Kathleen Quick - 1 juni 2009
De eerste inrichtingswerken aan het Opstalvalleigebied zijn voltooid. Anderhalf jaar geleden kondigden we in Natuur.ruimte de start van de werken van de eerste fase van het Opstalvalleigebied aan. Nu die werken achter de rug zijn, brengen we graag nieuws uit dit prille natuurgebied.

Sinds de aanleg van het Deurganckdok is er heel wat veranderd aan de manier waarop men in de haven van Antwerpen met natuur omgaat. Men is afgestapt van het oude model dat voorzag in afzonderlijke compensatie voor elk belangrijk natuurplekje dat voor economische doeleinden werd ingenomen. De nieuwe aanpak is gebaseerd op het pro-actief ontwikkelen van robuuste natuur om alzo de gunstige staat van instandhouding van de Europees beschermde habitats en soorten te verzekeren. Op die manier kunnen toekomstige compensatienoden vermeden worden.
Om te weten wat nu precies de gunstige staat van instandhouding betekent, worden er doelstellingen voor de natuur in het havengebied opgesteld. Waar wil men naartoe op vlak van natuur? Vervolgens vertaalt men die doelstellingen (aantallen individuen van een bepaalde soort) naar oppervlaktes van een bepaald soort habitat. Voor het Opstalvalleigebied werden deze doelstellingen opgesteld voor het gehele gebied. Maar vanwege een deadline voor de realisatie van het AMORAS-project (mechanische slibontwatering van baggerslib), werd de eerste fase al ingericht en werd een deel van de opgestelde doelstellingen hieraan verbonden. Het gaat hierbij onder andere om rietvogels zoals de blauwborst en de rietzanger en eenden zoals de krakeend en de kuifeend. Deze eerste fase is ondertussen ingericht; tijd dus om na te gaan of de beoogde doelstellingen effectief worden gehaald (zie kadertekst).
Wat vliegt er nu rond?Een gloednieuw natuurgebied in onze streek trekt natuurlijk heel wat kijklustigen aan. Dankzij de nieuwe website voor het invoeren van waarnemingen wordt snel duidelijk dat er niet alleen veel mensen naar het gebied komen kijken, maar dat er ook al heel wat natuurwaarde aanwezig is. Enkele grepen uit het aanbod: op dit moment is er nog steeds een groepje kluten in het gebied present. Trouwe gasten zijn onder andere bergeenden, wintertaling en een beperkt aantal blauwborsten. Voor een volledige soortenlijst kan je terecht op de website van de vogelwerkgroep (www.antwerpennoord.be/vogelwerkgroep) en dan doorklikken naar waarnemingen.
In de afbakening van het zeehavengebied met een gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan zal ook het overige (en grootste) deel van het Opstalvalleigebied (gelegen tussen de Antwerpsebaan en de snelweg A12) herbestemd worden van zone voor sliblagunering met nabestemming buffergebied, recreatiegebied en (een klein deel) agrarisch gebied naar natuurgebied. Vermits bijna alle percelen in deze tweede fase privaat eigendom zijn, moeten ze eerst aangekocht worden (al dan niet via onteigening) en moet met een flankerend beleid compensatie of grondruil voor de pachters voorzien worden. Pas nadat alle percelen in eigendom van het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen of het Agentschap voor Natuur en Bos zijn, kan gestart worden met de realisatie op het terrein. Het zal één van de eerste opdrachten voor de nieuwe Vlaamse Regering zijn om dat gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan in procedure te brengen.
Eén ding is wel duidelijk. De inrichting van de tweede fase wordt dringend als Infrabel (de spoorwegen) met de uitbreiding van het rangeerstation in het Binnenmoeras wil starten of bij de uitbreiding van de Main Hub en de bouw van het bijhorende Freight Village ter hoogte van de Verlegde Schijns. Als deze werken bovenaan het verlanglijstje van Infrabel komen, wordt de natuurcompensatieplicht belangrijk. De uitbreidingswerken kunnen pas starten nadat de natuurcompensaties in tweede fase van het Opstalvalleigebied gerealiseerd zijn.