Johan Vandewalle, 26 november 2010
Na de teleurstellende klimaatconferentie vorig jaar in Kopenhagen werd afgesproken dat er dit jaar een nieuwe klimaatconferentie zou plaatsvinden in Cancún (Mexico). Vertegenwoordigers van de regeringen van alle landen, overheden en het maatschappelijk middenveld zullen er proberen tot nieuwe, en deze keer goede, afspraken te komen om de klimaatverandering een halt toe te roepen. Omdat België momenteel het voorzitterschap van Europa waarneemt, wordt Europa vertegenwoordigd door Vlaams minister Joke Schauvliege.
Er zijn verschillende gassen die bijdragen aan het broeikaseffect. Die gassen zijn koolstofdioxide (CO2), ammonium (CH4), lachgas (N2O) en gassen die bestaan uit fluorverbindingen (F-gassen). Het effect van elk van die gassen is anders. Daarom wordt de uitstoot omgerekend naar zogenaamde CO2-eq. zodat er kan vergeleken worden. Het grootste aandeel komt van CO2, een veel kleiner aandeel is afkomstig van de andere gassen.
Volgens het Kyotoprotocol moet de Vlaamse broeikasgasuitstoot in de periode 2008-2012 5,2% lager liggen dan in het referentiejaar 1990. De uitstoot daalde van 87,0 miljoen ton CO2-eq. in 1990 tot 81,2 miljoen ton CO2-eq. in 2008. De cijfers van 2009 zijn nog niet verwerkt. In 2008 werd een daling van de totale Vlaamse broeikasgasuitstoot van 6,7% ten opzichte van het basisjaar 1990 gerealiseerd. De totale uitstoot van broeikasgassen in Vlaanderen blijft hiermee sinds 2007 onder het niveau van de lage Kyotodoelstelling. In absolute cijfers daalde de uitstoot van de sectoren elektriciteitsproductie, industrie en landbouw tussen 1990 en 2008, terwijl de sectoren transport en gebouwen een toename van emissies kenden. In 2008 vormen de industrie (36%), de gebouwenverwarming (21%), het verkeer (20%) en de elektriciteitscentrales (14%) de grootste bijdrage in de totale broeikasgasemissies in Vlaanderen.
Uit de voorlopige cijfers van 2009 kan afgeleid worden dat de uitstoot in de sector industrie verder afneemt. Dat is vooral het gevolg van de economische crisis. Zodra de economie terug aantrekt, en dat zal vermoedelijk niet lang meer duren, zal deze achteruitgang vermoedelijk terug tot een stijging leiden.
Behalve de Kyotodoestelling heeft Europa een eigen, iets strengere doelstelling. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen verhandelbare emissierechten en niet verhandelbare. Bedrijven met een verbrandingscapaciteit van minimum 20 MW zijn zelf verantwoordelijk voor het naleven van hun uitstootplafond. Dat kunnen ze doen door zelf minder uit te stoten dan ze mogen, of door het te veel te compenseren. Voor alle andere uitstoot (onder meer die van gebouwen, transport, landbouw en kleinere bedrijven) is de Vlaamse overheid verantwoordelijk. In 2008, het eerste jaar van de Kyotoperiode, bedroeg de niet verhandelbare broeikasgasuitstoot nog 46,6 miljoen ton CO2-eq., of meer dan 0,552 ton CO2-eq. boven de indicatieve Vlaamse doelstelling. Voor de volledige Kyotoperiode (2008 tot 2012) wordt dat tekort momenteel als 6 miljoen ton ingeschat.
In 2006 bedroeg de jaarlijkse broeikasgasuitstoot per persoon in Vlaanderen 14 ton CO2-eq. Met dit cijfer behoort de Vlaming tot de grootste Europese uitstoters, na de Fin, de Ier en de Luxemburger. Ter vergelijking, een Amerikaan stoot gemiddeld 19 ton per jaar uit, een Nepalees 0,1 ton. De broeikasgasuitstoot per persoon wordt in internationale klimaatonderhandelingen vaak gehanteerd als maat voor de billijkheid van de reductie-inspanningen per land. De Milieuverkenning 2030, een uitgave van het Vlaamse milieu- en natuurrapport, vergelijkt verschillende scenario’s om de evolutie van ons milieu te voorspellen. Er zijn 3 scenario’s. Het REF-scenario gaat er van uit dat het beleid niet wijzigt en we verder doen zoals nu het geval is. Het EUR-scenario, bekijkt wat er gebeurt als we het beleid bijsturen om de Europese doelstellingen te halen. Het VISI-scenario is het meest ambitieuze en kiest er voor het beleid ernstig aan te scherpen. Volgens de Milieuverkenning 2030 bedraagt de uitstoot van broeikasgassen in 2030 per persoon in Vlaanderen 16 ton (REF), 11 ton (EUR) en 8 ton (VISI).
