Stefan Versweyveld - 18 januari 2009
Wanneer we stellen dat de winter voor vogels het zwaarste jaargetijde is, stampen we een open deur in. ’s Winters geraken vogels moeilijk aan voedsel, terwijl ze dan juist extra veel energie nodig hebben om hun lichaamstemperatuur op peil te houden. Insecten zijn grotendeels verdwenen, bessen vaak al op en regen en sneeuw maken het de zaadeters moeilijk om bij hun voedsel te komen. Het bijvoederen van vogels in de winter is bij veel mensen dan ook een populaire bezigheid. Niet alleen help je de vogels om barre tijden door te komen, je krijgt er een schitterend schouwspel voor terug! Vogels die vaak verscholen blijven of in een flits voorbij vliegen, laten zich nu gemakkelijk bekijken. Als dat geen win-win situatie is…

Een sijs op een voedernetje met pindanoten.
Foto: Francois Van Nerum, FFFS.
Om de winter door te komen, heeft elke vogelsoort zijn eigen aanpak. Er zijn veel vogelsoorten die wegtrekken naar het zuiden zoals grutto’s, ooievaars en zwaluwen. Er zijn ook soorten die vanuit Scandinavië en arctische streken naar ons land komen waaronder ganzen en eenden, maar ook roodborstjes en mezen.
Andere vogels, zoals mussen, blijven hier het hele jaar. Ook de ijsvogel trekt niet ver weg, maar als viseter is hij in strenge winters wel kwetsbaar. Als er nog strenge winters komen tenminste… Veel zangvogels trekken in de winter echter naar dorpen en steden. De ervaring heeft ze geleerd dat daar naast beschutting ook nog allerlei voedsel te vinden valt. Mezen veranderen zelfs gewoon van menu! In plaats van insecten eten ze ‘s winters zaden en noten. Om die kost te verteren passen ze hun darmstelsel aan.
De beste voedertafel is een tuin die op een natuurlijke wijze is aangelegd en onderhouden. In een natuurlijke tuin staan besdragende struiken, blijven uitgebloeide bloemen staan en liggen bladeren op de grond tot in het voorjaar. Daar valt voor de merel en het roodborstje altijd wat te vinden! Zuiver biologisch gezien hoef je vogels niet bij te voederen. Toch zijn er een aantal redenen waarom Natuurpunt Antwerpen Noord adviseert om tuinvogels tijdens de winter bij te voeren. Allereerst verteren vogels bij strenge vorst snel hun vetreserves om hun hoge lichaamstemperatuur van zo’n 40° te behouden. Een winterkoninkje kan in een koude winternacht wel 10% van zijn lichaamsgewicht verliezen! De dagen zijn ook kort, waardoor er weinig tijd is om voedsel te zoeken. Bovendien is het natuurlijke voedselaanbod van vogels de voorbije decennia sterk afgenomen door verstedelijking, industrialisering en intensivering van de landbouw. Allemaal redenen om het de vogels iets makkelijker te maken. Daar komt bij dat het een bijzonder leuke manier is om jouw tuinvogels beter te bekijken!

Wie woont in een bos- of parkrijke omgeving
kan ook wel
eens een eekhoorn zien snoepen. -
Foto: Jan Helsen, FFFS.
Veel vogelsoorten zoeken hun voedsel van nature op de grond. Een sneeuwvrije plek is dan ook een geschikte voederplaats, liefst in de buurt van struiken of een haag, zodat vogels bij gevaar snel een veiliger plek kunnen vinden. Het voordeel van een overdekt voederhuisje is dat het voeder beschermd is tegen regen en sneeuw. Een open voederplank daarentegen heeft weer het voordeel dat deze makkelijk toegankelijk is. Een open voederplank moet opstaande randen hebben van enkele centimeters. Openingen op de hoeken zorgen voor de afvoer van regenwater. Het is bovendien belangrijk dat je de voedertafel regelmatig schoonmaakt met heet water en een borstel (nooit chemische producten gebruiken). Dit voorkomt dat vogels ziek worden van beschimmeld en rottend voedsel. Daarnaast kan een vervuilde voederplank een besmettingshaard zijn waar vogels elkaar besmetten met ziektekiemen. In de winter zijn vogels verzwakt en daardoor extra kwetsbaar. Let op dat de plank of het huisje zo staat opgesteld dat er geen kat bij kan. Plaats ze daarom op minimaal 1,50 meter van de grond.
Vele mensen staan er niet bij stil, maar in de winter is water even belangrijk als voldoende voedsel. Wanneer het gesneeuwd heeft, is het niet nodig voor water te zorgen. De vogels komen dan aan vocht door van de sneeuw te pikken. Anders zet je best een bakje met water buiten. Denk er aan om nooit zout in het water te doen om vervriezing tegen te gaan.
Doe mee met de actie ‘Vogels voeren en beloeren’! Het is erg leuk om te kijken naar je tuinvogels en meetellen is eenvoudig. Je maakt een voederplaats op een veilige plaats en geeft gemengd voer, vetbol en wat extra’s. Wanneer de dieren naar het voer komen, tel je het maximum aantal per soort dat komt eten. Welke vogels komen vaak een graantje meepikken op mijn voederplaats? Trekt mijn tuin veel vogels aan en wat gebeurt er in andere tuinen? Zijn er nu minder Turkse tortels en nemen de eksters werkelijk in aantal toe? Doe mee met het project ‘Vogels voeren en beloeren’ van Natuurpunt en samen zoeken we een antwoord op dit soort vragen! De actie ‘Vogels voeren en beloeren’ loopt tot 31 maart 2009. Op 7 en 8 februari 2009 is er een nationaal telweekend. Meer informatie vind je op www.natuurpunt.be/tuinvogels. |