15 april 2004
Goederen per spoor vervoeren naar het hinterland. Het was en is nog steeds één van de sterke troeven van de Antwerpse haven. Reeds in begin van de vorige eeuw werd ten zuiden van Ekeren een groot rangeerstation aangelegd in de Oudelandse polder. Nu nog herkenbaar op het hogergelegen deel van het natuurgebied Oude Landen.

De Kuifeend
Na WO I deinde de haven verder uit richting noord en werd er door de NMBS een immens terrein (meer dan 5 km lang en tot 1,5 km breed) aangekocht in de polder van Ettenhoven en Oorderen.
De voorbije 80 jaar bouwde de NMBS hier een indrukwekkend rangeerstation uit. Versnipperd over het terrein bleven enkele hardnekkige polderboeren actief en op de meest drassige percelen kwam nieuwe natuur tot stand.
Vogels die uit de polders in de omgeving werden verdrongen door de oprukkende haven, vonden hier een laatste toevluchtsoord. Soorten als roerdomp, blauwborst, rietzanger en zomertaling brachten er hun jongen groot. Eén van de kunstmatige plassen ontwikkelde zelfs tot het internationaal vermaarde vogelreservaat De Kuifeend. Terecht kreeg een deel van het rangeerstation in 1988 de status van vogelrichtlijngebied. Een Europese bescherming met verregaande gevolgen voor de natuur én voor de NMBS.
Het hoeft geen betoog dat de Belgische spoorwegen niet waren opgezet met die natuur op hun rangeerstation. Deels omwille van de ruimte die zij niet konden gebruiken voor nieuwe ontwikkelingen op spoorweggebied. Deels ook omdat zij hadden gerekend op een forse winst bij de verkoop van een deel hun terrein. Van poldergrond naar industrieterrein… of naar natuurgebied: een verschil tussen 1 en 100 euro per m².
Toch lagen de ingenieurs van de NMBS niet echt wakker van de Europese richtlijn om het broedgebied van bedreigde vogelsoorten te beschermen. Zonder de procedure voor natuurcompensaties te volgen werden moerassen gedempt en natte weilanden opgehoogd. Een proces dat tot op vandaag niet is stopgezet. De kilometerslange ‘Main-hub’ waar containers worden overgeslagen van spoorwagons naar vrachtwagens en vice versa, staat er volkomen illegaal in internationaal beschermd gebied! Natuurlijk hebben wij er met zijn allen belang bij dat onze wegen worden ontlast van vrachtvervoer en dat het spoorwegverkeer wordt gestimuleerd. Maar daarom hoeft de NMBS de vloer niet te vegen met Europese milieuwetten.
Het rangeerstation Antwerpen Noord stond op het punt dezelfde weg op te gaan als het Deurganckdok op linkeroever. Met stilleggen van de werken en een miljoenenverlies tot gevolg. Eén klacht bij de Europese commissie en de NMBS kon de verdere uitbouw van dit station vergeten.
Natuurpunt deed dit bewust niet en koos de moeizame weg van overleg en het streven naar win-win situaties. Een compromis tussen het behouden en versterken van de natte natuur in en nabij het havengebied en het creëren van mogelijkheden voor havenontwikkeling en voor meer en efficiënt goederenvervoer per spoor.
Het overleg dat werd gestart in 1990 tussen alle betrokken partijen liep spoedig vast. Wij moesten wachten tot mei 2001 voor een definitieve doorbraak. Die kwam er vanuit het Strategisch Plan voor de Antwerpse Haven op de rechter Schelderoever. Via overleg werd een inventarisatie gemaakt van de sleutelkwesties.
Hierbij kwamen automatisch de knelpunten in de noordelijke havenrand aan bod. Dat waren voor Natuurpunt in de eerste plaats de uitbreiding van het rangeerstation Antwerpen-Noord en de natuurcompensaties voor de Main-hub. Maar ook het wachtdok voor lichters in Berendrecht, de buffering van de polderdorpen, de uitbreiding van het logistiek park Hoevenen en de berging en verwerking van baggerspecie werden hieraan gekoppeld.
Inmiddels ligt – mede dank zij de constructieve en creatieve inbreng van Natuurpunt – het meest belangrijke en vernieuwende voorstel van het gehele planningsproces op tafel. Dit combinatievoorstel reikt een samenhangende oplossing aan voor tal van ruimtelijke problemen waarmee de mensen en de natuur in de polderdorpen (van de rand van Ekeren tot in Zandvliet) reeds jaren te maken hebben.
Het sluitstuk van dit voorstel is de creatie van een groot nieuw natuurgebied van zo’n goede 170 ha. In hoofdzaak wordt gedacht aan natte natuur waar via natuurontwikkeling (zoals in de Bospolder in Ekeren) terug kansen worden gegeven aan planten en dieren die steeds in onze Scheldepolders hebben thuisgehoord. De omgeving van het Reigersbos en het (nu enkel op papier bestaande) landschapspark Berendrecht worden hierin geïntegreerd zodat samen 230 ha nieuwe natuur kan tot stand komen. Het is evident dat in zulk groot natuurgebied de mens een belangrijke plaats krijgt om er de natuur te ontdekken en te beleven.
Van de gronden die worden voorgesteld voor deze nieuwe natuur zijn momenteel nog zo’n 40% in landbouwgebruik. We kunnen ons voorstellen dat hierover zal gemord worden in landbouwkringen. Daarom werd uitdrukkelijk overeengekomen dat de Ettenhovense Polder en de Kabeljauwpolder als landbouwgebied worden gevrijwaard.
Dit plan moet als één geheel worden beschouwd waarbij elk van de onderdelen essentieel is. Sommige aspecten moeten nog verder worden onderzocht op hun haalbaarheid maar in feite is er geen weg meer terug en zal – eens de hogere overheid dit plan heeft goedgekeurd – stap voor stap aan de realisatie ervan worden gewerkt.
Als dit plan lukt zullen de kinderen van onze kinderen opnieuw de geheimzinnige roep van de roerdomp kunnen ontdekken. Misschien in de verre achtergrond verstoort door het gekrijs van staal op staal van rangerende spoorwagons, maar dat is duurzaamheid: verzoenen van mens, natuur en economie.