Binnen Europa is er afgesproken dat 20% van de CO2-emmissies moet verminderd worden tegen 2020 t.o.v. heb basisjaar 2005. Dat is weinig ambitieus. Volgens wetenschappers in het Internationaal Klimaatpanel (ICC) is een vermindering met 30% noodzakelijk om een mondiale stijging van de temperatuur met 2° C te voorkomen. Het komt er dus op aan dat Europa, vertegenwoordigd door minister Schauvliege, een duidelijk signaal geeft dat het bereid is verder te gaan. Alleen dan zal het mogelijk worden de belangrijkste tegenstanders van een verregaand mondiaal klimaatbeleid (Verenigde Staten, China en Rusland) te overtuigen. Binnen de onderhandeling moet natuurlijk ook voorkomen worden dat de lasten worden afgewenteld op minder ontwikkelde landen. Die landen zullen trouwens de grootste slachtoffers worden van een gewijzigd klimaat en de zeespiegelstijging, en hebben juist de minste mogelijkheden om zich aan te passen.
De milieubeweging en alle andere partners in de Klimaatcoalitie roepen de minister dan ook op om een grote stap voorwaarts te zetten en geen genoegen te nemen met een beperkte protocol. De toekomst van onze aarde hangt er van af.
Na twee intense onderhandelingsweken, blijft het geloof in een globaal klimaatakkoord overeind. De Natuurpunt en de andere natuur- en milieuverenigingen verwelkomen dit bescheiden resultaat, maar benadrukken dat er nog zeer veel werk op de plank ligt. «Het vertrouwen in het multilateraal overleg onder de vleugels van de Verenigde Naties is gered, het klimaat echter nog lang niet.», aldus An Lambrechts van Greenpeace.
Dankzij de, door iedereen geroemde inspanningen, van het Mexicaans voorzitterschap, hebben de bijna 200 aanwezige regeringen een akkoord bereikt over een reeks beslissingen. Dit zal het pad effenen voor een globaal klimaatakkoord op de volgende klimaatconferentie in Zuid Afrika eind volgend jaar. Annick Vanderpoorten, woordvoerder van WWF, verduidelijkt : «De geïndustrialiseerde landen hebben erkend dat het nodig is om de CO2-uitstoot tegen 2020 met 25 tot 40% te verminderen, om de klimaatopwarming te beperken tot 2° C ten opzichte van het pré-industriële niveau. Bovendien hebben ze erkend dat het noodzakelijk is om het ambitieniveau van de nu voorgestelde CO2-reducties te verhogen. Dit is een bescheiden vooruitgang.» Met de oprichting van een groen klimaatfonds voor de klimaatfinanciering van ontwikkelingslanden is er ook vooruitgang geboekt op het vlak van de noodzakelijke klimaatfinanciering voor ontwikkelingslanden. Bovendien legden de onderhandelaars de basis voor een financieringsmechanisme voor de vermindering van emissies ten gevolge van ontbossing.
Sara Van Dyck van Bond Beter Leefmilieu stelt niettemin: «Er blijven heel grote struikelblokken bestaan om een globaal eerlijk en bindend klimaatakkoord te bereiken: de starre houding van Japan en Rusland zorgde ervoor dat er nog geen akkoord bereikt werd over een verlenging van het Kyotoprotocol, de beslissing hiervoor werd uitgesteld tot de volgende klimaattop eind volgend jaar. Bovendien werd geen concreet stappenplan overeengekomen om de te lage emissiereductiedoelstellingen, die dreigen te leiden tot een klimaatopwarming van ten minste 3° C, te verhogen. Daarnaast werden de noodzakelijke financieringsbronnen voor ontwikkelingslanden ook niet geïdentificeerd.»
De Belgische milieuorganisaties zijn blij dat Europa, onder impuls van het Belgisch voorzitterschap, een positieve rol heeft gespeeld voor heel wat belangrijke thema’s, onder andere met haar openheid voor het verlengen van het Kyotoprotocol. Maar om coherent te zijn met haar eigen standpunten, moet Europa haar emissiereductiedoelstelling voor 2020 nu prioritair verhogen van 20 naar 30%, wetende dat de wetenschap ons leert dat een doelstelling van 40% noodzakelijk is. An Lambrechts van Greenpeace concludeert : «Het VN proces is gered, maar het klimaat nog lang niet. Er ligt nog veel werk op de plank.»
De sector waar de meeste vooruitgang geboekt kan en moet worden is die van de isolatie van gebouwen. Dat gaat zowel over woningen en appartementen als over kantoren en bedrijfsgebouwen. De gemiddelde Vlaamse woning kent een zeer slecht isolatiepeil. Een gemiddelde woning in Zuid-Europa is veel beter geïsoleerd en als we de vergelijking maken met Scandinavische landen staan we echt nergens. Dat zorgt ervoor dat we tonnen CO2-verspillen gewoon maar om ons in de winter warm en in de zomer koel te houden. Met de invoering van het energieprestatiecertificaat en het verplichte E-peil bij verbouwingen of nieuwbouw heeft de Vlaamse overheid een eerste schuchtere stap in de goede richting gezet. Het grote probleem blijft natuurlijk dat het verplichte E-peil alleen van toepassing is op nieuwe gebouwen en op grondige verbouwingen. Gemiddeld blijft een woning 30 jaar staan, dus zal dat maar heel langzaam tot verandering leiden. Vooral in de sector van de huurwoningen valt veel energiewinst te boeken. Eigenaars worden door het energieprestatiecertificaat wel verplicht het energiepeil van hun huurwoning kenbaar te maken aan kandidaat huurders, maar vermits veel huurders met een laag inkomen de keuze hebben tussen geen woning of een slecht geïsoleerde woning, hebben ze weinig keuze. Daarom is het belangrijk dat huurders zelf kunnen isoleren met premies voor isolatiemaatregelen en dat eigenaars huurwoningen met steun kunnen isoleren maar zonder de kosten door te rekenen in de huurprijs. Dat laatste gebeurt nu veel te weinig. Eigenaars investeren niet in de isolatie van huurwoningen omdat de winst (lagere energiefactuur) toch bij de huurders terecht komt, of investeren wel, maar verhogen de huurprijs dan vaak veel meer dan de energiebesparing opbrengt voor de huurders.
