastgesteld hebben dat de meeste kruidachtige planten een voorkomen hebben die typerend is voor het milieu waar ze thuishoren. In een natuurlijk milieu staan alle planten altijd op de juiste plaats.

Planten uit een droog en zonnig milieu zijn uitgerust om te overleven in vaak zeer moeilijke omstandigheden. Ze beperken hun verdamping, vaak hebben ze een gedrongen groeiwijze met stevige, viltige of stevig behaarde blaadjes zoals kruipende tijm, slangekruid, koningskaars. Ook planten met verhoute stengels verwijzen naar droogteresistentie. Ze groeien op voedselarme, droge gronden, tijm en lavendel zijn daar goede voorbeelden van. Nog andere stapelen vocht op in de bladeren en stengels, muurpeper en huislook zijn bij ons bekende vertegenwoordigers. Ze kunnen lange tijd zonder water. Maar bij een gulle regenbui zuigen zij zich helemaal vol. Planten die in een moeras groeien, hebben meestal frisgroen blad en dikke vlezige stengels. Dotterbloem, groot hoefblad, grote weegbree zijn volumineuze planten met een sterke groeikracht. Hun bladen zijn weinig of niet behaard.

Bloemen die rechtop staan en met de kroon opwaarts gericht groeien, zijn zonneaanbidders. Ze groeien dan ook altijd op open en zonnige standplaatsen. Hoge opwaarts rijzende zomerbloeiers zijn, valeriaan, zonnehoed, margrieten e.a.

Schoonheid is een relatief begrip, en voor het herstel van ons leefmilieu is de schoonheidsfactor geen dwingende vereiste vereiste. Men kan tuinen aanleggen vanuit zuivere milieuoverwegingen. Maar het is de moeite waard om van bij het ontwerp of heraanleg van de tuin de factor schoonheid niet te verwaarlozen.

Blijft de vraag wat is mooi. Wat we wel of niet als mooi ervaren, hangt in grote mate af hoe we de wereld rond ons bekijken. Precies dat kan snel veranderen als we leren kijken naar natuurlijke plantengezelschappen, die we terugvinden in de ons omringende natuurgebieden.

 

Meer info

 

Contactpersonen

Dossiers

Over de auteur

 

Kris Beerlandt is natuurgids en lesgever bij VELT. Lees meer