Activiteiten

 

Links

 

Natuurgids.net

Zoek naar info over natuur en milieu in de Natuurgids.

U bent hier: naar homepageHome > Actueel > 2007

Klimaat en natuur onder vuur

Stefan Versweyveld - 5 januari 2007

Stellen dat ons klimaat aan het veranderen is, is na de film "An Inconvenient Truth" een open deur intrappen. Zeker met de uiterst warme en kurkdroge julimaand en de zachtste herfst sinds mensenheugenis in het achterhoofd. In tegenstelling tot de mens hebben planten en dieren niet veel keuze als zij geconfronteerd worden met veranderende omstandigheden. Het is aanpassen of uitsterven. Dat gebeurt momenteel op grote schaal, ook in onze regio, door het veranderende klimaat. En dus duiken er allerlei nieuwe, zuiderse soorten op, terwijl andere soorten dreigen te verdwijnen. En ook bij het beheer van onze natuurgebieden worden we geconfronteerd met de gevolgen van een opwarmende aarde…

Complexe oorzaken


Het vrouwtje van de zwervende heidelibel.
Foto: Danny Laps, Fauna Flora Fotoclub Schoten

Dat ons klimaat aan het veranderen is, geven tegenwoordig zelfs de grootste sceptici toe. De oorzaken achter dit proces zijn complex en lastig aan te geven, maar wel zeker is, dat wij mensen een zeer groot aandeel hebben in de opwarming van de aarde. De laatste honderd jaar is de temperatuur met 0,6 graden Celsius gestegen. Dat lijkt, naar menselijke maatstaven niet veel, maar op een schaal van duizenden of zelfs miljoenen jaren is dit een drastische verandering, met grote gevolgen.

Daarbij hoeven we niet te denken aan woestijnvorming en overstromingen ver weg, we merken het ook dicht bij huis in onze eigen regio. Aan veranderingen in het weer bijvoorbeeld, of aan veranderingen in vegetaties en in flora en fauna.

Het IPCC, een internationaal panel van klimaatsdeskundigen, wijst de mens als belangrijkste veroorzaker aan. Industrieën, verkeer en – niet te vergeten – energieverbruik thuis hebben geleid tot een explosieve toename van zogeheten broeikasgassen. Daarvan zijn er zo’n dertig. De belangrijkste en bekendste is CO2 (koolstofdioxide), dat o.a. ontstaat bij de verbranding van fossiele brandstoffen zoals (aard)olie, benzine, gas, kolen maar ook bij verbranding van hout. De concentratie aan koolstofdioxide is de afgelopen 250 jaar met 30% toegenomen!

De broeikasgassen laten zonnestralen door, maar houden warmte vanaf de aarde voor een groot deel vast. De dampkring wordt zo steeds warmer: het broeikaseffect. Met directe gevolgen voor plant, dier en mens.

Er zijn winnaars…


Het mannetje van de vuurlibel.
Foto: Danny Laps, Fauna Flora Fotoclub Schoten

Nog nooit waren onze winters zo warm als de voorbije 10 jaar. Door deze zachte winters is het aantal ijsvogels bijvoorbeeld in onze regio sterk toegenomen. Dit vliegende juweeltje is ondanks zijn naam extreem gevoelig voor sneeuw en ijs. Als het water te lang bevroren blijft, kan hij geen vis –zijn hoofdvoedsel– meer vangen.

Ook het oranjetipje profiteert van de zachte temperaturen. Vroeger vloog het vlindertje bij ons uit rond eind april. In 2002 zagen we in de Oude Landen al op 14 maart een oranjetipje rondfladderen…

Een andere aanwijzing voor de klimaatsveranderingen is de spectaculaire opmars van soorten met zuidelijke roots in onze regio. Het begon in 1998 met de vondst van de tijgerspin – tot dan enkel bekend uit Wallonië en de Maasvallei – die in een mum van tijd onze hele regio veroverde. In de herfst is het nu één van de algemeenste en opvallendste spinnen in de haven.

