23 september 2005 - Luc Van Craen
Eind juni alarm in onze straat! Tussen de plaveien van het voetpad en een zandige berm waren tientallen holletjes te zien. Wespen en een soort bij vlogen af en aan. Boeken werden erbij gehaald en al snel kon de pluimvoetbij (Dasypoda hirtipes) en de grote knoopwesp (Cerceris arenaria) geïdentificeerd worden.

Pluimvoetbij (foto:Luc Van Craen)
Wat verder opzoekingswerk leverde het volgende op: de pluimvoetbij behoort tot de solitaire bijen, waarvan zij één van de mooiste en de grootste is. Het vrouwtje is ongeveer 1,5 cm groot en wordt gekenmerkt door zeer sterk behaarde achterpoten waarmee zij stuifmeel verzamelt, vandaar haar naam. Bij geen enkele andere soort zijn deze haren zo opvallend.
De pluimvoetbij vliegt van begin juni tot half september. Kort nadat ze verschenen is in het voorjaar begint het vrouwtje met het graven van een nest. Ze maakt het nest op open zandige terreinen, vooral op heiden en stuifzanden, in de kustduinen, langs zandpaden en dus ook in steden. Je vindt dikwijls meerdere nesten bij elkaar.
Elk vrouwtje maakt een eigen nest. In tegenstelling tot de sociale insecten, zoals honingbijen en gewone wespen die in kolonies leven, zijn solitaire bijen zachtaardig omdat zij geen kolonie te verdedigen hebben. Wanneer ze bedreigd worden, vertonen ze dan ook een vluchtgedrag in plaats van agressief te zijn. Je kan deze dieren met een gerust hart observeren bij het maken van een nest.
Het vrouwtje maakt met haar kaken en voorpoten eerst de grond los. Vervolgens wordt het losgewoelde zand uit de nestgang verwijderd, doordat het vrouwtje achteruit kruipend het zand met behulp van achterpoten en achterlijf wegdrukt. Het zand wordt steeds in een bepaalde richting weggeveegd. Hierbij loopt het vrouwtje met behulp van het middelste paar poten achteruit.
Het voorste paar poten wordt gebruikt om het zand onder het achterlijf door naar achteren te werken, waar na het met de achterpoten, die als een soort roeispanen gebruikt worden, opzij wordt gedrukt. Hierna loopt het vrouwtje snel terug naar het nest en komt even later weer met een nieuwe prop zand te voorschijn die ze op dezelfde manier wegveegt.Zo ontstaat een steeds langer wordende “veegbaan”.
Er wordt een gang van 20 tot 60 cm diep uitgegraven waarin zijdelings een aantal nestkamers worden aangelegd. In de nestkamers worden pollen verzameld die als voedsel voor de larven dienen.
Nadat een nestkamer is afgewerkt en er een ei is gelegd, sluit ze deze af en begint aan een nieuwe nestkamer. Pollen en nectar worden uitsluitend verzameld op bloemen van composieten, vooral die met lintbloemen, zoals havikskruid, echt bitterkruid en gewoon biggekruid.

Grote knoopwesp (foto:Luc Van Craen)
De grote knoopwesp behoort tot de graafwespen en ziet er met haar afmetingen van 11 tot 15 mm nogal gevaarlijk uit, wat zij in feite helemaal niet is want zij behoort ook tot de solitaire wespen. De vliegtijd is van eind juni tot september.
De grote knoopwesp graaft een 10 tot 40 cm diepe gang. Ze gebruikt echter een andere techniek dan de pluimvoetbij. Met haar achterlijf duwt ze de aarde naar boven, zodat rond de nestopening langzaam een klein molshoopje ontstaat. Ze voedt haar larven in tegenstelling tot de pluimvoetbij niet met pollen, maar met insecten.
Verschillende soorten graafwespen predateren onder meer op wantsen, rupsen, spinnen, sprinkhanen, … In het geval van de grote knoopwesp op allerlei soms “schadelijke” soorten snuitkevers. Her en der rond de nesten kan je dode kevers vinden. De grote knoopwesp doodt de kevers door een zeer gerichte steek met haar angel.
Toen ik nauwkeurig rondkeek kon ik nog 2 soorten determineren. Een goudwesp (Hedychrum nobile) en een mierwesp (Smicromyrme rufipes). Goudwespen zijn prachtig metallisch groen en roze gekleurde insecten en parasiteren op andere wespen. De gevonden soort parasiteert in het bijzonder op de grote knoopwesp. Ze leggen daarbij hun eieren in de nesten van hun gastheren.
Mierwespen zijn een kleine soort wespen. De vrouwtjes hebben geen vleugels en lijken erg op mieren. Deze vermomming in de gedaante van een gevaarlijk bodembewoner geeft het voordeel van een ongestoord bestaan. Ook deze groep wespen parasiteert op verschillende soorten andere soorten wespen. Een bont gezelschap dus!
De gevonden soorten schijnen niet zeldzaam te zijn in Vlaanderen en worden in stedelijke omgeving wel meer aangetroffen. Een verspreidingsatlas voor Vlaanderen van bijen en wespen bestaat nog niet. Vele soorten wespen en bijen zijn afhankelijk van zandige biotopen. Vele zandpaden zijn verdwenen in Vlaanderen of werden geasfalteerd. Ook zijn veel zandige terreinen verruigd.
Sommige soorten solitaire bijen en wespen zijn dan ook erg bedreigd. Bestrijding is zeker overbodig, omdat de dieren helemaal niet gevaarlijk zijn. Vooral onder de graafwespen zijn er een aantal grote soorten die erg lijken op gewone wespen.
Vandaar dat mensen uit onwetendheid soms geneigd zijn om naar gif te grijpen. Spijtig, omdat deze wespen juist een nuttige functie hebben in de natuur, als predator van verschillende “schadelijke” insecten. Er bestaan ook heel wat mogelijkheden om deze dieren juist te helpen bij het vinden van een geschikte nestplaats, maar daarover een andere keer misschien meer…
Heb jij ook zin om zelf solitaire bijen en wespen te inventariseren of heb je thuis (of elders) een bijzondere waarneming. Aarzel dan niet en laat het ons weten via het Natuur.huis.
Bids van bijen, wespen en mieren van Bellmann.