Vogelwerkgroep Natuurpunt Antwerpen Noord & Guy Robbrecht (FIR) - 30 september 2008
In de middeleeuwen was ‘slecht’ een synoniem voor ‘algemeen’. In die zin wordt meteen duidelijk dat de slechtvalk vroeger een algemeen voorkomende vogel was in onze streken. Vanaf de zestigerjaren was er een spectaculaire achteruitgang merkbaar met als gevolg het verdwijnen van de slechtvalk als broedvogel. Dit had vooral te maken met het gebruik van DDT en andere pesticiden die cumuleerden in de slechtvalk. Het gevolg was dat de eierschalen te dun werden en braken. De broedsels mislukten en uiteindelijk werden de valken zelfs steriel.

Vliegende slechtvalk. - Foto: Manu De Hauwere, FIR.
Sinds de negentiger jaren beginnen de aantallen weer toe te nemen. Naast een verbod op het gebruik van de meest schadelijke pesticiden is de toename in België er mede gekomen dankzij de inspanningen van het Fonds voor Instandhouding van Roofvogels (FIR). Deze organisatie hangt sinds 1994 op geschikte locaties speciale nestkasten voor de slechtvalk. Bijna alle slechtvalken in Vlaanderen broeden in zo’n nestkasten.
Slechtvalken broeden van nature op richels van rotswanden en kliffen maar aanvaarden relatief gemakkelijk alternatieve nestplaatsen. Hierbij stellen ze weinig eisen, als de nestplaats zich maar hoog genoeg bevindt en de onmiddellijke omgeving gunstig is om te jagen. Niet elk gebouw komt dus in aanmerking om een nestkast voor een slechtvalk te plaatsen. Daarom worden deze kasten meestal geplaatst op koeltorens, industriële schouwen, kathedralen en andere hoge gebouwen.
De slechtvalk is onze grootste inheemse valk en is bij ons het hele jaar door te zien. De slechtvalk jaagt op allerlei soorten vogels, maar in steden en havengebieden bestaat zijn menu grotendeels uit duiven. Zijn manier van jagen bestaat erin om eerst hoog boven zijn prooi te cirkelen en dan met een razendsnelle stootvlucht toe te slaan. De prooi wordt gedood doordat de nek breekt wanneer een slechtvalk in volle vaart een duif grijpt. Deze snelheden kunnen oplopen tot meer dan 300 km/u.
In en rond het Antwerpse havengebied werden reeds verschillende nestkasten voor slechtvalken geplaatst. De eerste twee nestkasten werden op linkeroever geplaatst: op een koeltoren van de kerncentrale van Doel en op een schouw van de elektriciteitscentrale van Kallo. In november 2001 werd een derde kast geplaatst tegen een schoorsteen op de terreinen van Bayer op rechteroever. Een jaar later troffen werknemers van het bedrijf BASF op rechteroever, twee jonge slechtvalken aan onderéén van hun installaties. Na onderzoek bleek dat een koppel slechtvalken zich in een oude steamcracker had gevestigd. Na overleg met BASF werd na het broedseizoen een nestkast voor slechtvalken op een platform van de steamcracker geplaatst.
In 2005 werd een baltsend koppel waargenomen aan de in 2003 geplaatste nestkast bij SAMGA (eveneens in de Antwerpse haven), maar er werd nog geen broedpoging ondernomen. In 2006 werden drie eieren gelegd, maar overleefde slechts één jong en waren de twee andere eieren verdwenen. In 2007 werden vier eieren gelegd maar waren bij een tweede controle eieren noch jongen aanwezig. Om eventuele menselijke predatie uit te sluiten werd de nestkast verplaatst en volledig ontoegankelijk gemaakt. In 2008 werden er drie eieren gelegd en vlogen er met succes twee jongen uit.
De slechtvalk doet het trouwens zeer goed in en rond Antwerpen. Bij het plaatsen van nestkasten diende de Schelde en het daarbij aansluitende havengebied als centrale as. Volg de Schelde stroomopwaarts van Doel tot in Schelle en je komt niet minder dan twaalf paartjes slechtvalken tegen. Antwerpen is hierdoor de stronghold van de populatie slechtvalken in Vlaanderen geworden en herbergt meer dan een derde van het totale broedbestand. Eigenlijk kun je het havengebied niet inkomen zonder ergens een slechtvalk te zien.

Eén van de oudervogels en twee jongen.
Het paar broedt
al
verschillende jaren
achter deze richel bovenop de
politietoren
van de Oudaan. - Foto: Manu De Hauwere, FIR.
Maar ook midden in de stad kun je de slechtvalk niet missen. Merksem, Mortsel, Deurne; in al deze centra huist er een koppel slechtvalken. Maar de best bewaakte is ongetwijfeld deze van de politietoren van de udaan. Niet minder dan 700 agenten waken er over het welslagen van dit paar dat er al zes jaar een vaste stek heeft en er al vier jaar met succes broedt.