Activiteiten

 

Links

 

Natuurgids.net

Zoek naar info over natuur en milieu in de Natuurgids.

U bent hier: naar homepageHome > Actueel

Groen tussen steen en beton

Kris Beerlandt

Vaak gehoord is de opmerking: “zo natuurlijk tuinieren - allemaal goed en wel, maar je hebt daar wel plaats voor nodig!” Niets is minder waar! Met een creatieve en open blik rond kijken in de ‘grote’ natuur geeft inspiratie om zelfs tussen de stenen woestijn, die onze straten dikwijls zijn, enkele ecologische principes toe te passen. Een vaste regel blijft: voor elke plaats is er een geschikte plant.Er zijn verschillende mogelijkheden om onze stadse omgeving te verfraaien!

Daktuinen, groendaken, geveltuintjes en gevelbegroeiing liggen binnen ieders bereik. Vanuit de Vlaamse overheid worden deze toepassingen meer en meer gestimuleerd, via publicaties maar ook door geldelijke tussenkomsten. Of het nu gaat over hellende grasdaken of Sedumdaken, stedenbouwkundigen en architecten raken overtuigd van de economische en esthetische waarde van dakbegroeiing. We zetten de verschillende mogelijkheden van groen tussen stenen en beton eens op een rijtje…

Tegeltuinen

Tegeltuin
Tegeltuin

Door enkele tegels te verwijderen vorm je een tegeltuin. Mits toelating van je gemeentebestuur kan je aan de slag. De wetgeving hierover vind je terug in het politiereglement van je gemeente. Na raadpleging van de geldende regels weet je waar je aan toe bent. Stekelige en besdragende planten staan gewoonlijk op het verboden lijstje!

Klimplanten kunnen een huis in grote mate opfleuren en verfraaien. Harde vormen worden er door verzacht en minder mooie aspecten op een elegante manier verdoezeld. Klimmers en geleide planten staan bij elke woning mooi, maar in stad of dorp kunnen ze geheel of gedeeltelijk de functie overnemen van bomen uit de landelijke tuin. De met klimplanten begroeide muren kunnen heel wat dierlijk leven herbergen. Vlinders kunnen hierin overwinteren, lieveheersbeestjes jagen er op bladluizen. Onze kleine zangvogels vinden er beschutting tijdens koude nachten en in de lente is het een prima plek voor nestgelegenheid. Zo’n beplante muur in onze letterlijk ‘ontgroende’ binnensteden heeft een enorme natuurlijke waarde.

Keuze van klimplanten

De keuze van de klimplanten en andere kruidachtigen wordt bepaald door de oriëntatie van de gevel van het huis. De meeste klimplanten in de natuur groeien in een bos, ze vragen dus een humusrijke bodem. Daarom kan je compost voorzien in het plantgat. Het eventuele steengruis laat je gerust zitten: veel klimplanten geven de voorkeur aan goed vochtdoorlatende grond. Sommige klimplanten eisen schaduw aan de voet, bij deze planten zet je best een klein struikje dat als bescherming dient voor de brandende zon.

Schade aan muren?

Een telkens weerkerende vraag over zelfhechtende klimplanten zoals klimop, klimhortensia of wingerdsoorten is of ze schade berokkenen aan muren of bomen. Stevige met cementmortel gemetselde muren zullen geen hinder ondervinden. Op heel oude muren, die met kalkmortel zijn opgetrokken, bestaat de kans dat de hechtwortels zich vasthechten in de zachte substantie. Het gewicht van de klimop kan zulke oude muren zelfs omver trekken. Op deze muren kan men beter windende planten laten groeien die steunmateriaal nodig hebben zoals hop, kamperfoelie of een winterjasmijn.

Zelfhechtende klimplanten hebben hechtwortels waarmee ze zich kunnen vastzetten op een muur of schutting. Voor ons klimaat zijn 5 soorten geschikt: klimop, wingerd, klimhortensia, trompetklimmer en Japanse kardinaalsmuts.

Alle andere klimmers hebben steun nodig, zulke klimmende planten zijn klim- en leirozen, clematissoorten en reukerwten. Slingerplanten draaien zich met een windende beweging rond hun ondersteuning of gastheer, blauwe regen, boskamperfoelie, bruidssluier e.a..

Deze klimplanten zijn ecologisch interessant omdat ze maar een klein plekje grond nodig hebben en toch een groot volume aan groen en bloemen produceren.

Kruidachtige planten horen er ook bij

Om het tegeltuintje nog aantrekkelijker te maken zetten we op een kleine vierkante meter een aantal kruidachtige planten die in eerder marginale groeiomstandigheden gedijen. Bij het bekijken van hun oorspronkelijke vindplaats in de natuur zien we deze planten groeien in dezelfde omstandigheden. Voedselarme en stenige grond samen met een zonnige groeiplaats; Duitse lis, rotsanjer, slangekruid, toortsen kunnen hier goed gedijen. Deze planten hebben geen compost of extra meststof nodig. Kogeldistel, stokroos, éénjarige zonnebloem en muurbloem passen ook op deze plaats. Deze geef je best wat extra compost in het plantgat. Dankbaar zijn ook de planten die zich uitzaaien tussen voegen en in de spleten van stenen zoals St. Janskruid, teunisbloem, Robertskruid, muurleeuwenbek en vrouwenmantel.

