Kathleen Quick en Peter Symens - 13 juli 2005
Via het project "de Antwerpse haven natuurlijker" werken Natuurpunt en het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen sinds 2001 samen om de natuur- en economische belangen binnen het havengebied te verzoenen en zo optimaal mogelijk te ontwikkelen. Hiervoor zullen in en rond het havengebied een aantal nieuwe natuurgebieden ontwikkeld worden en zal eveneens binnen het havengebied een netwerk van ecologische infrastructuur worden ingericht.

Oeverzwaluwwand
(foto: Hildegarde Van den Camp)
Het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen voorziet dat tot 5% van alle zeehavengebied gevrijwaard moet worden. Het project “de Antwerpse haven natuurlijker” besteedt ook aandacht aan soortenbescherming en stelt hiervoor plannen op. Hieronder worden er enkele toegelicht.
Het plan oeverzwaluw is het eerst opgestarte soortbeschermingsplan en wellicht het meest bekende. Na 4 jaar werking begint dit plan uit te groeien tot een echt succesverhaal op het gebied van soortenbescherming in de Antwerpse haven.
Jaarlijks broedt tot 20 percent van de Vlaamse populatie oeverzwaluwen in het havengebied Antwerpen. Heel wat van die zwaluwen trachten te broeden in tijdelijke zandhopen. Als die worden afgegraven tijdens het broedseizoen, betekent dit de vernietiging van de nesten.
Daarom werd in 2001 het plan oeverzwaluw opgestart. Dit soortbeschermingsplan voorziet in de bescherming van tijdelijke nestwanden op verschillende locaties in het Antwerps havengebied op linker- en rechteroever en in de aanleg van meer permanente wallen op plaatsen waar die de normale bedrijfsvoering van de haven en de bedrijven niet hinderen.
Op plaatsen waar spontaan kolonies kunnen ontstaan, maar waarvan we weten dat die tijdens het broedseizoen zullen verdwijnen, proberen we nestbouw te voorkomen door het afschuinen van de wanden.
Het plan heeft ervoor gezorgd dat de betrokken aannemers van grondwerken en bedrijven op de hoogte zijn van de problematiek. Hun enthousiaste repons heeft er toe geleid dat de oeverzwaluw de voorbije jaren steeds genoeg mogelijkheden vond om succesvol te broeden in de Antwerpse haven.
Dankzij de bekendheid die aan dit plan werd gegeven, ondermeer via een speciale brochure en meerdere meldingen in de media werd de ervaring, opgedaan in de Antwerpse haven, zelfs tot ver daarbuiten geëxporteerd (ondermeer naar zandontginner Sibelco en de gemeente Olen).
Dit soortenbeschermingsplan vertelt het succesverhaal van hoe een in Vlaanderen uitgestorven gewaande orchideeënsoort werd herontdekt en nieuwe kansen krijgt dankzij het project ‘de Antwerpse haven natuurlijker’.
Het wit bosvogeltje is één van zeven wilde orchideeënsoorten die in het havengebied voorkomen. Deze orchideeënsoort houdt van kalkrijke (opgespoten) grond, met een niet te ruige vegetatie. De groeiplaats op de rechteroever werd ontdekt tijdens één van de inventarisaties in de Antwerpse haven in het kader van het project.
Het Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen en Natuurpunt Antwerpen Noord hebben vervolgens de handen in elkaar geslagen om deze orchidee in de haven te beschermen en nieuwe kansen te bieden. Dankzij een aangepast beheer kan de populatie zich terug over een groter gebied uitbreiden. Dit beheer houdt onder meer in dat een deel van de houtige opslag gekapt en de ruige vegetaties gemaaid worden. Daardoor krijgt deze prachtige orchidee optimale groeikansen.
Toen deze groeiplaats in 1999 ontdekt werd, bevatte ze slechts een 30-tal exemplaren. Door het aangepaste beheer is dat aantal uitgegroeid tot een 100-tal exemplaren.
Hoewel voor een aantal belangrijke soorten nog niet veel gerealiseerd is op het terrein worden zij niet ‘vergeten’.
Voor de rugstreeppad (een bijlage IV-soort van de Europese habitatrichtlijn die enkel al daarom extra aandacht verdient) werd reeds veel inventarisatiewerk verricht. De resultaten daarvan worden momenteel in samenwerking met Afdeling Natuur en de amfibieënwerkgroep Hyla verwerkt in een soortbeschermingsplan dat niet alleen het Antwerpse havengebied, maar heel het Scheldebekken omvat.
Voor de zwartkopmeeuw, een bijlage I-soort van de Europese vogelrichtlijn die de braakliggende terreinen in de Antwerpse haven als broedgebied verkiest, wordt momenteel een concreet inrichtingsplan opgemaakt voor de aanleg van een nieuw, permanent broedterrein in de lus van de A12 ter hoogte van de Tijsmanstunnel.
Om de mogelijkheden omtrent de duurzame instandhouding van de moeraswespenorchis in het havengebied te onderzoeken werd een internationaal expertenteam bijeengeroepen. Hun bevindingen zullen worden opgenomen in de verdere havenontwikkelingsplannen rond de belangrijkste standplaats van deze orchidee op de rechteroever.
Alle plannen krijgen langzaam maar zeker meer gestalte maar het werk is zeker nog niet af. In die zin wordt er momenteel gedacht om de samenwerking tussen het havenbedrijf en Natuurpunt verder uit te bouwen in een nieuw driejarenprogramma, waarbij de concrete realisatie van alle plannen op het terrein de belangrijkste uitdaging voor de nabije toekomst is.