Na de tijgerspin volgde een golf van zuidelijke libellensoorten in 2002. Enkele van hen slaagden er niet in om het nieuwe verspreidingsgebied te koloniseren, andere wel. Zo is de zwervende pantserjuffer een vaste inwoner geworden van de Bospolder en verwachten we dat zwervende heidelibel en vuurlibel het gebied ieder moment kunnen koloniseren. De zuidelijke heidelibel dook in augustus 2006 op, vroeger moest je voor deze soort richting Camargue…

De sikkelsprinkhaan is nog zo’n voorbeeld van een zuidelijke soort die zeer snel onze natuurgebieden koloniseerde. In Bospolder en Oude Landen is het tegenwoordig een algemene soort geworden. De pyjamawants daarentegen heeft het wat moeilijker. Deze wants dook op in 2004 in de Oude Landen, maar de aantallen blijven – voorlopig althans – aan de lage kant.

Planten die we steeds vaker zien opduiken zijn eveneens warmteminnaars: liefdegras, naaldaar en bezemkruiskruid. Het zijn slechts enkele voorbeelden van een proces dat in onze regio zeker nog niet afgelopen is. Ook de komende jaren mogen we bij ons nieuwe soorten uit het zuiden verwachten.

… en verliezers

Of het nu om planten of dieren gaat, het is een algemeen beeld: warmteminnende soorten rukken op, en koudeminnende soorten verdwijnen. Zo is de spotvogel spectaculair achteruit gegaan in onze regio. Deze eens zo algemene broedvogel verkiest nu meer noordelijke streken om te broeden. In Wallonië broedt inmiddels al zijn Zuid-Europese verwant, de orpheusspotvogel. Het is slechts een kwestie van tijd vooraleer we deze soort – nog niet zo lang geleden enkel te vinden in Spanje, Italië en Zuid-Frankrijk – ook in onze omgeving tot broeden zal komen…

Naar verwachting zullen andere vogels de spotvogel volgen op zijn migratie naar het noorden. Zo heeft de bonte vliegenvanger – de Noord- Antwerpse regio is een traditioneel broedgebied van deze soort – het bij ons steeds moeilijker om voldoende voedsel te vinden voor zijn jongen. Wanneer de soort arriveert, is de lente al begonnen, in tegenstelling tot 50 jaar geleden.

Ook gevolgen voor natuurbeheer

Niet alleen individuele planten- en diersoorten kampen met problemen door het veranderen van het klimaat. Ook vegetaties en zelfs volledige leefgemeenschappen in onze natuurgebieden beginnen langzaam aan te veranderen. Bepaalde beheerswerken worden steeds moeilijker om uit te voeren.

Een treffend voorbeeld is het rietmoerasbeheer ’s winters. Natuurpunt beheert de rietmoerassen in haar natuurgebieden (Oude Landen, De Kuifeend, Grote Kreek, Ekers Moeras) volgens een cyclisch maaipatroon waarbij we bij strenge vorst een deel van het riet maaien zodat de kwaliteit van het rietmoeras goed blijft.

Althans dat is de planning. Maar door de zachte winters vriest het onvoldoende om het ijs te kunnen betreden in de rietmoerassen. Het is al van de winter 1996-1997 geleden dat het voldoende had gevroren om rietmoerasbeheer uit te voeren…

Nieuwe uitdagingen


De tijgerspin is aan een echte opmars begonnen.
Foto: Rafael Delaedt, Fauna Flora Fotoclub Schoten

Als één van de belangrijkste natuurbeheerders in de Noord- Antwerpse regio én in Vlaanderen volgt Natuurpunt dit proces met argusogen. Het staat nu al vast dat we op een toekomstgerichte manier met dit proces zullen moeten omgaan. Sommige beheerplannen en beheerdoelstellingen zullen herzien moeten worden als vast staat dat bepaalde vegetaties en doelsoorten binnen afzienbare tijd niet meer in ons land voorkomen.

Veel planten en dieren zitten de dag van vandaag gevangen in versnipperde natuurgebieden, eilandjes in een stedelijke of agrarische woestijn. Eén ding is zeker: de enige manier om een massaal uitsterven van soorten te voorkomen is het realiseren van voldoende en robuuste natuurgebieden, die de gevolgen van de klimaatsopwarming deels kunnen opvangen, en van een goed aaneensluitend netwerk tussen deze natuurgebieden, zodat planten en dieren met de nieuwe klimaatsgrenzen kunnen meetrekken. Op de inzet van Natuurpunt om dit te realiseren, mag je alleszins rekenen.

 

Meer info

 

Contactpersonen

Natuur.huis