Johan Vandewalle - 13 juli 2005
Nadat het Vlaams gewest en de provincies hun ruimtelijke structuurplannen opgemaakt hebben zijn ze gestart met de uitvoering. Ook gemeenten moeten een Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan opmaken. We bekijken hier wat ruimtelijke structuurplanning inhoudt, wat de kansen en bedreigingen voor natuur zijn in die plannen en hoe ver de gemeenten in onze regio staan.

Ruimtelijk structuurplan van Brasschaat
Het Vlaams gewest heeft in september 1997 (al bijna 8 jaar geleden) het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) goedgekeurd. Ondertussen is gestart met de uitvoering van dat RSV. In het begin gebeurde dat door gewestplanwijzigingen.
In onze regio kregen zo in 1998 en 1999 een aantal natuurgebieden een natuur- of reservaatbestemming: De Oude Landen, Het Rood, de Ruige Heide en de Grote Kreek. Vanaf 2000 kon het gewestplan niet meer gewijzigd worden en wordt een nieuw instrument gebruikt: Ruimtelijke Uitvoeringsplannen (RUP’s). Die kunnen op de drie niveaus (gewest, provincie en gemeente) toegepast worden zodra er een defintief ruimtelijk structuurplan voor dat niveau bestaat. Zo spreken we van gewestelijke (GRUP), provinciale (PRUP) en gemeentelijke (gRUP) uitvoeringsplannen.
In onze regio zijn de volgende GRUP’s de revue gepasseerd: ‘opheffen van de reservatiestrook en erfdienstbaarheidsgebieden voor het duwvaartkanaal Oelegem - Zandvliet’, ‘HST-station Antwerpen omgeving Kievitplein’, ‘stopplaats Noorderkempen en ringweg te Brecht’ en ‘historisch gegroeid bedrijf Aertssen in Stabroek’.
Daarnaast zijn er in andere regio’s al GRUP’s goedgekeurd voor de afbakening van stedelijke gebieden (voor Aalst en Turnhout is er defintieve vaststelling gebeurd, voor Kortrijk en Gent is het openbaar onderzoek afgesloten maar nog geen definitieve vaststelling) en voor de afbakening van Grote Eenheden Natuur (in onze provincie: ‘Kindernouw- en Visbeekvallei’, ‘bos van Ranst’, ‘vallei van de Grote Nete benedenstrooms’ en ‘bossen van Averbode’) en overstromingsgebieden (bv. "gecontroleerd overstromingsgebied met natuurverweving Kruibeke-Bazel- Rupelmonde"). Ook GRUP’s voor bedrijventerreinen, golfterreinen en zones voor windturbines (bv. Hoogstraten en Kruibeke) zijn al definitief vastgesteld.
Ondertussen wordt volop werk gemaakt van de afbakening van het Grootstedelijke gebied Antwerpen, de Waaslandhaven en de Antwerpse haven op rechteroever. Natuurpunt is in het afbakeningsproces van de havengebieden actief aanwezig in de voorbereiding en discussie met andere actoren.
De provincie Antwerpen volgde in oktober 2001 als eerste van de vijf provincies met het Ruimtelijk Structuurplan Provincie Antwerpen (RSPA).
De provincie is bevoegd voor de afbakening van de kleinstedelijke gebieden, regionale bedrijventerreinen, recreatieve knooppunten, secundaire wegen en natuurverbindingsgebieden. In onze regio zijn nog geen PRUP’s verschenen.
Toch is de provincie wel actief gestart met de uitvoering van het RSPA. Zo werden het ‘kleinstedelijk gebied Mol‘ en de bijhorende bedrijventerreinen, regionale bedrijventerreinen (bv. Willebroek Noord), een aantal overstromingsgebieden (in Lier, Putte en Sint-Katelijne Waver), historisch gegroeide bedrijventerreinen (bv. in Kontich en Geel) en een tramlijnverlenging (Mortsel- Boechout) definitief vastgesteld Waar helaas nog niets rond gebeurde is de afbakening van natuurverbindingsgebieden.
Door het decreet op de ruimtelijke ofdening van mei 1999 (dat ondertussen al 11 keer gewijzigd werd) werden de gemeenten (net zoals het Vlaams gewest en de provincies) verplicht een Gemeentelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan op te stellen.