De Vlaamse Regering heeft op 10 december 2010 beslist dat de steun voor fotovoltaïsche zonnepanelen sneller zal afnemen dan voordien. Vanaf het begin was voorzien dat die vergoeding stelselmatig zou verminderen naarmate men later in het systeem instapte. Dat had twee redenen. Enerzijds daalt de installatiekost jaar na jaar waardoor de terugverdientijd korter wordt, en anderzijds daalt op termijn (wanneer er voldoende aanbod is) ook de marktprijs voor zo’n groene stroomcertificaat. De Vlaamse regering heeft de afname van de vergoeding voor die groene stroomcertificaten nu versneld. Dat betekent dat in 2011 de vergoeding in twee stappen met 30 euro vermindert als je langer wacht om de installatie in gebruik te nemen. Vanaf 2012 vermindert de vergoeding verder met 20 euro per kwartaal. Vanaf 2013 krijg je nog maar een vergoeding gedurende 15 jaar in plaats van 20 jaar. De tabel geeft een overzicht:
Installatie vóór |
nieuwe vergoeding |
duur |
|---|---|---|
| 1 januari 2011 | 350 euro/GSC |
20 jaar |
| 1 juli 2011 | 320 euro/GSC |
20 jaar |
| 1 oktober 2011 | 290 euro/GSC |
20 jaar |
| 1 januari 2012 | 270 euro/GSC |
20 jaar |
| 1 april 2012 | 250 euro/GSC |
20 jaar |
| 1 juli 2012 | 230 euro/GSC |
20 jaar |
| 1 januari 2013 | 210 euro/GSC |
20 jaar |
| 1 januari 2014 | 190 euro/GSC |
15 jaar |
| 1 januari 2015 | 150 euro/GSC |
15 jaar |
| 1 januari 2016 | 110 euro/GSC |
15 jaar |
| 1 januari 2017 | 90 euro/GSC |
15 jaar |
| 1 januari 2018 | 90 euro/GSC |
15 jaar |
| 1 januari 2019 | 90 euro/GSC |
15 jaar |
De terugverdientijd die nu 5 à 6 jaar beloopt zal daardoor verhogen tot 8 à 10 jaar. Hoe langer je wacht met de installatie van zonnepanelen, hoe minder opbrengst je zal hebben. Aarzel daarom niet en neem snel een kijkje op www.natuurpunt.be en bestel je panelen bij onze partner Linea Trovata.
Bij de verbranding van 1.000 kg steenkool komt er 3.667 kg CO2 vrij. Dat betekent dat iedere Vlaming per jaar gemiddeld het equivalent van 3.818 kg steenkool verbrandt.
Om alle CO2 uitstoot van heel Vlaanderen te compenseren door de aanplant van nieuwe bomen zouden er 100 miljoen volwassen populieren moeten aangeplant worden (en moeten die blijven staan zonder gekapt te worden). Daarvoor is een oppervlakte van de volledige provincie Antwerpen (inclusief alle nu bebouwde gebieden) nodig. Dat is natuurlijk onmogelijk en juist daarom moeten we vooral inzetten op het verminderen van de uitstoot en het compenseren van wat rest. Alleen daarom loont investeren in natuur en bos al de moeite.
Op dinsdag 8 februari organiseert de gemeente Schoten een info-avond over biodiversiteit en klimaat. Joeri Cortens van Natuurpunt Educatie komt je wegwijs maken in het thema. Maak kennis met de rijke biodiversiteit in Vlaanderen en in je gemeente. Ontdek hoe alles samenhangt en wat de invloed is van de klimaatverandering op biodiversiteit. Of ook, hoe meer natuur en biodiversiteit de gevolgen van de klimaatwijziging kunnen temperen. Trefpunt: donderdag 10 februari, 20 u, Kasteel van Schoten, Kasteeldreef 61. Inschrijven bij de milieudienst van Schoten, tel. 03-685.04.62, milieudienst@schoten.be. Eind maart wordt eenzelfde lezing ook door de gemeente Kapellen georganiseerd. Meer hierover in het volgend nummer.
Zingen voor klimaat
Zondag 29 november
14u tot 16u
Station Brussel Noord
Info-avond Biodiversiteit en klimaat
Donderdag 10 februari 2011
20 u
Kasteel van Schoten