Koen Van Keer - 26 maart 2006

Grote huisspin
Tussen september 2004 en oktober 2005 werd in Antwerpen een onderzoek uitgevoerd naar de spinnenfauna van de binnenstad. Het onderzoek trok internationaal de aandacht van pers en wetenschappelijke wereld. De resultaten zijn dan ook verrassend op meer dan één vlak.
Spinnen zijn van cruciaal belang voor het indijken van populatie-explosies bij allerlei ongewervelden. In dichtbevolkte gebieden als binnensteden is hun belang voor de mens zo mogelijk nog groter dan elders. Toch is er tot nu toe bijzonder weinig onderzoek gedaan naar de spinnenfauna van sterk verstedelijkt gebied. Hier en daar onderzocht men stedelijke habitatsegmenten zoals rioolsystemen of braakliggende terreinen. Het onderzoek in Antwerpen werpt voor het eerst een duidelijker licht op de soortensamenstelling van een stedelijke spinnenbevolking. Wat werd ontdekt?
Er werden 108 verschillende spinnensoorten aangetroffen. Dat is ongeveer het dubbele van wat op basis van gespecialiseerde literatuur werd verwacht.
Aangezien de Belgische spinnenfauna (één van de best onderzochte ter wereld) ongeveer 700 soorten telt, is dus meer dan 1/7 vertegenwoordigd op de kleine oppervlakte (5,3 km2) in het centrum van Antwerpen.
Negen soorten figureren op de Rode Lijst van zeldzame of bedreigde spinnen in Vlaanderen. Er werd één nieuwe soort voor België – de ‘witrugzakspin’ – aangetroffen onder schors van een linde op het Steenplein bij de Schelde. Het gaat om een Zuiderse soort die haar areaal de laatste jaren noordelijk uitbreidt.
Op de lijst van zeven algemeenste spinnensoorten in de binnenstad, staat de ‘grote huisspin’ met stip op één. De soort werd overal aangetroffen. Toch is dit onverwacht omdat deze huisspin in buurlanden als Nederland en Duitsland niet algemeen wordt gevonden. Verwacht werd dat de ‘gewone huisspin’ of de ‘grijze huisspin’ algemener waren.
Ook bijzonder is het voorkomen van de ‘grote steatoda’ op de lijst van algemeenste Antwerpse spinnen. Dit is een exoot die pas in 1978 als nieuw voor België wordt gemeld. De spin is in Antwerpen volledig ingeburgerd, vermoedelijk ten koste van verwante soorten als de ‘koffieboonspin’ en de ‘huissteatoda’ die duidelijk veel minder in het gebied voorkomen.
Op het vlak van spinnenecologie was vooral de vangst van soorten die we helemaal niet verwacht hadden in binnenstedelijke tuinen of tuintjes, opmerkelijk. We associeerden deze soorten exclusief met een meer “natuurlijke” biotoop, met grotere “groenoppervlakten” of alleszins met grotere oppervlakten van geschikte habitat. Soorten als de ‘groene krabspin’, de ‘eikenspringspin’ en de sterk bedreigde ‘bleke renspin’ werden alle met meerdere exemplaren op verschillende plaatsen aangetroffen. In de genoemde gevallen ging het om kleine struikpartijen in stadstuinen. Plaatsen waar tussen 2 en 30 bomen stonden aangeplant, bleken dan weer voldoende om typische boomsoorten te herbergen. Dit feit laat vermoeden dat het voedselaanbod in deze “kleine biotopen” niet fundamenteel verschilt van meer natuurlijke situaties.
We menen in deze studie verschillende faunistische indicaties voor klimaatsopwarming in onze streken te ontwaren:
Hoewel het onderzoek zich nog zal uitbreiden naar de zone tussen leien en Singel en er bovendien een vergelijkend onderzoek wordt opgestart in de binnenstad van Gent, hebben we toch al een belangrijk beleidsadvies aan de stad Antwerpen gericht.
De ontdekking dat kleine groene eilandjes zoals struikpartijen, boomaanplantingen en braakliggende terreinen cruciaal zijn voor de spinnendiversiteit is een belangrijk argument voor het behoud van deze “habitats” in de stad. De aanwezigheid van een diverse spinnenfauna impliceert bovendien de aanwezigheid van andere organismen die de spinnen tot prooi dienen.
Tegenover de beperkte kosten voor behoud en eventuele aanleg van deze “kleine eilandjes” kunnen dus grote (biodiversiteits)baten staan.
Meer info over de aangetroffen soorten en andere bevindingen kan je lezen in maart 2006-nummer van Natuur.focus en op www.natuurpunt.be/focus.