Walter Van Ginhoven - 10 juli 2008
De Potpolder is een relatief onbekend gebiedje ten zuidoosten van Lillo. Ooit ontstaan door een dijkdoorbraak tijdens de Nederlandse bezetting van Lillo en nadien nog sterk gewijzigd door de havenuitbreiding, herbergt dit gebied toch een bijzondere natuurwaarde. In de toekomst zal de Potpolder in het kader van het Sigmaplan heringericht worden en in verbinding gebracht worden met de Schelde zodat zich een slikken- en schorrengebied kan ontwikkelen.

Keizersmantel. - Foto: Walter Van Ginhoven, FFFS.
Het opnieuw in verbinding brengen van het gebied met de Schelde heeft natuurlijk tot gevolg dat er een drastische wijziging zal optreden naar fauna en flora toe. De belangrijkste wijzigingen zullen ongetwijfeld zijn dat de Potpolder terug onder invloed zal komen van het getij en dat het zoutgehalte zal toenemen. Om het effect van deze biotoopwijzigingen te kunnen opvolgen, is er door een hele groep vrijwilligers een zo volledig mogelijke inventarisatie opgesteld van de Potpolder.
Dat er geen vis aanwezig is in de Potpolder kon u al lezen in een eerder artikel. Maar wat zit er dan wel? Er zijn ongeveer 40 soorten broedvogels vastgesteld, 127 plantensoorten, 22 libellensoorten, 12 soorten vlinders, 11 soorten korstmossen, … Kortom soorten genoeg om er eens enkele interessante uit te pikken.
De keizersmantel is één van de grotere vlindersoorten van ons land en behoort tot de familie van de parelmoervlinders. Het is een soort die op de rode lijst staat onder de categorie “met uitsterven bedreigd”. Wil dit nu zeggen dat we vlak onder onze neus één van de laatste populaties keizersmantel in Vlaanderen hebben ontdekt? Neen, zeker niet. De keizersmantel is een zeer goede vlieger en sommige exemplaren verkennen ruimere oorden waardoor ze overal kunnen opdagen. Het is een vlinder die hoofdzakelijk voorkomt in bossen en dus zeker geen geschikt voortplantingsgebied zal aantreffen in de relatief boomarme Potpolder. Op basis van de foto kunnen we ook zien dat de verkenner een mannetje was. Op de voorvleugel zijn brede horizontale strepen te zien, de zogenaamde geursporen. Deze geursporen scheiden feromonen af, wat een soort parfum is, die het mannetje gebruikt om het wijfje te verleiden en in de stemming te brengen om te paren.

Vuurlibel. - Foto: Walter Van Ginhoven, FFFS.
De warme winters en vooral het ontbreken van echte vriesperiodes tijdens de laatste jaren zal voor de meeste mensen geen groot nieuws meer zijn. Dat deze zachte temperaturen ook nieuwe soorten naar de Potpolder leiden, was dan ook te verwachten. Enkele jaren geleden was de vuurlibel nog een zeer zeldzame verschijning maar tegenwoordig is ze vaste klant op vele plaatsen in Vlaanderen en zo ook in de Potpolder. Het mannetje is heel makkelijk herkenbaar en met weinig verbeelding volledig egaal rood ingekleurd. Het is dan ook een opvallende rode rondvliegende vlek, maar we moeten er ons wel bewust van zijn dat met één strenge winter deze soort opnieuw volledig verdwenen kan zijn. Ondanks deze mogelijkheid zal de vuurlibel waarschijnlijk nooit lang afwezig zijn. Na de winterprik zal waarschijnlijk een nieuwe snelle opmars vanuit het zuiden volgen waardoor we deze soort als één van de vaste nieuwe soorten voor het gebied kunnen noteren.
De tureluur is een typische broedvogel in de Scheldepolders en heeft de voorbije jaren onregelmatig gebroed in de Potpolder met als toppunt tien broedgevallen in 1998. Deze vogel is een opvallende verschijning doordat hij vaak luid roepend rondvliegt waarbij de witte achterrand van de vleugels en de stuit hard opvalt. Zeker op de schorren langs de Schelde kan je het getureluur, de typische roep van de vogel, niet missen.
Zonder het gebruik van paranormale gaven kunnen we al eens proberen een blik vooruit te werpen naar wat een eventuele herinrichting van het gebied met zich mee zal brengen. We verwachten daarbij vooral wijzigingen naar soorten die in het water leven zoals de libellenlarven. Vermoedelijk zal het soortenspectrum wijzigen en het soortenaantal afnemen. Dit is echter geen probleem vermits het over zeer mobiele soorten gaat die snel andere locaties zullen koloniseren. Op gebied van flora zal er hoogstwaarschijnlijk een meer zouttolerante slikken- en schorrenvegetatie ontwikkelen. Voor de vlinders zal de wijziging zeer gering zijn doordat de bloem- en kruidrijke Scheldeboorden een belangrijk foerageergebied blijven. Voor de vogels zal de herinrichting hoofdzakelijk zeer positieve effecten hebben. Door het vergroten van de slikken- en schorrenoppervlakte zullen steltlopers sterk toenemen en in de rietzomen zullen rietzangers en blauwborsten nog steeds een geschikte broedplaats vinden. De herinrichtingswerken zullen dus zeer interessante en hoogstwaarschijnlijk ook zeer verrassende gegevens opleveren. We kijken er dan ook al volop naar uit…