18 december 2003
Het belang van de Antwerpse fortengordels voor vleermuizen is zeker niet te onderschatten. Ruim de helft van de winterslapende vleermuizen in Vlaanderen wordt hier teruggevonden. Forten bieden ruimte voor grote aantallen vleermuizen, en voor soorten die zware klimatologische eisen stellen aan hun overwinteringsplaats. Een bunker doet wat grootte betreft onder voor een fort, maar toch zijn bunkers zeker niet onbelangrijk.

Bunker
Soorten als bijvoorbeeld de grootoorvleermuis leggen slechts zeer korte afstanden af. Een fort heeft in de regel dan ook niet meer dan een tiental grootoren, hoe uitgestrekt het gebouw ook mag zijn. Een gunstig gelegen bunker heeft vrijwel steeds 1 à 2 individuen.
Bunkers kunnen door de vleermuizen bovendien als ‘stapstenen' worden gebruikt. Als het 's winters voor de dieren te koud wordt in boomholten, verplaatsen ze zich naar een bunker. Wordt die bunker te koud, dan kunnen ze verhuizen naar een grotere of meer geïsoleerde bunker, of eventueel een fort in de nabijheid.
Niet iedere bunker is geschikt voor vleermuizen. De ideale vleermuizenbunker is ruim, zeer vochtig, tochtarm, door aarde geïsoleerd, staat in of nabij vegetatie en wordt niet door mensen bezocht.
In Antwerpen-Noord werden de laatste winter grootoren, watervleermuizen, baard/Brandts' vleermuizen en zelfs franjestaarten aangetroffen in bunkers; in totaal goed voor een 200-tal dieren. Enkele bunkers die speciaal voor vleermuizen werden ingericht kenden een spectaculaire stijging in aantal.