Johan Vandewalle - 17 maart 2007
Duisternis hoort – net als stilte, een onvervuilde bodem en schoon grondwater – tot de meest elementaire natuurkwaliteiten. We moeten er dus zuinig op zijn en proberen dit zo min mogelijk te verstoren, zeker in natuurgebieden.
Duisternis ‘s nachts hoort bij de natuur en is belangrijk voor dieren. Hoe verder van de evenaar, dus hoe grotere lichtverschillen, hoe meer de natuur zich richt op het licht als informatiebron. Licht geeft informatie over de tijd en over de plaats van bevinden. In Noord-Europa is het daarom zaak de natuur zo min mogelijk te verstoren met licht. Een overdaad aan licht verstoort het bioritme van allerlei organismen en kan een heel ecosysteem ontwrichten. Veranderingen in de verhouding tussen licht en donker zijn vaak het signaal voor veranderingen in gedrag, zoals trek- en broedgedrag en foerageren. Verstoring daarvan leidt tot aantasting van de conditie.

Roodborst.
Foto: Paul Dierckens,
Fauna Flora Fotoclub Schoten
Wie kent het niet, een merel die midden in de nacht zijn ochtendzang begint onder een lantaarnpaal. Veel vogelsoorten die in de onmiddellijke omgeving van de mens verblijven kennen dergelijk afwijkend gedrag. Onderzoek in de omgeving van Cardiff (Groot- Brittannië) op het nachtelijk gedrag van de roodborst toonde aan dat er wel degelijk een verschil is tussen een verlichte omgeving en een donkere omgeving. De roodborsten in een bos zonder openbare verlichting kennen een verhoogde zangactiviteit van 1 uur voor tot 1 uur na zonsopgang. Roodborsten in verlichte woonwijken beginnen ’s nachts 2,5 à 3 uur vroeger te zingen. Opvallend daarbij is dat het aantal zangstrofen per 5 minuten toeneemt van 10 tot 35 in het eerste uur na de start van de zang. Dat betekent dat roodborsten in verlichte gebieden ’s nachts meer energie verliezen dan hun soortgenoten in donkere gebieden.
Uit hetzelfde onderzoek bleek eveneens dat de roodborst in een verlichte omgeving niet vroeger begint te foerageren dan in een donkere omgeving maar dat ze wel langer foerageren. Dat is ook nodig om het verlies aan energie gedurende de nacht goed te maken. In normale omstandigheden zorgt het eten ’s morgens dat het verlies aan lichaamsgewicht gedurende de nacht gecompenseerd wordt. Daarbij werd geen verschil aangetoond tussen verlichte en donkere omgevingen. De roodborsten in een verlichte omgeving wegen dus evenveel maar moeten wel meer eten om dat gewicht aan te houden. In jaren met een beperkt voedselaanbod kan dat natuurlijk wel bepalend zijn.

Grutto.
Foto: Jonny Verheyden, Fauna Flora Fotoclub Schoten
In 1998 werd de invloed van wegverlichting op het nestgedrag van grutto’s bestudeerd. Dit onderzoek werd uitgevoerd in een open weidegebied aan weerszijden van de A9 te Nederland. Het onderzoeksgebied besloeg 230 ha. Het behoort wat de gruttostand betreft met meer dan 50 broedparen per 100 ha tot de beste van Nederland.
Het onderzoek bestond uit een vergelijking van één en hetzelfde, in 1998 onverlicht en vervolgens in 1999 verlicht terrein, direct langs de A9. Daartoe is de verlichting van de A9 in 1998 uitgeschakeld en in 1999 weer normaal ingeschakeld. Daarnaast is in 1998 een terrein onderzocht waar de autosnelweg, in het bijzonder het geluid van het wegverkeer, geen invloed heeft. Er is vervolgens wegverlichting geplaatst in de vorm van 24 lichtmasten in het weiland. Die is tijdens het voortplantingsseizoen in 1999 synchroon met de verlichting van de A9 ingeschakeld.
De bestaande invloed van de weg en het wegverkeer op de gruttostand zijn als gegeven beschouwd. Vastgelegd zijn de exacte plek van de in 1998 en 1999 opgespoorde nesten, hun afstand tot de weg en tot de verlichting, het aantal eieren per nest, de maten en – ter controle – de gewichten van de eieren, de datum van het leggen van het eerste ei per legsel en eventueel verlies van legsels. Wegverlichting blijkt een aantasting van de habitatkwaliteit voor de grutto te betekenen.
