Kris Beerlandt
Tijdens de zomer is het opvallend stil in de tuin , het zoemen en gebrom van insecten overstemd de vogelzang. Soms hoor je de stille alarmroep van de merel: plok…plok. De merel verwittigt op die manier haar jongen: gevaar!

Zwarte roodstaart
De laatste decennia zijn vaak braakliggende terreinen ontgonnen voor wegen, woningbouw en industrie. Hierbij verloren vogels hun habitat (leefomgeving) en zijn zo voor hun voortbestaan afhankelijk geworden van onze tuinen.
Voor de eigenaars is het daarom van belang een tuin zo in te richten en te beplanten dat vogels er voedsel, water, beschutting en broedgelegenheid vinden. Hoe groot of klein een tuin ook is, we lokken meer verschillende soorten vogels in de tuin wanneer deze voldoet aan de eisen die vogels stellen aan hun leefomgeving.
Hoe beter je tuin is afgestemd op zijn omgeving, hoe groter de kans dat vogels er voedsel en bescherming zoeken. De aanwezigheid van vogels in de tuin is een bron van plezier, vooral als we ze van dichtbij kunnen bewonderen.
Vogelvriendelijk tuinieren betekent niet de we de planten hun gang laten gaan. Verwildering in de tuin leidt naar eenvormigheid. Bepaalde planten zoals grassen en brandnetels gaan dan alles overheersen. De soortenrijkdom van planten neemt af en hierdoor vermindert ook het voedselaanbod.
Andersom een perfect onderhouden tuin, net en zonder een enkel slordig hoekje heeft aan vogels weinig te bieden. Het voortdurend schoffelen, weghalen van blad, takjes en verdorde bloeiwijze leidt ertoe dat er nauwelijks nog insecten, nestmateriaal, zaden en vruchten voor vogels te vinden is.
Uit onderzoek blijkt dat een gebrek aan slakjes de oorzaak is van dunne en poreuze eierschalen bij de koolmees. Het normale menu van de meesjes bestaat uit rupsen en spinnen, maar tijdens de legperiode hebben ze juist de kalk uit de slakkenhuizen nodig. De natuurlijke aanwezigheid van slakken is voor de koolmees van groot belang.
De meeste vogels eten zowel zaden als insecten. Het voedselaanbod voor zaadeters hangt af van de plantkeuze die wij maken. Beplant de border met insectenlokkers als boerenkrokus, boerenwormkruid, kaardenbol, koninginnekruid, kattenstaart, marjolein, hemelsleutel, Japanse anemoon e.a.. Hun bloeiwijze trekken insecten aan en leveren bovendien interessante zaden.
Bes- of vruchtdragende bomen en struiken staan in de vogeltoptien. Bij de besdragende bomen of struiken moet zeker rekening gehouden worden met de kleur en de grootte van de bessen of vruchten. Rood is voor vogels goed te zien en zwart reflecteert ultraviolet licht dat wij niet zien maar vogels wel.
Kleine bessen van de vlier en de rode kornoelje zijn voor kleine vogels als mees en vink goed te eten, maar de grotere bessen van meidoorn en klimop niet. De bessen van deze laatste zijn dan weer voedsel voor merel, koperwiek. Wij opteren bij onze keuze voor een nieuwe aanplant van een struikengordel voor inheemse soorten. De vruchten van deze struiken vormen een belangrijke voedselbron in de winter.
De siertuin netjes en rigoureus onderhouden is een overblijfsel van het idee, dat mensen de natuur in de tuin moeten beheersen en bedwingen. Maar planten vragen niet om dezelfde aanpak als de spullen van onze huiskamer. Daarom vechten tegen de natuur is een hopeloos gevecht.
Beter is het de natuurlijke processen in onze tuin mee te begeleiden. In de herfst kan een uitgebloeide border adembenemend mooi zijn: met een verscheidenheid aan zaadvormen en de vele tinten grijs, beige, bruin en rood. Je beleeft de kleuren van elk seizoen nadrukkelijk anders. Je verbondenheid met de opvolging van de seizoenen geeft een gevoel van erkenning. Dit proces erkennen leidt tot duurzame oplossingen van de vele onderhoudsproblemen die mensen in hun tuin ondervinden.
