28 maart 2005 - Stefan Versweyveld
In 2001 startte Natuurpunt Antwerpen Noord met een aankoopproject in de Ruige Heide in Berendrecht-Zandvliet. Niet omdat natuur aankopen ons doel is, maar wel omdat het vaak de enige manier is om kwetsbare natuur duurzaam te beschermen in Vlaanderen, ook in de Ruige Heide.
Sinds de aankoop van de eerste percelen heide, dankzij de financiële steun van veel leden, en het uitvoeren van gerichte herstelwerken profiteerden zeldzame planten en dieren van ons beheer. Voor hen vormt de Ruige Heide één van de laatste toevluchtsoorden in onze regio.

De Ruige Heide in bloei (foto: Hug Van Beek)
Tot voor kort was de toekomst van de Ruige Heide allesbehalve rooskleurig. Motorcrossers, allerlei afvalstorten, verbossing met agressieve exoten zoals de Amerikaanse vogelkers… Het zag er naar uit dat dit waardevolle heide- en stuifzandgebied voorgoed zou verdwijnen. Dat liet Natuurpunt Antwerpen Noord uiteraard niet gebeuren. Aankoop en inrichting als natuurgebied leek ons de meest verregaande, maar tevens de meest efficiënte methode om de kwetsbare natuur van de Ruige Heide te behouden.
Helaas is de Ruige Heide de voorbije decennia sterk versnipperd geraakt. Voor een oppervlakte van amper 15 ha zijn er tientallen eigenaars, verspreid over de Vlaamse provincies en tot in het buitenland toe. Onze vrijwilligers gingen vol goede moed aan de slag en in juni 2001 hadden we voldoende percelen aangekocht om een beheerplan op te stellen en bij de Vlaamse overheid een erkenning van de Ruige Heide als natuurreservaat aan te vragen.
Begin 2002 werd de Ruige Heide door de Vlaamse overheid als natuurreservaat erkend. Dankzij deze erkenning konden we starten met de herstelwerken die in het beheerplan opgenomen waren.
De eerste werkdag in de Ruige Heide – in februari 2002 – was meteen een schot in de roos: meer dan 40 vrijwilligers uit de buurt staken de handen uit de mouwen. In de eerste plaats om het vele sluikafval in de Ruige Heide op te ruimen, een klus die overigens tot de dag van vandaag duurt. In de tweede plaats wilden we de droge heide en het stuifzand van de Ruige Heide, waar vele zeldzame planten en dieren thuis zijn, behouden door het verwijderen van de agressieve Amerikaanse vogelkers.
Sindsdien spendeerden vrijwilligers vele uren in de Ruige Heide, maar de resultaten mogen gezien worden! Heidepercelen, eens ontsierd met afval allerhande en sterk bedreigd door de oprukkende Amerikaanse vogelkers, zijn nu veranderd in mooie stukjes droge heide met brem, struikheide, pilzegge, tandjesgras en borstelgras. Ook zomereiken, in allerlei merkwaardige en prachtige vormen, kunnen verder uitgroeien temidden van de heide. De beheerwerken komen ook de mossen ten goede.
Mossenkenners vonden op de Ruige Heide immers twee bijzondere mossen: gewoon franjemos en pluimstaartmos. Het gewoon franjemos is een zeer fraai levermos, dat typisch is voor oude heide en meestal onder struikheide groeit. Het is allesbehalve ‘gewoon’ want in veel heideterreinen is deze soort verdwenen. In de Ruige heide echter groeit de soort nog in grote aantallen.
Het pluimstaartmos is dan weer een bladmos dat 10 tot 20 cm hoog kan worden. Het wordt tegenwoordig bijna uitsluitend gevonden in bosjes op opgespoten terreinen. Op de oorspronkelijke vindplaatsen, oude bossen en heide, wordt dit mos zeer zeldzaam.
Minstens even bijzonder is de centrale ‘zandvlakte’, een stuifduingebied. Wanneer de zon op een stralende zomerdag de temperatuur genadeloos de hoogte injaagt op het kale stuifzand, waan je je even op een ander continent.
Het stuifzand van de Ruige Heide is echter geen troosteloze ‘zandbak’. Integendeel, ondanks het kale uitzicht vormt het stuifzandgebied een laatste toevluchtsoord voor een heleboel bijzondere planten en dieren. Het zal je niet verwonderen dat het dieren en planten zijn, die zich volledig aangepast hebben aan het steeds weer veranderende stuifzandlandschap.
Typische plantensoorten zijn heidespurrie, zandblauwtje, schapezuring, reigersbek, zilverhaver en buntgras. De laatste plantensoort is trouwens de waardplant van een heel zeldzaam vlindertje: de kommavlinder. Daarnaast trekt het snel opwarmende zand ook de levendbarende hagedis en zandloopkevers aan. Hoeft het nog gezegd dat Natuurpunt de Ruige Heide wil koesteren?