26 september 2004
Wie Antwerpen langs de Noorderlaan binnenrijdt heeft het ongetwijfeld al gezien. Op grote affiches wordt sinds geruime tijd aangekondigd dat er een ‘Park in zicht' is. Op het voormalige spoorwegemplacement Spoor Noord zal binnenkort een nieuw park aangelegd worden. Daarnaast komt er ook ruimte voor nieuwe kantoren en flats en blijven de historische gebouwen behouden.
Halfweg de jaren negentig werd duidelijk dat het emplacement in de toekomst te klein zou zijn voor de verdere spoorwegtaken. Vanaf 2000 werd het terrein volledig ontruimd door de NMBS. Enkel het oude spoorwegstation Antwerpen Noord (aan de Noorderplaats) en het er achter liggende magazijn is nog in gebruik als verdeelcentrum voor ABX. Het vrijkomen van zo'n groot terrein aansluitend bij het stadscentrum biedt nieuwe kansen.
Door een wijziging van het gewestplan in 1998 is de bestemming van het emplacement gewijzigd van ‘gebied voor openbare nutsvoorzieningen' naar ‘zone voor stedelijke ontwikkeling'. Dat houdt in dat tal van invullingen mogelijk zijn – gaande van industriële, ambachtelijke activiteiten, kantoren en kleinhandel, vervoer en verkeer tot groen, recreatie en wonen – op voorwaarde dat het stadsbestuur een bijzonder plan van aanleg (BPA) uittekent. In dat BPA moet de toekomstige ontwikkeling gedetailleerd worden beschreven.
In 2001 keurde de gemeenteraad na enige discussie een consensusnota goed. Deze consensusnota onderscheidt drie type van functies voor het emplacement: hoofdfuncties, ondersteunende functies en niet-gewenste functies. De hoofdfunctie is een stedelijk parklandschap (‘groene drager') met enerzijds, een groen-recreatieve functie en, anderzijds, een hefboomfunctie voor de opwaardering van het omliggende stadsweefsel. Een ‘stedelijk parklandschap' staat voor licht, lucht en ruimte in een dichtbebouwde omgeving en beslaat de hele oppervlakte van het terrein. Er moet ruimte zijn voor actieve en passieve recreatie voor alle leeftijdsgroepen met het oog op de behoeften van de omliggende buurten. Het emplacement heeft een zachtrecreatieve hoofdfunctie. Opdat dit stedelijk parklandschap een hefboomfunctie op stadsdeelniveau kan vervullen, is een absolute minimumoppervlakte van 10 ha aaneengesloten en multifunctioneel groen noodzakelijk.
Er worden drie types van ondersteunende functies opgesomd. Ten eerst een multifunctionele ontwikkeling met stedelijke uitstraling op de ‘kop' (het westelijk deel, aansluitend op de Noorderlaan en de Leien) met kantoren, maar ook met ondersteunende commerciële, woon- en horecafuncties en harde sportinfrastructuur. Een tweede ondersteunende functie is het hergebruik van de drie bestaande spoorweggebouwen. Ten slotte is er behoefte aan zachte noord-zuidverbindingen tussen de wijken Dam en Stuivenberg die ruimtelijk structurerend en organiserend moeten werken.
In derde instantie worden de niet-prioritaire en niet-gewenste functies omschreven. Wonen is niet prioritair; om ruimtelijke, financiële en veiligheidsredenen kan wel aan bewoning worden gedacht op de kop. Commerciële functies horen er evenmin thuis, tenzij verweven met andere functies op de kop. Horeca kan in verwevenheid met andere functies (bv. sport en recreatie) ook op andere plekken buiten de kop. Er is geen plaats voor extra bovenlokale verkeersinfrastructuur noch voor vestiging van KMO's.
Op 3 december 2001 wordt, na moeilijke onderhandelingen, een beleidsovereenkomst gesloten tussen NMBS en Euro Immo Star nv (EIS) en de stad Antwerpen. Het spoorwegemplacement wordt voortaan opgedeeld in drie zones. Zone A (ten noorden van de Noorderlaan) is bestemd voor commerciële ontwikkeling en blijft van EIS. Zone B (ten zuiden van de Noorderlaan en ten westen van het verlengde van de Fuggerstraat) is eveneens bestemd voor commerciële ontwikkeling en blijft van NMBS. Zone C (het grootste deel, ten westen van het verlengde van de Fuggerstraat) is bestemd voor niet-commerciële parkontwikkeling en wordt na goedkeuring van het BPA voor één symbolische € overgedragen aan de stad.
