15 januari 2004
In een vorig artikel (Leren we het nooit?) gaven we al aan wat er op Vlaams niveau gebeurde rond het integraal waterbeleid. In dit artikel zoomen we in op het provinciaal en gemeentelijk beleid. Zijn er lessen geleerd uit de fouten uit het verleden, oplossingen uitgewerkt, worden nieuwe problemen op voorhand voorkomen?
De provinciale waterlopen zijn de relatief grotere beken of de beken vanaf het overschrijden van een gemeentegrens. In het Scheldebekken binnen onze regio zijn dat de Kabeljauwbeek, Opstalbeek, 's Hertogendijkse-beek, Rode Beek, Zwarte Beek, Schoon Schijn/Kaartse Beek, Donkse Beek, Oudelandse Beek, Laarse Beek, Klein Schijn. In het bekken van de Maas vinden we dan weer de Broekloop, Kleine Beek, Kleine Aa/Weerijsbeek/Grote Beek, Weehagense Beek, Henxsroekse Beek, Sluiskensvijver en Muntbeek. Alle andere (kleinere) beken worden beheerd door de gemeenten.

Regenwater van straten kan perfect
afgevoerd worden langs infiltratie-
voorzieningen, ook in bestaande wijken.
Maar er zijn nog plannen. Zo zal het bovendebiet van de Grote Schijn (dat nu ter hoogte van Schijnpoort onder de grond duikt) via het Lobroekdok naar het Albertkanaal gepompt worden. De werken voor de aanleg van dat pompstation zijn nu bezig. Op termijn wordt er zelfs gedacht om de Schijn terug bovengronds te leggen zodat ze vanuit Schijnpoort via het nieuw te ontwikkelen stadpark Spoor- Noord naar de oude dokken of de Schelde kan vloeien. De studies om de haalbaarheid na te gaan zijn in uitvoering.
Eens het bovendebiet van de Grote Schijn is afgekoppeld, komt er in de ondergrondse Schijnkokers ruimte vrij om al het water van Merksem en een deel van Schoten en Ekeren op te vangen. De Schijnkokers werden al grotendeels geruimd van overtollig slib (momenteel is men de 3 de van de 3 kokers aan het ruimen) zodat de capaciteit nu al hoger ligt dan voor 1998. Natuurpunt Antwerpen Noord en Natuurpunt Schijnvallei volgen dit dossier nauwgezet op.
Wanneer je een bouwvergunning aanvraagt voor een eengezinswoning moet je voortaan een hemelwaterput installeren. Binnenkort wordt die verplichting ook uitgebreid naar bedrijfsgebouwen en parkeerterreinen (een ontwerp van Vlaamse verordening is voorbereiding). In de meeste gemeenten kan je trouwens subsidies krijgen om een hemelwaterput of hemelwaterinfiltratievoorziening te installeren in bestaande woningen. Belangrijk daarbij is natuurlijk dat je dat hemelwater ook gebruikt voor bv. de toiletspoeling, het sproeien van tuin en planten…

Een gescheiden rioleringsstelsel in
aanleg
Gemeenten die verstandig zijn, leggen voortaan geen gemengde rioleringsstelsels meer aan maar enkel gescheiden rioleringen voor afvalwater en regenwater. Zij krijgen immers van het Vlaams gewest een subsidie van 75% van de kosten voor gescheiden stelsels. Als zij gemengde stelsels aanleggen, krijgen zij geen subsidie. De meeste gemeenten uit onze regio hebben dat ondertussen al begrepen. Alle nieuwe rioleringsprojecten (ook voor renovaties van bestaande) zijn voortaan gescheiden.
Enkel in de stad Antwerpen blijkt er een probleem te zijn. Door de verdere decentralisatie worden vanaf 2004 de districten bevoegd voor de uitwerking van de rioleringen. De districten moeten echter met een vast budget van de stad werken (dat niet wijzigt in functie van het gevoerde beleid maar wel in functie van inwonersaantal, oppervlakte, aantal km wegen…).
De subsidies van het Vlaams gewest gaan echter naar de centrale stadspot. Dat betekent dat ‘goede' districten (Berendrecht- Zandvliet-Lillo is er zo één) die kiezen voor gescheiden stelsels meer uitgaven hebben (want een gescheiden stelsel is duurder) en ‘slechte' districten (Antwerpen is er zo één) minder uitgaven hebben en ook minder opbrengen voor de stad (omdat de stad dan geen subsidies ontvangt). Daarom pleit Natuurpunt Antwerpen Noord ervoor dat de subsidies van het Vlaams gewest doorgestort worden naar de districten omdat dit een goede stimulans zal zijn voor de aanleg van gescheiden rioleringen ook in Antwerpen.

Meer groen in de straat maakt ze
aantrekkelijker en zorgt voor minder
wateroverlast.
Ondertussen is het decreet integraal waterbeleid gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Daardoor is de gemeente verplicht bij elke vergunningsaanvraag (zowel stedenbouwkundige als milieuvergunning) een zogenaamde watertoets toe te passen. Daarbij moet nagekeken worden of het aangevraagde geen schadelijk effect heeft op de waterhuishouding.
Als er wel schadelijk effect optreedt (bv. een verhoogd risico op overstromingen, vermindering van infiltratie van hemelwater, …) dan moeten in de vergunning gepaste voorwaarden of aanpassingen worden opgelegd om er voor te zorgen dat geen schadelijk effect ontstaat of zoveel mogelijk wordt beperkt.
Als dat niet mogelijk is, moeten de voorwaarden er voor zorgen dat het schadelijk effect wordt hersteld of, in de gevallen van de vermindering van de infiltratie van hemelwater of de vermindering van ruimte voor het watersysteem, gecompenseerd. Dat laatste kan bv. door op andere percelen extra waterberging of infiltratie-installaties te voorzien.
Het is duidelijk dat de watertoets slechts in een beperkt aantal gevallen zal leiden tot een absoluut bouwverbod. Langsheen uitgeruste wegen en in situaties waar reeds het merendeel van de percelen bebouwd is, zal veelal (uiteraard na beoordeling van alle potentiële overstromingsrisico's) toevlucht moeten genomen worden tot compenserende en/of verzachtende maatregelen, zoals het voorzien van groendaken, waterdoorlatende verhardingen, hemelwaterputten, bufferbekkens, pompgemalen, indijkingen, enz… Belangrijk is wel dat verdere overstromingsrisico's voortaan via de vergunningverlening kunnen voorkomen worden.
Meer info over de verschillende subsidies en randvoorwaarden voor stedenbouwkundige vergunningen kan je verkrijgen bij je gemeentebestuur (milieudienst of dienst stedenbouwkundige vergunningen). Of neem contact op met ons Natuur.huis.