Wil je kruiden aanplanten? Dat kan ook maar zij zijn dan als sierplant te gebruiken. Voor consumptie zijn ze meestal niet meer geschikt vanwege de uitlaatgassen van auto’s

Geveltuinen

Een geveltuin die op een natuurlijke manier ingericht is geeft aan een bescheiden rijtjeshuis een uitnodigende en originele uitstraling.

De zomervakantie staat voor de deur, de tijd van verlof nemen en uitstapjes maken. In oude steden en in zuiderse landen zien we binnenplaatsjes en steegjes, waar mensen creatieve oplossingen gevonden hebben om kleine buitenruimtes aantrekkelijk te maken door aanplantingen te kiezen die de sfeer en de beleving verhogen.

Aandacht hiervoor kan je inspireren om thuis ook zulke saaie hoekjes op te fleuren. Jouw aantrekkelijke gevel zet misschien andere mensen ook aan om een tegeltuin aan te leggen. Daardoor komt er alvast meer natuurlijk leven in je straat. Die boeiende keuzes van klim- en kruidplanten die jij als eigenaar maakt geven ook gespreksstof aan buren en passanten, over hoe mooi de bloemen bloeien of hoe lekker ze ruiken… Het buurtleven fleurt er zowaar van op.

In het hoge Noorden horen dakbegroeiingen tot de traditie. Ook dichterbij in Duitsland kan je talrijke voorbeelden van groene daken bekijken. In eigen land is er een hele evolutie te zien, zeker nu waterbeheersplannen en isolatietechnieken aan belang winnen.

Daktuinen

Groendak
Groendak

Groene daken bieden voor een gebouw en zijn bewoners vele voordelen. De neerslag die op het dak valt wordt minder snel afgevoerd. Daardoor krijgen de rioleringen de neerslag trager te verwerken, en is er dus minder kans op wateroverlast. Een groendak heeft ook een langere levensduur dan een gewone dakbedekking. In de zomer wordt het huis op een natuurlijke wijze gekoeld. In het koude seizoen houdt het gebouw de warmte langer vast. Een groendak is geluiddempend en geeft op die manier rust aan de bewoners.

Meer groenbeklede daken in de stad, op tuinhuisjes, op garages en op bedrijfsterreinen, zorgen voor natuurlijke begroeiing, op plaatsen waar deze totaal ontbreekt.

Het begroeide dak absorbeert uitlaatgassen van auto’s en fabrieken. Door de fotosynthese kan er opnieuw zuurstofgas worden aangemaakt. Belangrijk is dat de vuile stofdeeltjes van mobiele en draaiende motors en rubberen banden door de begroeiing wordt vastgehouden en niet meer zo nodig in onze longen terecht komen. Door de verdamping wordt de omgevingslucht minder droog.

Kortom, met de keuze voor dakbegroeiing, hoe klein de oppervlakte ook, maken we onze directe omgeving een stuk natuurlijker. We creëren een nieuwe levensgemeenschap voor vlinders en andere nectarzoekende insecten. Belangrijk bovendien is dat deze groendaken praktisch geen onderhoud vragen, dus weinig verstoring geeft voor zijn natuurlijke bewoners.

Kan dat wel een daktuin?

Daktuin
Daktuin

Het aanleggen van een daktuin lijkt misschien moeilijker dan het is. Aanvankelijk is er een meerkost bij het aanleggen van een groendak, maar door de langere levensduur is de uiteindelijke kostprijs hetzelfde. De meeste groendaken hebben dezelfde opbouw (zie figuur).

Bovenaan vinden we de begroeide laag (1) met naar eigen keuze vele antrekkelijke planten, vetplanten, kruiden, tijmsoorten, wolfsmelksoorten, geraniums e.a. Hieronder volgt een substraatlaag, de grond waarin de planten wortelen (2). Onder de grondlaag ligt een filterdoek dat uitspoeling van de grond voorkomt (3). Op het dak zelf ligt een waterdichte en wortelbestendige folie (4), die het dak (5) beschermt tegen opdringerige wortels. De dikte en de opbouw van de begroeiing kan variëren van 5 cm tot 40 cm, naargelang de kruidlaag die men kiest.

Is het geen uitdaging aan het begin van deze eeuw om deel te nemen aan het ecologisch herstelproces? Alles wat om het huis leeft en gebouwd wordt kan een harmonieuze en zinvolle natuurlijke meerwaarde geven en dit midden in onze stedelijke woonomgeving. De kwaliteitsbarometer van het leven in de stad stijgt recht evenredig voor de bewoners van deze nieuw ingerichte ‘groenwijken’.

Gemeentelijke subsidies

En hoe helpt je gemeente je daarbij? In onze regio zijn er slechts enkele gemeenten die een subsidie voor een groendak aanbieden: enkel Brasschaat en Schoten geven een subsidie van € 25 per m2. In Schoten wordt per persoon voor maximaal € 370 gesubsidieerd, in Brasschaat voor maximaal € 5.000. De stad Antwerpen heeft het plan om in het najaar van 2003 ook een subsidie voor groendaken op te nemen. Verder hebben Antwerpen, Schoten, Stabroek en Wuustwezel een politiereglement voor de aanleg van tegeltuintjes.

Wanneer je overweegt zelf een groendak, een tegeltuintje of een groene gevel aan te leggen, informeer je best even bij je gemeente naar de mogelijkheden. Heb je nog vragen hierover, kan je steeds terecht in het Natuur.huis.

 

Meer info

 

Contactpersonen

Dossiers

Over de auteur

 

Kris Beerlandt is natuurgids en lesgever bij VELT. Lees meer