Een ruimtelijk structuurplan bevat steeds drie onderdelen: een informatief deel, een richtinggevend deel en een bindend deel. Het informatieve deel bevat een pak aan informatie over de gemeente die noodzakelijk is om de gemeente te begrijpen. Er wordt ook steeds een overzicht gegeven van knelpunten en kansen voor het ruimtelijk beleid. Dit gedeelte is nodig om de rest te begrijpen maar heeft verder geen enkel gevolg.
In het richtinggevend gedeelte wordt het gewenst ruimtelijk beleid van de gemeente uitgeschreven. De gemeente mag daarbij niet afwijken van de bepalingen van het RSV of het RSPA. De gemeente dient zich uit te spreken over het woonbeleid (waar en hoe), de lokale bedrijventerreinen, lokale sport- en recreatieve voorzieningen, lokale wegen en natuurlijk ook over lokale natuur.
In het richtinggevend gedeelte wordt niet alleen de visie uitgewerkt maar wordt ook opgelijst hoe de gemeente die visie wil realiseren. Dat kan o.m. (maar niet uitsluitend) met gemeentelijke verordeningen en gRUP’s. De gemeente mag in principe (tenzij mits grondige motivering) niet afwijken van dit gedeelte. Als er bv. gesteld wordt dat een bepaalde vallei moet gevrijwaard worden van bebouwing mag de gemeente nadien geen gRUP opstellen om dat gebied te herbestemmen naar woongebied.
Het bindend gedeelte herhaalt meestal de belangrijkste principes van het richtinggevend gedeelte en bavat een lijst van de uit te voeren acties. De gemeente mag niet afwijken van dit bindend gedeelte.
Belangrijk om weten is wel dat een ruimtelijk structuurplan enkel bindind is en niet verordenend. Dat betekent dat het alleen doorwerkt op het gemeentebestuur (en de bijhorende instellingen zoals gemeentelijke vzw’s of gemeentelijke bedrijven). Wanneer in een structuurplan staat dat een bepaald gebied moet gevrijwaard worden van bebouwing maar het gewestplan laat bebouwing toe, dan kan de gebruiker een bouwvergunning krijgen. Het is pas nadat de gemeente via een gRUP de bestemming gewijzigd heeft dat de vergunning kan geweigerd worden.
Stabroek en Brecht hebben reeds een definitief vastgesteld ruimtelijk structuurplan. De uitvoering laat echter te wensen over: Woongebieden en bedrijventrerreinen worden blijkbaar prioritair aangepakt terwijl de acties rond de open ruimte op zich laten wachten.
In Kapellen en Brasschaat is het openbaar onderzoek achter de rug. In Kapellen heeft de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening (Gecoro) reeds een advies uitgebracht, in Brasschaat moet dat nog gebeuren. Na het advies van de gecoro kan het structuurplan (eventueel na aanpassing aan de bezwaren en adviezen) definitief vastgesteld worden.
Schoten is bijna klaar met de voorbereiding en wil het ontwerp vaststellen in de gemeenteraad van september waarna het openbaar onderzoek volgt van oktober tot januari 2006. Wuustwezel zit nog helemaal in het begin van de opmaak en heeft te maken met een duidelijk probleem van visievorming met betrekking tot de open ruimte. Wanneer daar een voorlopige vaststelling volgt is afwachten.
De stad Antwerpen heeft de moeilijkste taak. Een strategisch ruimtelijk structuurplan is veel complexer dan een ander ruimtelijk structuurplan. De stad heeft dan ook naast de eigen stedelijke planningscel een team van experten (waaronder de befaamde Italiaanse ontwerper Bernardo Sechi die ook het stedenbouwkundig ontwerp voor Spoor Noord opmaakte) aangetrokken.
De teksten zijn in volle ontwikkeling. Momenteel wordt nog druk overleg gepleegd met vertegenwoordigers van verschillende maatschappelijke doelgroepen. Er wordt gehoopt van tegen september een voorontwerp klaar te hebben dat dan verder de besluitvorming en adviesrondes door moet. Tegen medio 2006 zou dan een ontwerp door de gemeenteraad kunnen goedgekeurd zijn waarna het openbaar onderzoek zal starten.