Nu een gedeelte van de Grote Kreek in beheer is van Natuurpunt Antwerpen Noord willen we snel werken maken van een beheersplan voor alle N- en R-gebieden in het rangeerstation. De Grote Kreek kan alvast ingediend worden ter erkenning als natuurreservaat.
Daarom hebben we een ontwerp-beheersplan opgesteld. De komende weken zal dit voorgelegd worden aan de beheerscommissie van de Grote Kreek (met o.m. het Antwerps Havenbedrijf als eigenaar). Tegen eind maart willen we het dossier van de Grote Kreek indienen. Hopelijk volgt de rest van de gronden binnen het rangeerstation - en zeker De Kuifeend - snel. Het beheersplan is alvast opgemaakt voor het ganse gebied.
Binnen het natuurreservaat 'De Kuifeend - Grote Kreek' willen we zowel de natuurlijkheid als de biodiversiteit verder stimuleren. Het gebied bezit actueel en potentieel hoge natuurwaarden geassocieerd met (zeer) natte, reliëfrijke graslanden, rietmoerassen en helder, open water.
De huidige uitgangssituatie - het gebied is gelegen in het 'keurslijf van het rangeerstation en het havengebied waardoor abiotische processen en dynamiek sterk verminderd zijn - noodzaakt de keuze van een 'mechanisch beheersmodel'. Dit wil zeggen dat het beheer perceelsmatig wordt benaderd en dat er vnl. wordt gekozen uit de hele waaier van beheerstechnieken die refereren naar oude landbouwgebruiken, zijnde hooilandbeheer, beweiding, onderhoud historisch grachtennetwerk,…
Er wordt geopteerd voor een blijvend open polderlandschap, waarbij de (restanten van) natuurlijke geomorfologie en karakteristiek ontginningspatroon behouden blijven. Hierbij staat de landschappelijke opbouw en de afwisseling tussen grasland, moeras en open water voorop. Op ht vlak van de vegetatie willen we vooral aandacht schenken aan soortenrijk rietmoeras, helder, open water en een zo volledig mogelijk gamma aan graslandtypen.
Bij de fauna zijn uiteraard de vogels het belangrijkst. Speciale aandacht zal gaan naar het creëren van optimale omstandigheden voor karakteristieke broedvogels van (grote) gevarieerde moerassen zoals Kleine karekiet, Rietgors, Rietzanger, Sprinkhaanzanger, Baardmannetje, Waterral, Bruine kiekendief, Roerdomp, Snor, Porseleinhoen en Wintertaling. Verder dient de waarde van het gebied als refugium tijdens trek- en winterperiode voor Kuifeend, Krakeend, Slobeend, Smient, Pijlstaart,… behouden te blijven en verder versterkt te worden.
Om deze doelstellingen te bereiken zal heel wat omvormings- en inrichtingsbeheer noodzakelijk zijn. De belangrijkste inrichtingsmaatregelen zijn:
Uiteraard zal na de inrichting van de gronden een aantal beheersmaatregelen noodzakelijk blijven. Om kwetsbare, van riet afhankelijke soorten, ook op langere termijn kansen te bieden, zal het noodzakelijk zijn grote delen van het riet regelmatig te maaien. De maaifrequentie zal echter niet hoog liggen: zoals eerder aangehaald zijn veel rietbewonende vogelsoorten gebonden aan overjarig (ongemaaid) riet.
In functie van de gekozen doelstellingen (natte, reliëfrijke graslanden met veel aandacht voor 'weidevogels') zullen alle graslanden in het gebied halfextensief begraasd worden.
De extensivering hier slaat vooral op het beperken van het begrazingsseizoen (± half juni voor het inscharen van vee ten behoeve van weidevogels) en het wegvallen van de bemesting. Om vertrappeling van nesten te vermijden zal de begrazing pas opgestart worden na 15 juni. De graasdruk moet dan gericht worden, op de bijna volledige opruiming van de biomassa.
Het 'schiereiland' in de plas van De Kuifeend is één van de belangrijkste broedgebieden voor o.m. eenden in het gebied. Om totale verbossing van het schiereiland te vermijden wordt voorgesteld om de wilgen op het schiereiland als 'hakhout' te beheren.