23 september 2005 - Frank Wagemans, Jaap Van der Hiele en Stefan Versweyveld

Zeehonden in de Westerschelde
Je kon er de laatste tijd niet meer omheen in de media: de zeehond is na vele jaren van afwezigheid aan een comeback begonnen in de Schelde! De meeste waarnemingen situeren zich op het Nederlands grondgebied, maar ook in de schorren van Natuurpunt (Galgeschoor en Groot Buitenschoor op rechteroever, Schor Ouden Doel op linkeroever) worden regelmatig zeehonden gezien…!
Wanneer we terugblikken in de tijd, dan stellen we vast dat er altijd zeehonden en andere zeezoogdieren, zoals bruinvis, voorkwamen in de Schelde. Alleen werden ze toen aanzien als de grote concurrent voor de mens. Werd er minder vis gevangen, dan was de zeehond de grote schuldige. Zelfs tot ver in de 20ste eeuw was de zeehond vogelvrij verklaard. Men schatte dat elke zeehond ca. 8 kg vis per dag verorberde en dat vonden de vissers een bedreiging voor hun broodwinning.
Tot in de jaren ’60 werden zeehonden dan ook intensief bejaagd. Per dag schoot men gemiddeld 15 zeehonden! De uitvalsbasis voor die zeehondenjacht was hotel-restaurant Jagersrust in Doel. Van daaruit ging het richting Verdronken Land van Saeftinghe. Het Hondegat, één van de geulen van Saeftinghe, herinnert bijvoorbeeld aan de vele zeehonden die hier lagen te rusten.
Door deze intensieve bejaging daalden de aantallen zeehonden enorm. Pas in 1961 werden deze dieren definitief beschermd: in het Deltagebied was het voortaan verboden om op zeehonden te jagen. De wettelijke bescherming kwam echter schromelijk te laat. Een paar jaar later waren de zeehonden uit de Schelde verdwenen.
Nu was niet alleen de jacht de oorzaak van het verdwijnen van deze dieren. In de zorgeloze sixties liet men alles lopen waar het lopen kon. De Schelde veranderde in een open riool en was zo goed als dood. Allerhande bestrijdingsmiddelen en ander gif slopen in de voedselketen binnen. Ze hoopten zich op in de vetlagen van de laatste schakel in de voedselketen, de zeehond. Met desastreuze gevolgen: hun gezondheid werd aangetast, van de jonge zeehonden die geboren werden, bleven er weinig in leven…
In 1988 kreeg de zeehond bijna zijn genadeslag toen een virus dood en verderf zaaide onder de zeehondenpopulatie elders in Europa. Deze epidemie bleek achteraf een voorbeeld van natuurlijke selectie: de overlevende zeehonden bleken bestand tegen de dodelijke ziekte.
In de Schelde kunnen we twee soorten zeehond aantreffen: de gewone zeehond en de grijze zeehond. Veruit de meest voorkomende soort is de gewone zeehond. De naam ‘gewoon’ stamt nog uit de tijd dat er enkele duizenden dieren leefden in de Schelde en de Nederlandse Delta. Een tijd dat niemand schande sprak over de bejaging van zeehonden omdat ze de vissers beconcurreerden of omdat zo’n jas of muts van zeehondenvel wel chique stond.
Het aantal gewone zeehonden in de Schelde wordt de dag van vandaag geschat tussen de 50 en 100 dieren. We zijn dus nog ver verwijderd van de vroegere aantallen… De meeste dieren leven op de Platen van Valkenisse en in de Zimmermansgeul in de Nederlandse Westerschelde, naast een kleine populatie in het Verdronken Land van Saeftinghe. Ook op het Groot Buitenschoor en in het Schor Ouden Doel worden geregeld zeehonden gesignaleerd. op 6 augustus jl. werden er tijdens een simultane zeehondentelling in de Voordelta, Ooster- en Westerschelde in totaal 193 zeehonden geteld waarvan in de Westerschelde 45 gewone zeehonden - inclusief 2 jonge pups.
