Kris Beerlandt
Bloemen houden van het vliegend en kruipend volkje; vlinders, bijen, zweefvliegen, hommels, kevers, lieveheersbeestje!
Bloemen zijn als gekleurde uithangborden, zij verspreiden heerlijke geuren met als enig doel, zoveel mogelijk bezoekers lokken. Een relatie van de 3B’s; bezoeken, bestuiven en bevruchten. De bezoeker is voor dit werk uitgerust op zeer verschillende manieren.
Het uitzicht en de bouw van de planten zijn sterk geëvolueerd, miljoenen jaren geleden waren de planten veel monotoner van kleur.
Lang geleden voordat bloemen gekleurde kelken kregen, vormden sommige planten al een suikerachtige substantie, die erg op nectar leek. Nu nog zijn er enkele soorten varens, die een soort nectar produceren in kleine kliertjes onder aan de stengel, de adelaarsvaren is een goed voorbeeld. Ook op de bladstelen van kersen vinden we deze kliertjes terug. In een verder stadium in de evolutie van bloemen, leidde het afscheiden van overtollige suiker tot een grotere productie van nectar.
Nectar is de belangrijkste aantrekking voor bloembezoekende insecten. Niet alle bloemen produceren nectar. Sommige vormen grote hoeveelheden stuifmeel om bezoekers te lokken. Een insect kan alleen het stuifmeel of de nectar bereiken als de zuigsnuit of tong lang genoeg is. Dit maakt dat iedere soort bloem een bezoeker aantrekt die qua lichaamsbouw het best is toegerust: plant en insect zijn aan elkaar aangepast. Een ecologische relatie van de bovenste plank.
Met deze gouden regel in ons achterhoofd, wordt plantenkeuze voor onze tuin er misschien niet eenvoudiger op. Maar beter dan ons te laten leiden door modetrends bij het kiezen van kruidachtige planten, kunnen wij ons telkens afvragen, welke meerwaarde geeft deze plant aan het insectenleven in onze tuin.
Mensen houden van vlinders
Het zijn boodschappers van goede tijden… want vlinders dartelen rond als de omgevingstemperatuur minstens boven de 16 graden komt en als het zeer zonnig is. Dus wanneer het voor de mens, aangenaam buiten toeven is.
Vlinders bezoeken meestal bloemen met lange nauwe en buisvormige bloemen met boven aan platte kroonbladen, waar ze lekker op kunnen zitten om aan nectar te nippen. De tong van een vlinder is droog, glad, lang en slank met fijne stekeltjes aan het uiteinde.
Wanneer de tong niet wordt gebruikt, is hij opgerold als een horlogeveer. Zo zie je bij de bekende vlinderstruik (buddleja) dat daar de meeldraden en de stempel verborgen zitten in het buisje van de bloemkroon, zodat het stuifmeel alleen maar vrijkomt via het uiteinde van de vlindertong.
Het stuifmeel van sommige bloemen wordt vervoerd via de kop van een vlinder. Er zijn nog bloemen die men vlinderbloemen noemt, omdat ze zijn aangepast aan vlinderbezoek, tijm, distels, koekoeksbloem, marjolein en zenegroen. De meeste dagvlinders besteden een belangrijk deel van hun tijd aan het bezoeken van bloemen om nectar te drinken. Nectar is een suikerrijke oplossing met vooral sucrose, glucose en fructose. Vlinders zijn één van de soortenrijkste orden binnen de insecten.
Inzicht verlegt onze tolerantiegrens
Insecten vormen de grootste klasse van het dierenrijk. Toch kunnen weinige soorten rekenen op warme gevoelens van de tuinier. Hun aaibaarheidsfactor blijft gering. Dikwijls is de rol van insecten binnen het ecosysteem van onze tuin, niet zo duidelijk. Vaak ervaren mensen dat zoemend en kriebelend volk als bedreigend.
Inzicht in hoe insecten leven en wat zij precies doen voor het natuurlijk leven en vooral voor de rijk bloeiende tuin, kan onze tolerantiegrens verleggen.
Onkruid of voedselplant?
Tussen de planten die wij kiezen voor onze tuin zitten vaak indringers. Het zijn ‘onkruiden’ meegevoerd door de wind. Doorgaans zijn het planten met een grote overlevingscapaciteit. Hoewel mensen leerden dat onkruid lelijk is en moet worden verwijderd, zijn het wilde bloemen. En ze zijn tevens voedselplanten voor de rupsen. En wat zijn rupsen anders dan het eetstadium van vlinder, die we graag verwelkomen in onze tuin.
Een verwilderd achterhoekje in de tuin met brandnetels levert voedsel voor de rupsen van de atalanta, kleine vos en de dagpauwoog. Lieveheersbeestjes bezoeken de brandnetels om op bladluizen te jagen en hun eieren naast de kolonies af te zetten. Zodat op hun beurt de pas uitgekomen larven een gedekte tafel vinden bij de bladluiskolonie. Brandnetels houd je het best in toom, door de bloemtrossen af te knippen of door rond het plekje de worteluitlopers weg te halen.
Planten van de vlinderbloemfamilie, zoals wikkesoorten en klaversoorten, trekken dagvlinders en nachtvlinders aan. Op de bladeren leggen zij eitjes. De bloemen trekken dan weer bijen aan die de bloemen bestuiven.
Ook brommende vriendelijke hommels verdienen meer van onze sympathie, wanneer zij luidruchtig zoemend van bloem tot bloem vliegen. Het zoemen wordt voortgebracht door de trilling van de vleugels, die slaan met een snelheid van 130 tot 240 per seconde, afhankelijk van de grootte van de hommel.
Sommige hommelsoorten hebben tongen van 13 mm. Hommelbloemen hebben dan ook diep gelegen nectarklieren in de bloemkelk. De nectar zit vaak in de kroonbladen met een sierlijk gevormd spoor zoals bij ridderspoor en akelei. Zij boren een gaatje in het achterste gedeelte van het spoor aan de bloemkelk en komen op die manier aan de zo gegeerde nectar.
Leren hoe planten moeten gekweekt worden en welke verzorging er nodig is, is voor vele mensen een uitdaging. Vooral om een ontdekkingstocht door je tuin te maken met als doel een inventarisatie te maken van het bloembezoekend volkje. Maak kennis met dat fladderend en zoemend volk. En weet dat jouw keuze van planten een aanzet geeft om bepaalde levensgemeenschappen in de ecologische siertuin te stimuleren
Kris Beerlandt is natuurgids en lesgever bij VELT. Lees meer