27 december 2004 - Anders Megroedt
Van de vier watersalamandersoorten die we in Vlaanderen rijk zijn , spreekt de kamsalamander het meest tot de verbeelding. Niet alleen omdat de mannetjes op kleine waterdraakjes lijken, maar ook omdat hun aanwezigheid in onze regio van groot Europees belang is. De kamsalamander is een zeldzame watersalamander in Europa en wordt via de habitatrichtlijn beschermd. Hoog tijd voor een kennismaking met deze bijzondere amfibieënsoort.

Kamsalamander
De mannetjes kamsalamanders worden 10 tot 14 cm groot. Voor de grotere vrouwtjes is dat zelfs 11 tot 17 cm. Daarmee is de soort de grootste watersalamander die je in Vlaanderen kan aantreffen. De kleur van het lichaam is donkerbruin met zwarte vlekken op de flanken. De huid is korrelig met opvallend veel witte stippen op de zijkant van het lichaam en witte vlekken op de kop.
Aan de voorpoten zijn 4 tenen, aan de achterpoten 5. De kamsalamander ontleent zijn naam aan de opvallende kam die de mannetjes dragen tijdens de voortplantingstijd. De rugkam begint tussen de ogen en loopt tot boven de achterpoten. De kam kan individueel sterk verschillend zijn: laag tot hoog en sterk tot nauwelijks ingesneden. Een sterk ontwikkelde kam wordt door de druk van het water rechtop gehouden, buiten het water valt hij slap over de rug. Daarmee lijkt de kamsalamander op een echte miniatuur waterdraak!
De niet ingesneden staartkam is duidelijk gescheiden van de rugkam. Aan de onderzijde van de staart is er een smalle ongetande zoom. De staart zelf heeft een opvallende horizontale zilverwitte of zilverblauwe streep. De vrouwtjes hebben geen rug- of staartkam. Op hun rug is er een ondiepe groeve. De staart heeft onder aan een gele of oranje boord.
Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben een donkere keel met veel witte en grijze stippen. Een dwarse huidplooi scheidt de keel van de buik. De buik is opvallend geel tot oranje, met een onregelmatig patroon van zwarte vlekken. Deze vlekkentekening is individueel en onveranderlijk, maar de vlekken worden groter bij het ouder worden. Uitzonderlijk kan de buik volledig geel of zwart zijn. De buiktekening is als het ware een vingerafdruk waaraan je ieder dier afzonderlijk kan herkennen…
In de huid heeft de kamsalamander gifklieren. Bij verstoring van de dieren wordt het gif afgescheiden. Het heeft een zwakke geur, die doet denken aan te vochtig bewaarde aardappelen. Wanneer het gif in contact komt met de slijmvliezen van ogen of mond, heeft het een irriterend effect.
De Engelse mevrouw Ormerod wilde er meer over weten. Zachtjes beet zij in een kamsalamander, juist voldoende voor een lekje salamandergif in haar mond. Daar kikkerde zij echter niet van op: eerst had zij een bittere smaak en was er een samentrekking van de mond en gevoelloosheid van meerdere tanden. Vervolgens een branderig gevoel in haar keel. Binnen de minuut begon zij overvloedig speeksel te produceren en kreeg zij spastische bewegingen. Uren later had zij nog zware hoofdpijn en rillingen.
De kamsalamander is heel zeldzaam geworden in Vlaanderen. Het is niet evident om voor het beestje een geschikt leefgebied te vinden. Vooreerst is de kamsalamander van onze watersalamanders de meest “poelafhankelijke”. In tegenstelling tot de kleine watersalamander en de alpenwatersalamander verblijven kamsalamanders voor een groot deel van het jaar in water. Vandaar het grote belang van permanente watervlakken, wat meestal overeenkomt met grote en diepe waterpartijen.
En daar knelt het schoentje. De meeste poelen worden momenteel niet meer beheerd en verlanden daardoor. Dat betekent dat ze langzaam dichtgroeien: hun diepte en oppervlak verkleinen. Een grote diepte en een groot oppervlak zijn nu net de kenmerken die de kamsalamander zo belangrijk vindt.
De tweede verklaring voor de zeldzaamheid van de kamsalamander is zijn gevoeligheid voor roofvissen. In kleine poelen is deze gevoeligheid mogelijk groter, omdat er in vergelijking met grote poelen in kleine waters minder schuilgelegenheid te vinden is.
Tot slot heeft de soort behoefte aan veel, dicht bij elkaar gelegen poelen. In het recente verleden zijn er echter al tientallen poelen uit het landschap verdwenen.
Ook elders in Europa is de kamsalamander geen alledaagse verschijning. Daarom werd hij in 1992 opgenomen in de Europese habitatrichtlijn. Deze natuurrichtlijn verplicht alle lidstaten om speciale beschermingszones af te bakenen voor de soorten en habitats van Europees belang. Vlaanderen heeft dus een reeks gebieden afgebakend waarbinnen de kamsalamander beschermd moet worden.
De kamsalamander komt – gelukkig – nog verspreid voor in de Noord-Antwerpse regio. De kerngebieden zijn ongetwijfeld het militair domein Groot en Klein Schietveld en de verlaten kleiputten in de Voorkempen, waaronder ons natuurgebied De Kooldries. Bij het beheer van De Kooldries proberen we zoveel mogelijk rekening te houden met de wensen van de kamsalamander. Onder meer het behouden en herstellen van de waterpartijen van de oude kleiputten is van groot belang!
Vanaf begin februari staan de vrijwilligers van Natuurpunt Antwerpen Noord opnieuw gereed om onze amfibieën een handje te helpen om veilig de weg over te steken. Bij het plaatsen en weghalen van afsluitingen, het overzetten van amfibieën, het tellen en determineren van dieren kunnen we heel wat hulp gebruiken.
Ben jij ook bereid om een dag, één of meerdere avonden in het voorjaar (periode eind januari tot begin april) deze kwetsbare diertjes te leren kennen en helpen? Neem dan contact op met het natuur.huis van Natuurpunt Antwerpen Noord (tel. 03-541.58.25).