Activiteiten

 

Links

 

Natuurgids.net

Zoek naar info over natuur en milieu in de Natuurgids.

U bent hier: naar homepageHome > Actueel > 2004

Vogeltrek van naderbij bekeken

26 september 2004

Sommige vogels zien we het hele jaar door , anderen zien we even in het voor- en najaar, nog andere zien we enkel in de zomer of de winter. Waarom blijven zij niet het hele jaar hier? En waar gaan zij dan naartoe? Vragen genoeg om even stil te staan bij het fenomeen vogeltrek.

Vroeger dacht men ...

Scholekster
Scholekster

Vroeger deden de gekste verhalen de ronde over de vogeltrek. Zo dacht men dat de vogels die in het najaar wegvlogen en in het voorjaar weer terugkwamen, ergens een winterslaap hielden.

In de zeventiende eeuw was men er van overtuigd dat vogels ‘s winters naar de maan vlogen; of dat de koekoek in de winter in een sperwer veranderde; of de zwaluw wegkroop in de modder.

Trek het jaar rond

Het hele jaar door is er druk vliegverkeer in en om het Schelde-estuarium. In februari komen de eerste vogels uit warmere streken al terug. De wintervogels zijn dan nog aanwezig; naargelang het weer vertrekken zij in maart en april naar het noorden. Eind april, begin mei is een piekperiode wanneer de meeste vogels terugkeren naar hun broedgebied.

In augustus komt de trek naar het zuiden al op gang. Insecteneters volgen hun eten naar warmere streken. Zaadeters volgen in oktober. Rond die tijd komen de eerste ganzen en zwanen uit het noorden naar onze streken.

Schelde-estuarium van levensbelang

In het winterhalfjaar worden in het Schelde-estuarium meer dan 150.000 watervogels geteld! Voornamelijk steltlopers, eenden en ganzen. Soorten zoals duikers, futen, aalscholvers, e.a. komen slechts in kleine aantallen voor.

Voor steltlopers ligt de Schelde op de zogenaamde Oost Atlantische trekroute. Dit is één van de grote vliegwegen waarlangs vogels vanuit hun arctische broedgebieden naar hun zuidelijke winterkwartieren koers zetten.

Van bonte strandloper en scholekster blijven aanzienlijke aantallen overwinteren. Bontbekplevier en zwarte ruiter, zijn typische passanten die tijdelijk langs de Schelde neerstrijken om ‘bij te tanken'. Van wulp, zilverplevier en rosse grutto gebruiken de meeste het Scheldeestuarium als doortrekgebied, slechts kleine aantallen blijven overwinteren.

De Wester- en Zeeschelde zijn van internationaal belang voor een tiental soorten steltlopers. Dit betekent dat op bepaalde tijdstippen van het jaar, er een groot deel van de totale populatie in het gebied verblijft.

Voor sommigen liggen hun broed- en overwinteringsgebieden meer dan 10.000km uiteen. Voor hen is het levensnoodzakelijk dat ze onderweg plaatsen zoals getijdengebieden tegenkomen waar ze hun vetreserves kunnen aanvullen om hun marathonvlucht te overleven. Bovendien zijn vetreserves noodzakelijk om het harde winterweer te overleven. Deze vogels zijn voor voedsel afhankelijk van de bodemdieren in de slikken. Daarom zijn onze slikken- en schorrengebieden zo belangrijk. De drie door Natuurpunt beheerde gebieden zijn: het Groot Buitenschoor (215 ha) in Zandvliet, Galgeschoor (46 ha) in Lillo en Schor Ouden Doel (51 ha) in Prosperpolder. Vooral het Groot Buitenschoor met zijn slikplaat van ruim 200 ha speelt een cruciale rol.

 

Meer info

 

Contactpersonen

Natuurgebieden

Dossiers