Kris Weemaes - 28 januari 2006

Foto: Erik Gintelenberg
Elk jaar tussen februari en april kan je een bijzonder fenomeen waarnemen. ’s Morgensvroeg of ’s avonds vanaf een uur of acht kan je lichtjes zien dansen langs druk bereden wegen. Groepjes mensen speuren koortsachtig de grond af. Waar zijn ze toch naar op zoek? En wat doen die ingegraven emmers en netten daar langs de kant van de baan? Het heeft alles te maken met een bijzonder fenomeen: de trek van padden, kikkers en salamanders.
In Vlaanderen vinden we nog enkele algemeen voorkomende amfibieën: de alpenwatersalamander, de kleine watersalamander, de gewone pad, de bruine kikker en de groene kikker. Al deze soorten, behalve de groene kikker vertonen trekgedrag.
In de zomer leven de volwassen dieren van de meeste soorten op het land. Ze jagen op insecten waarmee ze zich voeden. De bruine kikker en de gewone pad kan je dan ver van enig water tegenkomen. De groene kikker en de salamanders hebben het liever wat vochtiger en blijven in de buurt van hun voortplantingsplas.
Als die mooie zomer weer voorbij is, zoeken amfibieën naar een geschikte overwinteringsplaats. Ook hier is de voorkeur verschillend van soort tot soort. Bruine kikkers en gewone padden trekken naar het bos en graven zich in. Het gebeurt ook dat ze een verlaten muizenhol kraken. Groene kikkers overwinteren meestal in de dikke slijklaag op de bodem van hun plas.
Als er voor ons nog geen sprake is van de naderende lente kan het startschot van de amfibieëntrek al wel gelost zijn. Vanaf het moment dat de temperatuur enkele dagen boven 7° C stijgt zijn ze er klaar voor: de grote trek naar hun voortplantingspoel. Vochtig weer en een beetje regen worden daarbij sterk gewaardeerd. Vanaf hun overwinteringsplaats trekken ze dan in een rechte lijn naar de poel waar ze zich voortplanten. Uiteraard wordt er door amfibieën geen rekening gehouden met het bestaan van wegen. Gelukkig staan de paddenoverzetters klaar om hen veilig naar de overkant van de drukke weg te brengen.
Zo een paddenoverzet is niet zo eenvoudig als je denkt, en vooral heel arbeidsintensief. Eerst en vooral worden eind februari netjes geplaatst en emmers ingegraven. Argeloze kikkers en padden die nu de weg proberen over te steken botsen tegen het net en volgen het net op zoek naar een uitweg, na een tijdje belanden ze dan in een emmer. Daar zijn ze veilig – tenzij voor een blauwe reiger die slim genoeg is om zo een eenvoudige hap te verschalken – totdat de paddenoverzetters hen eruit halen en hen veilig naar de overkant van de weg brengen. Dat gebeurt meestal ’s avonds vanaf een uur of acht maar ook elke ochtend zijn ze paraat. Uiteraard wordt er altijd opgeschreven hoeveel padden en kikkers er overgezet worden, welke soort en het geslacht.
Al tijdens de trek zijn de mannetjes van de gewone pad en de bruine kikker druk op zoek naar een mogelijke partner. Passeert er een vrouwtje, dat in de regel een beetje zwaarder gebouwd is, dan wordt zij zonder pardon door het mannetje onder de oksels gegrepen, waarna hij op haar rug klimt. Zo wordt het mannetje naar zijn voortplantingspoel vervoerd. Bij gebrek aan vrouwtjes wordt er ook wel eens een ander mannetje te grazen genomen. Die laat dan door een typisch piepend geluid weten dat hij daar niet van gediend is, maar het mag niet baten.
Eenmaal in de poel aangekomen begint de eileg en de bevruchting van de eitjes. De volwassen dieren gaan dan uiteen en trekken naar hun zomerbiotoop. In de poel begint het nieuwe leven met de verschillende ontwikkelingsfasen van larve tot volwassen dier. Vanaf dat de jonge kikkertjes en padjes 1 à 2 cm zijn, meestal in juni – juli, verlaten ze het water en trekken op hun beurt naar hun favoriete zomerverblijfplaats. En dat kan massale vormen aannemen: als je dan gaat wandelen moet je ervoor zorgen dat je geen padjes vertrapt!
Vanaf begin februari staan we opnieuw gereed om onze amfibieën een handje te helpen om veilig de weg over te steken tijdens hun jaarlijkse voorjaarstrek.
Zonder de hulp van vele vrijwilligers zullen duizenden kikkers en padden hun gevaarlijke trektocht immers niet overleven.
Bij het plaatsen en weghalen van afsluitingen, het overzetten van amfibieën, het tellen en determineren van dieren kunnen we heel wat hulp gebruiken.
Ben jij ook bereid om een dag, één of meerdere avonden in het voorjaar van 2006 deze kwetsbare diertjes te leren kennen en helpen?
Neem dan contact op met Wouter Vanwesenbeeck in ons Natuur.huis!