De principes van de consensusnota blijven grotendeels overeind maar het stadsbestuur moet toch één belangrijke toegeving doen. De bebouwde oppervlakte wordt in de zones A en B uitgebreid van 6 ha naar 19 tot 27 ha, die eigendom blijven van EIS en NMBS. Deze afspraak moet ook opgenomen worden in het BPA. Een tweede – niet minder pijnlijke toegeving – is dat de Stad moet instemmen met het verplaatsen van de voormalige uitwijkbundels (waar de treinen 's nachts geparkeerd staan) naar een nieuwe plek (cryptisch omschreven als ‘zone Luchtbal' terwijl eigenlijk het parkgebied naast de Oude Landen bedoeld wordt.
Wat de bewoners van de omliggende wijken denken over en wensen voor het spoorwegemplacement, vormde van meet af aan een belangrijk onderdeel van het planningsproces. Er werden geregeld bewoners- en informatievergaderingen georganiseerd waarop de bewoners niet alleen uitleg kregen maar ook suggesties konden doen. Het hoogtepunt vormde ongetwijfelde op 1 september 2002 de ‘Trek-jeplan'- dag waaraan meer dan 200 bewoners deelnemen en hun wensen duidelijk maken. De conclusies van de bewoners worden verwerkt in het planningsproces.
Begin 2002 werd door de stad een stedenbouwkundige wedstrijd uitgeschreven. De jury, onder voorzitterschap van Vlaamse bouwmeester bOb Van Reeth, selecteert uit de zesentwintig inzendingen vijf projecten afkomstig van de meest toonaangevende stedenbouwkundige bureaus in Europa. Zij krijgen de opdracht om hun voorstellen concreet uit te werken. Begin 2003 wordt het project ‘Villages & Metropolis” uitverkoren als winnaar. Het bureau krijgt de opdracht om haar concept uit te werken naar een stedenbouwkundig ontwerp en te vertalen in een BPA.
Het plan speelt op twee niveaus: ‘Villages' en ‘Metropolis'. De noordelijke helft is natuurlijker, wilder en intiemer van karakter. Een continue structuur van hoogstammig groen is op maat van de buurt gesneden. De polyvalente grasvlakte en de sportcluster in de zuidelijke helft zijn meer open en stedelijk en het decor voor dynamiek en activiteit. Kiosken, verspreid over het park en een centraal panoramagebouw geven het een hedendaags cachet. Het park is duurzaam, onderhoudsvriendelijk en flexibel van opzet. Het gebouwencomplex langs de Noorderplaats rijst volgens een weefsel- en/of campusmodel gefaseerd uit de grond op. Het viaduct Noorderlaan, als vernieuwende stadsboulevard, is voor de kop het ankerpunt. Het complex past in de geest van het park door de vele daktuinen en de twee corridors waarlangs het park zich een weg baant tot aan de Noorderplaats.
De gemeenteraad keurde het ontwerp BPA op 24 mei goed. Het openbaar onderzoek liep van 15 juni tot 31 juli. Natuurpunt Antwerpen Noord heeft een overwegend positief bezwaarschrift ingediend. Toch formuleerden we een aantal belangrijke suggesties tot verbetering. In het BPA werd geen rekening gehouden met de lopende studies naar het opnieuw aanleggen van de Schijn tussen Schijnpoort (waar de Schijn nu ondergronds duikt) en de oude monding in de Schelde. Eén van die mogelijkheden voorziet juist dat die nieuwe loop doorheen het nieuwe stedelijk park loopt waardoor ook stromend water deel uitmaakt van het park. Natuurpunt Antwerpen Noord vraagt daarom dat die mogelijkheid in het BPA wordt opengehouden.
Behalve ons bezwaarschrift heeft enkel de NMBS bezwaar ingediend. Zij trachtte nog meer munt te slaan uit de voor hen reeds financieel rendabele overeenkomst met de stad. In de loop van september heeft de Gemeentelijke Commissie van advies over de Ruimtelijke Ordening (Gecoro) de stad geadviseerd over beide bezwaarschriften en op 18 oktober 2004 heeft de gemeenteraad het BPA – met de door ons gevraagde aanpassingen én zonder toe te geven aan de NMBS – definitief vastgesteld. Dat betekent dat nu vrij snel gestart kan worden met de werkelijk aanleg van het park. Je hoort er nog van.
Open met Acrobat Reader