28 maart 2005
Het is nog niet lang licht, maar aan de Scheldeboorden van het Groot Buitenschoor heerst al een drukke bedrijvigheid. Niet alleen drukte bij BASF, maar ook de scholeksters, wulpen, bonte strandlopers en tientallen andere watervogels peuteren in de modder in de hoop er hun ontbijt te vinden. Even verderop ploetert een grote vreemde vogel op de slikplaat. Het is Hug Van Beek, lid van de Schorrenwerkgroep en geïnteresseerd in het kleine grut van de bodem.
Weer of geen weer, je staat regelmatig met veel enthousiasme in de bodem te prutsen. Waarom word je zo aangetrokken door het Groot Buitenschoor?
Op het eerste zicht lijkt het Groot Buitenschoor een saaie grijze slikvlakte waar veel vogels hun kostje bij elkaar scharrelen. Tijdens de schorrencursus in 2002 van de Schorrenwerkgroep kwam de “schorrengekte” opzetten. Nadien volgde de cursus natuurgids. Het lag voor de hand dat het eindwerk voor die cursus, zou geïnspireerd worden door dit prachtige natuurgebied.
Waar ben je precies naar op zoek wanneer je in de modder van het Groot Buitenschoor ploetert?
Vooral de kleine beestjes in de bodem zijn fascinerend. Wetenschappers noemen dat het macrozoöbenthos, maar in de Schorrenwerkgroep hebben we het meestal over het kleine grut in de prut. Niet voor niets is het Groot Buitenschoor één van de dichtst bevolkte gebieden ter wereld. In iedere vierkante meter slik leven 20 tot 30.000 bodemdiertjes samen op een diepte van maximaal 15 cm. Vandaar dat hier bij laagwater tienduizenden watervogels op zoek zijn naar zeeduizendpoten, slikgarnaaltjes of rode draadwormen.
Behalve de bodembeestjes die je met het blote oog kunt zien, zijn er ook microscopische organismen die het slik bevolken. Dit microzoöbenthos omvat vooral bacteriën, maar ook wiersoorten zoals kiezelwieren, blauwof groenwieren.
Wat moet ik me voorstellen bij een typische dag van een prutprutser?
Prutprutsen is altijd een beetje reizen. Allereerst raadplegen we de hoogwaterstand in de getijdetabel. We bezoeken het schor ongeveer een uur na hoogwater. De bagage is exotisch: thermometers, lege babypotjes, pincetten, zeven... tot een telescoop toe.
Als het al licht is, bekijken we eerst de aanwezige vogels alvorens op het slik aan de slag te gaan.
Wellicht bestaat er een verband tussen de aanwezigheid van bodemdiertjes en allerlei omgevingsfactoren. Daarom wordt er altijd gestart met het meten van de temperatuur, neerslag en windrichting. Vervolgens nemen we stalen van de bodem en het water. Omdat de vloedlijn bij laagwater vaak een heel eind weg is, kan dat zware arbeid zijn. Het is lastig om 1,5 u in het soms kniehoge slik te stappen.
Daar houdt het echter niet bij op. Door de bodemstalen met water te zeven, komen allerlei kleine beestjes te voorschijn. Die worden vervolgens nauwkeurig geteld en gemeten en uiteraard worden ze opnieuw uitgezet in hun natuurlijke biotoop. Van iedere fase maken we foto’s. Het verwerken van de meetresultaten is dan voor een andere dag. Steevast bekaf, maar tevreden keren we huiswaarts.
Je bent blijkbaar echt gepassioneerd door meten.
Meten in de natuur staat ver af van bijvoorbeeld het wegen van tomaten. Meten is geordende nieuwsgierigheid. De resultaten brengen vaak verduidelijking soms ook antwoorden. Maar heel dikwijls komen er nog meer vragen. Dat maakt al dat meten en prutsen juist boeiend.
En wat zijn de eerste resultaten van je onderzoek?
Onderzoek kan het moeilijk genoemd worden. Onderzoek is biologenwerk. Het blijft slechts bij eenvoudig waarnemen. Vergelijk het met genieten van de Alpen zonder een alpinist te zijn.
Fauna en flora worden in een schorrengebied sterk bepaald door het zoutgehalte van het water. Dat zoutgehalte varieert langzaam het hele jaar door, deze langzame variatie heeft geen directe invloed op de bodembeestjes. Een stevige stortbui verstoort ook niet, want blijkbaar beschermt het slik het macrobenthos tegen plotse zoutschommelingen. Dat brakke milieu zorgt er overigens wel voor dat er maar een beperkt aantal soorten kan overleven. Ook de grootte van de dieren verschilt: de veelkleurige borstelworm is relatief klein in het Groot Buitenschoor. De slikgarnaaltjes echter komen er zeer fors voor de dag.
Voor je studie ben je vele uren in de weer op de slikplaat van het Groot Buitenschoor. Blijft het altijd even boeiend?
Vaak is het hard labeuren en ploeteren, maar sommige momenten maken veel goed en belonen die arbeid eens te meer: ondervinden dat plantaardige eencelligen of kiezelwieren zich enkele millimeters kunnen verplaatsen, is best interessant.
Maar niet alleen de slikbeestjes boeien. Zo verscheen eens op het slik een reebok. Statig stapte hij naar de vloedlijn , bedacht zich plots en zocht dan beschutting in het riet. Was hij wellicht een voorbeeld van een migrerend dier, ondanks de brede Schelde? Zulke prachtige momenten blijven lang bij.
De schapen van schapenkweker Ludo Van Alphen zorgen af en toe voor hilariteit. Aan de dijkvoet was er een blèrend lam. Zijn moeder reageerde op het geroep, kwam dan aangelopen maar stoof dan weer weg van het lam en dit herhaalde zich steeds. Hoogst vreemd! Het lam stond half in het riet. Had je zijn kop moeten zien, die stak in een rode plastiekdoos. Een verschrikking voor mij en moeder schaap. Eenmaal het vermeend genetisch ongeluk verlost te hebben van zijn feesthoed, huppelde het blije kind naar zijn mama. Het genoot op zijn schaaps van het weergevonden daglicht.
Helaas is werken op het slik niet altijd even veilig. In augustus was ik druk in de weer met zeven en het volgen van de vloedlijn met het materiaal en verzeilde daardoor in veel te zachte bodem. Het heeft maar een haartje gescheeld of er was vroegtijdig een einde gekomen aan de prutprutserij. Dankzij de steun van Natuurpunt kan een waterpomp aangekocht worden zodat nu hoog en droog op de dijk de bodemstalen kunnen gezeefd worden.
Tot slot, wat zijn je plannen voor de toekomst?
Plannen? Noem het beter dromen: Een brakwatertuintje op het slik, met wat structuren waar zich planten en allerhande organismen kunnen nestelen als krabben, nonnetjes of wieren. Verder, kunnen we de meetmethodes nog veel verbeteren, zodat we de bruinwieren en bodemdiertjes juister kunnen opvolgen. Wellicht kunnen we zoeken naar het verband van de aanwezige vogelsoorten met de bodemdieren. Zo kan ik nog even blijven doorgaan...
Hug, we wensen je nog veel succes met de bodembeestjes en hou het veilig!