Stefan Versweyveld - 17 maart 2007
Het is ondertussen welbekend: het aantal mussen is de laatste decennia sterk gedaald in Vlaanderen en ook elders in West-Europa. In enkele decennia is het aantal broedparen gehalveerd. Wie had dat kunnen denken van de – tot voor kort – meest algemene vogel van ons land. In Groot-Brittannië, waar men al jarenlang de mussenpopulatie nauwlettend in het oog houdt, wordt er zelfs over een achteruitgang van 96% voor de ringmus gesproken! Gelukkig hoeft de ordinaire straatrakker nog niet als ‘zeldzaam’ bestempeld te worden, maar de drastische achteruitgang van de laatste jaren is een veeg teken en vraagt om actie.

Het vrouwtje van de huismus.
Foto: Jonny Verheyden, Fauna Flora Fotoclub Schoten
Vlaanderen is twee mussensoorten rijk. De huismus heeft zich volledig aan het stedelijke milieu aangepast. In die mate zelfs dat de vogel de bijnaam ‘stadsmus’ kreeg, een benaming die ook nu nog geldt voor mensen die zich goed voelen in de stedelijke omgeving. Mannetje en vrouwtje huismus verschillen sterk van elkaar. De mannetjes zijn makkelijk herkenbaar aan hun zwarte bef en grijze kruin, de vrouwtjes daarentegen zijn minder opvallend grijsbruin getekend.
Huismussen zijn echte opportunisten en komen in de hele wereld voor. Zo werden ze door kolonisten ingevoerd in Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Hawaï, Cuba, Jamaica, de Bermuda- en de Falklandeilanden. De verspreiding van de huismus begon vermoedelijk zo’n 9.000 jaar voor Christus. De ringmus daarentegen is het meer bezadigde broertje en heeft een grotere voorkeur voor landelijke gebieden. De mannetjes en vrouwtjes van de ringmus verschillen onderling zeer weinig. Beide zijn herkenbaar aan de roodbruine kruin en de zwarte wangvlekken.

Een holte onder de dakgoot of klimop op de
gevel
vormt een goede
schuilgelegenheid voor mussen.
Foto: Rafaël Delaedt, Fauna Flora
Fotoclub Schoten.
Over de achteruitgang van huisen ringmus is het laatste woord nog niet gezegd. Volgens sommigen spelen verwilderde huiskatten een rol, anderen wijzen dan weer op de invloed van ongelode benzine op het voortplantingssucces van mussen of op de grootschalige veranderingen in de landbouw. Maar iedereen is het er over eens dat gebrek aan geschikte nestgelegenheid en daling van het beschikbare voedsel mee aan de basis liggen voor de spectaculaire daling van het aantal mussen. De meeste tuinen zijn immers te netjes geworden. Onkruidhoekjes zijn opgeruimd en gazons zijn vervangen door siertegels en heggen door schuttingen. Daar is de huismus niet blij mee. Voor beschutting en voedsel heeft de huismus struikgewas nodig en zaaddragende planten.
Niet alleen private eigenaars, maar ook gemeenten en bouwbedrijven hebben hun verantwoordelijkheid voor het huismusvriendelijk maken van onze regio. Door verdwijnen van openbaar groen en het dichten van nestholten in gebouwen en op daken zijn voedsel- en nestgelegenheid verdwenen. Daarom vraagt Natuurpunt Antwerpen Noord aan alle gemeenten in haar werkingsgebied om in hun beleid bij uitvoering van projecten rekening te houden met de huismus en andere stadsvogels. Dat kan onder meer door het behouden van bestaande nestholtes in muren en onder dakpannen bij renovaties, het aanplanten van meer ‘middelhoog groen’ zoals struiken, heggen en hagen, het inzaaien van kruidenrijke bermen of het stimuleren van ecologisch groenbeheer, waardoor het insectenbestand in steden wordt verbeterd.
Daarnaast roepen we ook alle groenbeheerders, hoveniersbedrijven en tuincentra, woningbedrijven, stedenbouwkundigen en architecten op om rekening te houden met bedreigde stadsvogels zoals de huismus.

Het mannetje van de huismus.
Foto: Walter
Van Ginhoven,
Fauna Flora Fotoclub Schoten
Ook jij kan gemakkelijk een aantal eenvoudige stappen zetten om je tuin aantrekkelijker te maken voor mussen. Natuurpunt Antwerpen Noord zet ze voor jou even op een rijtje:
Wat nestplaats betreft zijn huismussen zeer vindingrijk. Ze hebben een voorkeur voor holtes zoals onder dakpannen of in gaten en nissen in gebouwen, bomen of aardwallen of voor beschutte plaatsen zoals onder een afdakje, klimop en struiken. Zijn geschikte holtes niet voorhanden, dan kunnen nestkasten een goed alternatief bieden. Plaats minstens twee of drie nestkasten met een onderlinge afstand van een meter in je tuin. Mussen zijn immers van nature heel sociale vogels. Ze broeden dan ook graag in kolonies. Speciale broedpotten of nestkasten voor mussen kan je in onze Natuur.winkel in Ekeren aanschaffen. Natuurlijk kan je ze ook zelf maken. Aarzel niet en bezorg de mussen in je tuin een onvergetelijke woonst!