11 september 2003
14 en 15 september 1998, die data staat in het geheugen gegrift van veel mensen. Vijf jaar geleden kreeg Vlaanderen te lijden onder aanhoudende zware regenval. Veel rioleringen, beken en rivieren konden het water niet meer afvoeren en stroomden over. Ook in onze regio werden hele woonwijken blank gezet. Vooral Merksem, Ekeren en Kapellen vormden toen dagenlang het hoofditem op de tv-zenders, maar ook andere plaatsen in onze regio hadden problemen. De oorzaak lag o.m. in een versnelde afvoer van regenwater via rioleringen en beken. Gek genoeg zorgt dat niet alleen voor overstromingen van woonwijken maar ook voor verdroging in vele kwetsbare natuurgebieden. Vijf jaar na datum kijken we na of er lessen werden geleerd uit de fouten en hoe integraal het waterbeleid momenteel is.
Voor de rampzalige gebeurtenissen van september 98 wist de Vlaamse overheid al dat het waterbeleid een andere richting uitmoest. In het verleden was het beleid gestoeld op het snel afvoeren van water naar de zee. Door de steeds toenemende oppervlakte verhard gebied (straten, nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen, parkeerterreinen, …) kwam er ook meer en vooral sneller water in de rioleringen terecht. Ook de landbouw deed een duit in het zakje. Veel akkers werden gedraineerd zodat ze vroeger in het voorjaar konden gebruikt worden voor de teelt. Ook dat zorgt voor een snellere afvoer van water naar de beken.
De waterlopen werden de voorbije decennia daarenboven nog stelselmatig rechtgetrokken, verdiept en verbreed. Dat alles zorgt ervoor dat het water van een regenbui een paar uur later al in de beken en rivieren zit, die de massale toevloed niet aankunnen. Daardoor komt er ook minder water in de bodem terecht en drogen kwetsbare natuurgebieden uit.
De vorige Vlaamse regering had een voorontwerp decreet op het integraal waterbeheer in voorbereiding. Dat was een eerste voorzichtige aanzet om tot een integraal waterbeleid te komen, maar voldeed duidelijk niet. Het voorontwerp kwam niet tegemoet aan de Europese verplichtingen. Na een negatief advies van de MiNa-raad heeft de vorige Vlaamse regering het voorontwerp opnieuw in de kast gestoken.
Na de verkiezingen van juni 99 trad een nieuwe Vlaamse regering aan. In haar regeerakkoord was integraal waterbeleid opgenomen. Ondanks deze belofte duurde het lang vooraleer een nieuw decreet werd klaargestoomd. Ondertussen had de Europese Unie een kaderrichtlijn water uitgevaardigd. Die legt ons op tegen 2006 een hoop maatregelen uit te voeren.
Pas na de overstromingen van oktober 2001 en de overgang van 2001 naar 2002 werd door de Vlaamse regering een nieuw voorontwerp decreet integraal waterbeleid goedgekeurd. Dat werd ter advies voorgelegd aan de MiNaraad, die hierover in oktober 2002 advies uitbracht. Dat advies was globaal genomen positief maar vroeg wel een aantal cruciale aanpassingen. Het decreet werd op 9 juli 2003 definitief goedgekeurd door het Vlaams parlement.
Door het nieuwe decreet worden een aantal problemen binnen het waterbeleid in de toekomst anders aangepakt. Vlaanderen wordt ingedeeld in 11 bekkens. Dat zijn gebieden die een aaneengesloten stroomgebied van een (deel van een) rivier- en haar zijlopen vormen. Binnen de Noord- Antwerpse regio komen twee bekkens voor: het bekken van de Benedenschelde en het bekken van de Maas.
Voor elk van die bekkens moet tegen 22 december 2006 een bekkenbeheerplan opgesteld worden. Dat plan moet het integraal waterbeleid binnen het bekken bepalen. Het is een beleidsplan dat een opsomming zal bevatten van acties, maatregelen, middelen en termijnen om de doelstelling van het plan te bereiken. In dat plan kunnen verplicht uit te voeren en verbodsbepalingen opgenomen worden die dan niet alleen gelden voor het Vlaams gewest (de grootste beken, rivieren en kanalen) maar ook voor de provincie (voor de grotere beken) en de gemeenten (voor alle kleine bovenlopen en zijbeken).
Naast het beheer van de waterlopen (verbod op rechttrekkingen, opnieuw laten meanderen van vroeger rechtgetrokken waterlopen, verbod op overwelvingen van waterlopen) zullen er in de bekkenbeheerplannen ook maatregelen inzake (gescheiden) rioleringsstelsels, overstromingsgebieden, (natuurlijke) oeverzones opgenomen worden. Er wordt een lijst opgemaakt met via de ruimtelijke ordening te regelen zaken zoals bouwvrije oeverstroken, verplichte installatie van hemelwaterputten, infiltratievoorzieningen en individuele installaties voor behandeling van afvalwater bij nieuwbouw, …
Elk bekken wordt nog eens opgedeeld in deelbekkens. Dat zijn kleinere gebieden die het stroomgebied van een belangrijke beek en haar zijbeken binnen een bekken omvatten. Het bekken van de Benedenschelde is opgedeeld in 10 deelbekkens – waarvan er 3 geheel of gedeeltelijk in onze regio liggen:
Dat van de Maas is opgedeeld in 11 deelbekkens – waarvan er 3 geheel of gedeeltelijk in onze regio liggen:

Deelbekkenkaart Noord-Antwerpen
Voor elk deelbekken zal een samenwerkingsverband, “Waterschap” genoemd – waarin zowel het Vlaams gewest, de provincie, de gemeenten en de polders en wateringen zetelen – een deelbekkenbeheerplan opstellen. Dat plan mag niet ingaan tegen het bekkenbeheerplan maar kan wel eigen accenten leggen op het integraal waterbeleid voor het kleinere deelbekken.
De bekkenbeheer- en deelbekkenbeheerplannen worden opgesteld in overleg met alle waterbeheerders én met alle maatschappelijke actoren – waaronder de natuurverenigingen. Zodra de plannen klaar zijn worden ze nog eens onderworpen aan een openbaar onderzoek waarin iedereen zijn zeg kan doen. Het spreekt voor zich dat Natuurpunt bij de opmaak van deze bekken- en deelbekkenbeheerplannen niet alleen zal bewaken dat geen verkeerde beleidsopties genomen worden maar ook actief zal deelnemen aan het zoeken naar oplossingen.
Na de overstromingen van september 98 werd een hoop studiewerk verricht om na te gaan waar de grootste knelpunten zaten en hoe die in de toekomst konden opgelost worden. Voor de Schijn werden in Merksem alvast een aantal permanente pompen geïnstalleerd die het water kunnen overpompen naar het Albertkanaal. Zo kan bij dreigende nood het tij gekeerd worden voor het te laat is. Er werden ook een beperkt aantal (want Merksem is helaas bijna volledig volgebouwd) bufferbekkens aangelegd. Deze maatregelen werken wel degelijk want bij de laatste grote overstromingen op de overgang van 2001 naar 2002 bleef Merksem gespaard van verdere ellende.