De laatste jaren komt de grijze zeehond ook voor in de Westerschelde en de Voordelta. We praten dan over in totaal een 200-tal dieren. Voor up-to-date cijfers zie www.zeezoogdieren.org.
Je kan ze vrij makkelijk uit elkaar halen. De gewone zeehond heeft een gedrongen ‘hondenkop’: in vooraanzicht staan de neusgaten in een scherpe V-vorm. De grijze zeehond daarentegen heeft een kegelvormige kop: in vooraanzicht staan de neusgaten min of meer parallel.
Een zeehond is een uitstekende zwemmer en visser. Hoe onhandig hij zich op het land ‘al hobbelend’ verplaatst, zo sierlijk en soepel is hij in het water. Met zijn gestroomlijnd lichaam haalt dit dier in het water vlot snelheden van 30 kilometer/u!
Het troebele water van het Schelde-estuarium vormt voor de zeehond geen enkel probleem. Hier jaagt hij op zijn gevoel. De snorharen registreren de minste beweging in het water. Een zwemmende vis of een platvis die zich in het zand wil verbergen, heeft geen kans op ontsnappen. Zo verorbert een zeehond per dag ongeveer 5 kg vis: bot, schol, schar, wijting, haring, sprot… Ze worden allemaal met evenveel smaak naar binnen gespeeld.
Voor de natuur telt er maar één ding: het voortbestaan van de eigen genen. Daarom moeten dieren zich voortplanten. Zeehonden zijn zoogdieren en de jongen worden dus levend geboren. In augustus, direct na de zoogperiode, breekt de paartijd aan. Met het nodige indrukwekkende vertoon – zoals snuiven, grommen en bellen blazen – gaan de mannetjes op zoek naar een vrouwtje. En dan gebeurt er iets merkwaardigs: na de bevruchting gaat de eicel in stase. De bevruchte eicel nestelt zich pas in december in de baarmoeder.
Na een draagtijd van 7 maanden worden de jongen in juni en juli geboren op een bij eb drooggevallen zandbank. Enkele uren na de geboorte stijgt het water weer en moeten de jongen al kunnen zwemmen!
De jongen worden gedurende een maand gezoogd en in die tijdspanne groeien ze van 8 kilogram aan tot een zeehond van ruim 20 kilogram. Nu mochten wij moedermelk krijgen met een vetgehalte van 45%… Na een maand moet het jong zelf zijn kostje bijeen scharrelen. In het begin zijn dat garnalen en kleine vissen, maar naarmate het groeit, worden ook zijn prooien groter.
Met de drukke scheepvaart en de nog steeds toenemende pleziervaart op de Schelde, is het niet meer zo rustig op de droogvallende zandplaten. Jetskiërs razen vlak voorbij de zandplaten of komen in aanvaring met een zeehond, pleziervaarders laten hun boot droogvallen op de zandplaten en gaan er wandelen, enz.
Maar rust heeft onze gewone zeehond wel nodig. Nu kan de zeehond even goed uitrusten op de Scheldebodem – hij moet dan wel om het half uur even adem komen happen – om de jongen ter wereld te brengen of uit te rusten in de zon heeft hij de rust van een drooggevallen zandplaat echt nodig.
Sinds een vijftiental jaar is de zeehond in onze contreien aan een opmerkelijke comeback begonnen. Eerst in de Waddenzee, waar ondertussen meer dan 1.500 dieren leven, dan in de Oosterschelde en tenslotte was ook de Westerschelde aan de beurt.
De steeds betere waterkwaliteit van de Schelde, en het daarmee groeiende voedselaanbod, ligt zeker mee aan de basis van de terugkomst van de zeehond.
Toch is het werk nog niet af! Integendeel. De aanduiding van bijkomende rustgebieden voor zeehonden en de uitbreiding van de oppervlakte slikken en schorren – die de kraamkamer vormen voor vele vissen (het voedsel van de zeehond) – zijn noodzakelijk om de zeehond een duurzame toekomst in de Schelde te bieden. Een uitdaging waaraan Natuurpunt Antwerpen Noord met enthousiasme wil meewerken!