‘Maar de tuin dat is toch iets anders dan natuur’, hoor je telkens weer. In de natuur knipt niemand iets af, en daar stoort niemand zich aan. Een tuin is gewilde natuur, wij selecteren en rangschikken, verder nemen we er alles bij, groei, bloei en ook verval. Meer natuur verhoogt de belevingswaarde van je tuin: elk seizoen is anders en telkens valt er iets te beleven.
In een vogeltuin is het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen zeker niet verantwoord. Je doodt het voedsel voor vogels en hun jongen. Insectenplagen zijn niet plezierig, maar vogels profiteren er juist van. Vele tuinvogels zijn insecteneters en hebben deze nodig om hun jongen mee groot te brengen. Een mezenpaar bijvoorbeeld nuttigt samen met hun kroost per jaar ongeveer 70.000 rupsen en 20 miljoen insecten.
Enige insectenvraat kunnen we dan maar beter aanvaarden. Als een plant elk jaar terug geteisterd wordt door een insectenplaag, dan staat deze duidelijk niet op de juiste plaats. Verplanten is de boodschap! Regelmatig luizen met een harde straal water van de planten spuiten werkt meestal ook afdoende.
Vogels zoeken schuilplaatsen en nestgelegenheid. Tot de natuurlijke vijanden van de kleinere vogelsoorten behoren de ekster, de Vlaamse gaai en de sperwer. Ze halen vogelnesten leeg. Het leeghalen is natuurlijk en onvermijdelijk en is niet nadelig voor het totale vogelbestand.
We kunnen wel zorgen voor dichte begroeiingen, die voor meer veiligheid zorgen. Dichte doornstruiken zijn de ideale vogelschuilplaatsen. Meidoorn is een perfecte vogelstruik, maar ook berberis, sleedoorn en vuurdoorn zijn geschikt. Struiken zonder doorns mogen ook als ze maar een dichte takkenstructuur hebben: vlier, ribes, kardinaalsmuts of wilde liguster.
Hulst , jeneverbes, klimop en taxus blijven het hele jaar door groen. Hierin kunnen vogels zowel tijdens de zomer als de winter helemaal verdwijnen. We kunnen de vogels helpen met geschikte nestkasten op te hangen die voor een plaatsvervangende nestruimte zorgen.
Belangrijk! De nestkast moet zo geplaatst worden dat de voorkant uit regen, wind of zon hangt. De invliegopening moet op het zuidoosten gericht zijn. Er is veel plezier te beleven aan een paartje vogels met kroost. Natuurlijke nestgelegenheid blijft voor vogels de eerste keuze. Een stapel hout, een tuinhok begroeid met kamperfoelie en klimop biedt kansen om nest te maken.
Vogels hebben water nodig om te overleven, niet alleen om te drinken en te baden, maar ook om de veren in goede conditie te houden. Door het badderen wordt de isolerende werking van het verenkleed in stand gehouden. De lucht wordt vastgehouden en dat beschermt ze zowel tegen warmte als tegen winterkou. Prima is een eenvoudige drink- en wasgelegenheid in de vorm van een vogelbadje. Het beste is een ondiepe schaal op een overzichtelijke plek, maar met de mogelijkheid om zich bij bedreiging te verschuilen.
Een vogeltuin creëren vergt tijd en een aangepaste manier van denken over plantenkeuze en inrichting. Pas aangeplante bomen en struiken bieden weinig dekking, voedsel en nestgelegenheid. Planten worden mede gekozen vanwege hun geschiktheid voor vogels als voedselbron, zangpost of beschutting. Je kan ze dat allemaal geven, zelfs in de kleinste tuin.
Kris Beerlandt is natuurgids en lesgever bij VELT. Lees meer