Wegverlichting heeft een negatieve invloed op de geschiktheid als broedterrein, die zich lijkt uit te strekken over enige honderden meters afstand van de verlichting. Daarnaast blijken de vogels die als eerste beginnen te nestelen, hun nestplaats verder van de lichtbron af te kiezen dan vogels die later gaan nestelen.
Negatieve invloed van de weg (het wegverkeer) blijkt in dit onderzoek niet meetbaar. Blijkbaar kan deze invloed gecompenseerd worden door terreinfactoren die mede de habitatkwaliteit bepalen. Dat de negatieve invloed van de verlichting minder door de geschiktheid van de terreingesteldheid wordt gecompenseerd, suggereert dat de invloed van de verlichting sterker zou kunnen zijn dan die van de weg (het wegverkeer) op zich.
Hoewel kerkuilen nachtjagers zijn die grotendeels hun prooi met hun scherp gehoor lokaliseren heeft slechte straatverlichting toch effecten op hun jachtsucces. Uilen hebben immers ook zeer gevoelige ogen (met grote pupillen). Ze jagen vooral op muizen die vaak in de wegbermen voorkomen. Slecht geplaatste verlichtingstoestellen kunnen een kerkuil die in volle duikvlucht achter een muis jaagt verblinden waardoor hij tijdelijk niets meer ziet. Daardoor wordt vaker een prooi gemist of, nog erger, kan de verblinde kerkuil door verkeer aangereden worden. Exacte cijfers hierover zijn nog niet beschikbaar maar de RSPB (Royal Society for Protection of Birds) verzamelt nu met een gerichte campagne gegevens om dit verband te onderzoeken.
Dieren die worden aangetrokken door licht hebben een grotere kans om ten prooi te vallen aan andere dieren of te worden doodgereden. Andere dieren, die worden afgestoten door licht, kunnen geschikte gebieden rond de lichtbron niet meer gebruiken. Een voorbeeld hiervan is de watervleermuis die, nog meer dan andere vleermuizen, door licht wordt afgestoten. Bij de aanleg van een nieuw bedrijventerrein langsheen het Ieperleekanaal, dat bekend stond als jachtgebied voor de zeldzame watervleermuis, werd hiermee in het begin geen rekening gehouden. Het gevolg was dat de verlichting niet alleen het bedrijventerrein maar ook het wateroppervlak van het kanaal verlichtte. Gelukkig heeft Natuurpunt samen met de Ieperse volkssterrenwacht Astrolab Iris en de Ieperse milieuraad het probleem onder de aandacht gebracht. De nieuwe verlichting werd, na overleg tussen het provinciebestuur, de stad Ieper en de West-Vlaamse Intercommunale, die het terrein aangelegde, aangepast zodat het kanaal nu terug donker is. Door de aanpassing is het bedrijventerrein nu beter verlicht met minder energie. Zo werden twee problemen tegelijk opgelost.
Bij goed verlichten geldt volgende stelregel: “verlicht alleen wat nodig is, wanneer het nodig is en doe het op een juiste manier”. Om je tuin of oprit te beveiligen tegen ongewenste bezoekers of de toegang zichtbaar te maken voor gewenste bezoekers moet je niet de hele tuin verlichten maar enkel de toegangsweg. Gebruik daarbij bij voorkeur toestellen die gestuurd worden door een bewegingsmelder. Dat heeft het voordeel dat het licht plots aanspringt en je onmiddellijk kan zien wie toekomt. Een gewenste bezoeker kan zo het pad makkelijk vinden, een ongewenste bezoeker zal maken dat hij wegkomt omdat de verandering in verlichting de aandacht trekt. Verlicht ten slotte bij voorkeur van boven naar onderen, bv. met kleine paaltjes waarin de lampen enkel gericht worden op het pad. Dat heeft als voordeel dat het pad goed zichtbaar is maar dat de gebruiker niet verblind wordt door het licht. Nog een misverstand uit de weg ruimen. Een hogere verlichtingsintensiteit betekent niet altijd een betere zichtbaarheid. Om ‘s nachts goed te kunnen zien is vooral het contrast belangrijk. Bij hoge lichthintensiteiten verkleint het contrast juist. Als je zo verlicht kan je met veel lagere vermogens toch voldoende verlichten en zakt je energiefactuur en jouw aandeel in de CO2-uitstoot.