Kris Weemaes - 22 april 2006

Kommavlinder
Vaak worden vlinders beschouwd als een symbool van vrijheid. Met zijn mooie kleuren fladdert hij onbezorgd onder de zon van bloem tot bloem. Anderen zien in de vlinder dan weer een teken van vergankelijkheid. Alle schoonheid is van voorbijgaande aard, ook bij een vlinder. Na een zomer rondfladderen zijn z’n vleugels gerafeld, grauw en afgevlogen. Kan de vlinder vandaag nog onbezorgd rondvliegen of moet hij zich zorgen maken?
Zoals de meeste insecten ondergaan vlinders een volledige metamorfose of gedaante- verwisseling: van ei naar rups, van rups naar pop en tenslotte van pop tot imago of volwassen vlinder. Het leven van de vlinder begint dus als ei. Vlinders zoeken voor hun eitjes meestal een specifieke plantensoort uit, of hebben in ieder geval een voorkeur voor bepaalde planten. Dit noemen we waard- of voedselplanten. Dit is niet zozeer interessant voor de eitjes, maar wel voor de rupsen die op deze manier onmiddellijk goed voedsel tot hun beschikking hebben. Het oranjetipje zet zijn eitjes bijvoorbeeld graag af op de pinksterbloem, het koolwitje op koolachtigen, het landkaartje op brandnetels. Sommige soorten ontlenen hun naam er zelfs aan, de eikepage bijvoorbeeld zet uiteraard bij voorkeur zijn eitjes af op de jonge twijgen van de inlandse eik. Ondanks de goede zorgen van de vlinder zal er maar uit een fractie van de eitjes een rups te voorschijn komen. 99% van de eitjes gaat verloren door vogels, mijten, wantsen, sluipwespen of door ziekte.
De rupsen houden zich voornamelijk bezig met eten, groeien en vervellen om dan uiteindelijk te verpoppen. Ook het rupsenstadium is niet echt veilig te noemen. Ze zijn het favoriete kostje van heel wat vogels. Rupsen kunnen zich daar op twee manieren tegen beschermen: ofwel niet opvallen door zich zo goed mogelijk te camoufleren ofwel mogelijke rovers door hun uiterlijk proberen af te schrikken. Toch zal maar een fractie van de rupsen zich kunnen verpoppen.
Na de laatste vervelling verpoppen rupsen zich. Dit kan al hangend tussen de vegetatie gebeuren, maar bij sommige soorten ook in de strooisellaag. Het popstadium is extreem kwetsbaar, vandaar dat ze ook zeer goed gecamoufleerd zijn, waarbij de cocon zelfs kan aangepast worden aan de kleur van de stengel. Ondanks al deze goede voorzorgen worden er toch nog heel wat poppen door rovers gevonden en verorberd. En zelfs als de vlinder dan uiteindelijk uitgekomen is, is hij nog niet veilig voor predatoren.
Uit het voorgaande blijkt dat een vlinder in natuurlijke omstandigheden al heel wat te verduren krijgt. Toch kan dat de achteruitgang van de vlinder in Vlaanderen niet verklaren. En die achteruitgang is spectaculair: tussen 1950 en nu zijn er maar liefst 14 soorten dagvlinders uitgestorven! Als we de Rode Lijst bekijken kan je vaststellen dat 2/3 van het aantal vlindersoorten in Vlaanderen uitgestorven of in mindere of meerdere mate bedreigd is. Slechts 1/3 is niet bedreigd maar neemt zelfs toe in aantal.
De belangrijkste oorzaak voor de achteruitgang van dagvlinders is het verlies van leefgebied door een veranderend landgebruik. Heidevlakten, schrale graslanden en lichtrijke loofbossen, typische halfnatuurlijke landschappen die zeer interessant zijn voor vlinders, zijn sterk onder druk komen te staan. Bebouwing, industriële bedrijvigheid en wegen hebben deze gebieden ingepalmd. De moderne landbouw met zijn grote percelen en eentonige graslanden heeft dan weer gezorgd voor een weinig gevarieerde open ruimte. Vlinders zijn dus meer en meer aangewezen op natuurgebieden en militaire domeinen. Maar hier doet zich dan weer het probleem van de grote versnippering en de kleine oppervlakte voor. Je kan dus besluiten dat Vlaanderen een overwegend ‘vlinderonvriendelijk’ landschap heeft.
Daarnaast hebben ook bemesting en verdroging een effect op het voorkomen van vlinders. De bemesting zorgt voor een toename van brandnetels in graslanden en bermen en van grassen op heidegebieden. De dominantie van deze soorten, maar ook de sterkere groei van de vegetatie onder impuls van de bemesting zorgen voor minder variatie in het landschap, wat nadelig is voor het voorkomen van bepaalde soorten dagvlinders. Het voornaamste gevolg van verdroging is het verdwijnen van waardplanten in moerasgebieden en vochtige graslanden, waardoor de daarvan afhankelijke vlinders sterk zijn achteruitgegaan.
Uiteraard is ook het gebruik van insecticiden zeer nadelig voor de vlinders en de rupsen die ermee in contact komen. Dit heeft vooral gevolgen voor het voorkomen van vlinders op moderne akkers waar deze veelvuldig gebruikt worden. Het gebruik van onkruidverdelgers heeft waarschijnlijk een nog grotere impact omdat ze niet alleen in landbouw, maar ook bij openbare groendiensten worden gebruikt. Het gevolg hiervan is een sterke achteruitgang van waard- en nectarplanten.
En tenslotte is er nog de opwarming van het klimaat onder invloed van het broeikaseffect, wat in de toekomst nog invloed zou kunnen hebben op onze dagvlinderpopulaties. Voor sommige soorten zal de toenemende warmte een positieve invloed hebben. Maar de daarmee gepaarde verdroging, eventuele overstromingen, toe- of afname van bepaalde plantensoorten, zou wel degelijke een nadelig effect kunnen veroorzaken.
Belangrijke maatregelen kunnen ten eerste getroffen worden in het natuurbeleid. De uitbouw van een natuurlijke structuur in Vlaanderen met kerngebieden voor natuur enerzijds en verbindings- en verwevings-gebieden anderzijds zijn een belangrijke stap in de ontsnippering van ons Vlaamse landschap. Dit zou nieuwe kansen kunnen geven aan het overleven van restpopulaties van bepaalde soorten dagvlinders.
Daarnaast is ook het beheer van groot belang. In bossen is de ontwikkeling van open plekken en brede bospaden belangrijk voor het verkrijgen van licht in het bos en dus voor de aanwezigheid van nectarplanten. De bosranden worden best gekenmerkt door een geleidelijke overgang naar een open landschap. In graslanden en ruigten is extensieve begrazing met bijvoorbeeld runderen interessant om zo een grotere variatie en microvariatie te krijgen in het landschap, wat voor vlinders zo belangrijk is.
Vlinders hebben het in onze tijd niet echt gemakkelijk. Dat de mens een grote rol speelt in de achteruitgang ervan is nu wel duidelijk. Maar door het juiste natuurbeleid en beheer, kunnen er weer kansen gecreëerd worden voor deze kleurrijke fladderaars.